Een hoop letters

De vlijmscherpe column van Koen Meulenaere

Alleen al van foto’s van de Boekenbeurs te zien worden wij ziek. Voor bewegende beelden sluiten we preventief de ogen. En zelfs met een kanon op de borst krijgen ze ons niet in levenden lijve naar dat Plopsaland van de literatuur. Dan liever euthanasie. Wegens én ondraaglijk lijden, én voltooid leven. Wie kan daar boven?

Persoonlijk lezen wij nochtans graag, onpersoonlijk ook, en nog liefst van al thrillers. Al stoort de inefficiëntie ervan ons een beetje. We zijn al tot op bladzijde negen gesukkeld en het slachtoffer ligt midden in een plas bloed te zieltogen. De rechercheur, die we als alter ego van de auteur de rest van het verhaal steeds antipathieker zullen vinden, ziet dat de neergeschotene nog iets prevelt, en buigt zich over hem of haar heen. Maar in plaats van dat die stervende zou mompelen: ‘Het was Flip Devolder, uit de Dorpstraat 64 in Wafelgem’, wat tenminste nuttige laatste woorden zijn waardoor het boek al op bladzijde elf kan worden afgesloten, stamelt hij of zij iets onverstaanbaars, ‘wie wa rama’ of zoiets, en geeft dan de geest. Zodat de held, of wie daarvoor moet doorgaan, vierhonderddertig bladzijden te lang op zoek moet naar wat ‘wie wa rama’ in vredesnaam kon betekenen, en uiteindelijk de verkeerde arresteert.

Ons zou die vergissing trouwens niet eens opvallen, want wij lezen nooit de laatste twintig bladzijden van een thriller. De ontknoping is altijd weer een zware teleurstelling, meestal op het belachelijke af, en mist elke geloofwaardigheid. De manier waarop de schrijver de losse eindjes die hij gaandeweg door onkunde heeft gelaten weer aan elkaar probeert te knopen, is een belediging voor het intellect van de lezer. Dat toch al niet erg groot is want anders las hij wel een beter genre. U moet ons dus nooit vragen wie het gedaan heeft: geen idee. Thrillers, romans in het algemeen, waarvan de laatste bladzijden meer zijn dan een verlossing, moeten nog geschreven worden.

Twaalfduizend boeken per jaar worden in Vlaanderen uitgegeven. Twaalfduizend! Met de ontlezing valt het dan wel mee, zou je denken. Meer ontvolking dan ontlezing, om de nieuwe voorzitter van CD&V te parafraseren. Het moet zijn dat gepensioneerden niets anders te doen hebben, naast in de Colruyt en de IKEA rondhangen en de kleinkinderen van school halen. Hoe dan ook: twaalfduizend boeken per jaar, vijfenveertig per dag, is lachwekkend. Dat keldert het imago van de hele sector.

Daarom is ingrijpen noodzakelijk. Net als voor filet americain en chocoladetruffels moet de FOD Economie minimale kwaliteitsnormen vastleggen voor boeken, dan zijn we er al direct elfduizend negenhonderdnegentig kwijt. Het Vlaams Fonds voor de Letteren moet worden afgeschaft, ook al omdat de voorzitster op cruise naar de Noordpool trekt met haar vrienden Balthazar Boma en Xavier Waterslaeghers. Geen subsidie zal nog worden uitgekeerd aan klungelaars die zonder de synoniemengids geen vier fatsoenlijke zinnen op papier krijgen, met andere woorden: aan Vlaamse auteurs. Kerkjuristen die een roman uitbrengen, dienen geïnterneerd, nog vóór ze er twaalf minuten gratis reclame voor mogen maken in een duidingsprogramma van de openbare nieuwsdienst. Bundelingen van columns: verboden.

Oh ja. ‘Het Jaar van de Kaaiman’ zit dit jaar bij uw krant op zaterdag 21 december. Vrees niets, zoals bij alle vorige edities betaalt Fernand Huts alles. De goede mens.

Lees verder