El pueblo

De vlijmscherpe column van Koen Meulenaere

Er was een volkje bijeen hoor, vorige zondag op de PVDA-PTB-betoging in Brussel. Tegen wat was ons niet echt duidelijk. Tegen sociaal onrecht, kom. Volgens de politie vijfduizend man, het dubbele zal dichter bij de waarheid geweest zijn.

Kaaiman, die toevallig passeerde, was eerst van plan mee op te stappen en had zich al een bord met ‘STOP the big pharma’ in de handen laten drukken, toen op het podium een wicht de microfoon greep en ter opzweping van de massa begon te schreeuwen: ‘El pueblo, unido, jamás será vencido.’ Dat was er te veel aan.

‘El pueblo, unido, etcetera’ riepen wij zelf in 1975. Wij vonden het toen al belachelijk, laat staan 45 jaar later. We hebben u al verteld over onze kameraad Walter, die op een dag net als wij te horen kreeg dat de proletarische revolutie ernst en overtuiging vereiste, twee eigenschappen die bij ons ver te zoeken waren. Walter vond het sowieso onfatsoenlijk om op straat lawaai te maken. Iets in het Spaans roepen was de grens voorbij. Op een celvergadering stak hij een rede af waarin hij plechtig verklaarde communist te zijn, maar ook van het principe: ‘In Vlaanderen Vlaams.’ De arbeider, betoogde hij, had noch geld, noch tijd, noch energie om na een lange dag van uitbuiting in de fabriek ’s avonds nog Spaanse les te gaan volgen in het gezelschap van zich vervelende bourgeoismadammekes.

Een van de beste speeches die in onze afdeling waren gehouden. Het celhoofd, wiens redenaarstalent beperkter was, zat er beteuterd bij. Zeker toen Walter ook nog aankondigde dat hij een brief naar Ludo Martens zou sturen om het probleem aan te kaarten. In dat schrijven stelde hij voor die vreemdtalige strijdkreet te vervangen door de voor een arbeider begrijpelijkere, én op hetzelfde ritme scandeerbare Vlaamse tekst: ‘Het volk, eendrachtig, is sterk en oppermachtig.’

Nu nog, zeker na vorige zondag, beseffen wij wat een enorme verbetering dat was. Dus werd de slogan door de Amada-leiding afgeschoten. In een bitsig antwoord aan het celhoofd, verantwoordelijk geacht voor deze insubordinatie, werd uitgelegd dat de Spaanse slogan solidariteit uitdrukte met de kameraden van de gelukte revolutie in Cuba en de mislukte in Chili. Mogelijk ook met de Tupamaros, we zijn vergeten of wij daar voor of tegen waren. Van Venezuela was nog geen sprake.

Dat antwoord beviel Walter dan weer niet. Tot wanhoop van ons celhoofd zond hij een tweede brief naar Ludo Martens met het voorstel om bij volgende betogingen dan maar ‘Eviva Espana’ te zingen, als steun aan het Spaanse proletariaat dat net bevrijd was van generaal Franco. 

Hierna greep de hogere leiding in en moest ons celhoofd tot zijn spijt meedelen dat er voor ons geen toekomst was in de partij, en voor hem ook niet meer.

Lees verder