column

Doc, Happy, Sneezy, Grumpy

De vlijmscherpe column van Koen Meulenaere

En ineens ging het alleen nog over Walter De Donder. Dankzij een uitschuiver, al dan niet gepland want onderschat nooit een marketeer, en dankzij het Nicole & Hugo-fenomeen.

Dat werkt zo. Je wordt jaren genegeerd of bespot door de politiek correcte culturo’s die onze media jammer genoeg niet ont- maar bevolken, en dan gebeurt er iets waardoor het tij keert en in plaats van een pispaal word je in een handomdraai een cultfiguur. Die dan te pas en vooral te onpas wordt opgevoerd.

Nicole & Hugo hebben het ervaren, en vorig jaar Willy Sommers toen hij op Pukkelpop mocht optreden, om uit te lachen, maar veel meer ambiance bracht dan de bende lawaaimakers die de rest van het festival bevuilde. De Donder genoot hetzelfde privilege toen hij als vreemde eend in een kleurloze bijt kandidaten zo dom niet bleek als men eerst hautain had gesuggereerd.

Mogen wij tussendoor aanraden om op YouTube eens te kijken naar een persiflage uit ‘Chris & Co’, waarin niet kabouter Plop maar Jean-Pierre Van Rossem de Melkherberg binnenstapt. Niet met twee pompons maar met twee pakjes sigaretten aan zijn muts, en niet met de gevleugelde woorden ‘Plopperdeplopperdeplop’, maar met ‘Godverdegodverdegod’. Eiste geen glas melk maar een Johnny Walker on the rocks en een asbak, en kondigde aan dat hij de Melkherberg ging ombouwen tot een illegale nachtclub. ‘Met blote Filipijnse kabouterwijven, gokautomaten, en ordinaire maar dure schuimwijn.’

Aanvankelijk misprezen kwam De Donder in zijn eerste interviews Steve-Stevaerter voor de dag dan zijn zes concurrenten, die de debatfiches van Heilige Hilde en professor Geens van buiten hadden geleerd. En dus mocht hij elke dag in alle programma’s opdraven, want maat houden is een kunst die de media niet beheersen.

Lezers van deze rubriek weten dat de enige vakliteratuur die wij ooit consulteren stripverhalen zijn. Spiegel van de maatschappij en meer visionair dan de meeste semiwetenschappelijke turven. De krachtigste servers van vandaag stonden zeventig jaar geleden al in de laboratoria van professor Adhemar en professor Barabas. De drone was al uitgevonden door professor Kumulus toen de slimste luchtvaartingenieurs niet eens vermoedden dat hij kón bestaan.

Het is dan ook niet de eerste keer dat wij verwijzen naar ‘De trek naar Oklahoma’, een van de talloze meesterwerken van Kortrijkzaan Maurice De Bevere, beter bekend als Morris, de tekenaar van Lucky Luke. In Boomville houden ze burgemeestersverkiezingen en alle inwoners zijn kandidaat, ook Dopey de dorpsgek. Iedereen krijgt ruzie met iedereen, de essentie van politiek, en terwijl ze op elkaars smoel timmeren roepen ze: ‘Ik stem nog liever op een idioot als Dopey dan op jou.’ Wanneer Lucky Luke alle brieven heeft geteld, blijkt Dopey met unanimiteit verkozen. Waarna op straat de eerste aarzelend bekent: ‘Ik heb op hem gestemd, maar voor de grap.’ En de anderen één na één moeten toegeven: ‘Ik ook.’

Het Dopey-effect is universeel en van alle tijden, en zou ook Walter De Donder kunnen helpen. Was Dopey ook niet de naam van een van de zeven dwergen? En het een gezegd lijk het ander: wie is beter geschikt om een pygmeeënpartij te leiden dan een kabouter?

Lees verder