Engels voor beginners

De vlijmscherpe column van Koen Meulenaere

In zijn eerste periode als linkse activist - er zijn er in totaal drie geweest, waarvan de derde nog moet komen - had Kaaiman een kameraad die uit Sint-Niklaas kwam en dus het verschil kende tussen het slikken van zoete koek en het slikken van lariekoek.

Hij had de vervelende gewoonte op celvergaderingen triviale vragen te stellen die het onvermogen van ons celhoofd om ze te beantwoorden pijnlijk blootlegden. Waren de doden van Stalin min-der dood dan die van Hitler? Dat genre. Die intellectuele dwarsliggerij van onze vriend is ons geluk geworden, want daardoor werden wij korte tijd later beiden gevraagd de beweging te verlaten. Wegens een gebrek aan ernst, inzet, geloof in de leer, en zelfs respect voor de arbeiders aan wie wij geacht waren alle macht te verlenen.

Dat laatste was het gevolg van een spijtig incident aan de poorten van de Metallurgie in Hoboken. Waar onze maat op de vuist was gegaan met een proleet van de ochtendploeg, die ons pamflet over de oorlogsdreiging van de twee imperialistische supermachten ongelezen op de grond had gegooid. ‘Denkt gij dat wij hier voor ons plezier staan?’, riep onze kameraad woedend uit, voor hij in een onweerstaanbare dwang (art. 71) overging tot praktijken van stalinistische inslag waarvan hij plotseling toch het nut inzag. Toen andere arbeiders voor wie wij ijverden hun collega te hulp schoten, prezen we ons gelukkig dat wij sneller liepen.

Een van die niet op prijs gestelde kritische vragen was de klassieker: ‘Was Marx marxist?’ En indien niet, waarom zouden wij het dan moeten zijn? De kwestie is vaker opgeworpen, er zijn zelfs boekjes over geschreven die geen van alle uitsluitsel brachten.

In zijn privéleven was Marx alleszins geen marxist, tenzij men klaploperij en armoede door afkeer van werken als uiting van marxisme zou beschouwen. Wat velen doen, maar niet op wetenschappelijke basis. In zijn publieke leven was hij nog minder marxist, want een politiek mandaat heeft hij niet bekleed, van vakbondsactiviteiten was geen sprake, als journalist haalde hij een niveau dat vandaag enkel wordt aanvaard bij een boulevardkrant als De Standaard, en tijdens zijn leven verkochten zijn boeken bijna zo weinig als die van Dirk Verhofstadt. Al waren ze beter geschreven, maar dat was de verdienste van Friedrich Engels, want zoals vele economen schreef ook Karl Marx zijn boeken niet zelf.

Marx teerde op de flink gevulde zak van zijn rijke schoonvader, de grootgrondbezitter Ludwig von Westphalen. Diens dochter Jenny stond lange tijd bekend als de gin-soaked ballroom queen van Trier, maar dat prestige verbleekte snel zodra ze met Marx getrouwd was, en met zes kinderen erbij in totaal zeven potverteerders te onderhouden had. Veel ballrooms heeft ze nadien niet meer bezocht. Wat hij in de zakken van zijn schoonvader niet vond, toverde Marx wel uit die van Engels, die al even overdadig gevuld waren omdat zíjn vader eigenaar was van de Katoen Natie in Manchester! Kan het toeval zijn dat uitgerekend Fernand Huts, eigenaar van de Katoen Natie in Antwerpen, sponsor is, zeg gerust uitgever, van ‘Het jaar van de Kaaiman’? En mijnheer Fernand, het is geen geheim, is meer Engelsman dan marxist.

Aan iedereen een zalige. Maar vergeet niet: godsdienst is opium voor het volk. Al begreep Marx niet wat Engels daarmee bedoelde.

Lees verder