Haileplace

De vlijmscherpe column van Koen Meulenaere

In een van zijn talrijke dagelijkse personalityshows was Rudi Vranckx onlangs in Ethiopië. Waarom? Tja, daarom zeker? Omdat het iets mag kosten. De VRT zou een grote besparing doen indien ze Vranckx in plaats van een camerateam een draagbare spiegel ter beschikking zou stellen, het zou de rest van de nodige ingrepen draaglijker maken.

Maar goed, Vranckx was dus in Ethiopië, stond aan de rand van een koolzaadveld, en alsof het zo afgesproken was kwam daar plotseling van tussen de bloemen Haile Gebreselassie aangelopen! In een geel fluorescerend trainingspak dat nog meer pijn aan de ogen deed dan de tandpastaglimlach van de Rudi. Haile Gebreselassie, niet te verwarren met de negus, was zelfs in de immer kritische ogen van Ivan Sonck geen onverdienstelijk atleet. Zijn erelijst opsommen is onbegonnen werk. Negen keer wereldkampioen, twee maal olympisch goud, talrijke wereldrecords waaronder dat van de marathon, laten we het daarbij houden. Gebreselassie heerste tien jaar lang op alle afstanden tussen 1.500 meter en de marathon. Was geboren in een tent in het veld en liep als kind altijd op blote voeten rond. Al moet je met die verhalen voorzichtig zijn.

Vóór Gebreselassie de langeafstandsnummers ging overheersen, was de Keniaan Henry Rono de beste ter wereld. Ook van hem werd verteld dat hij zo snel en lang kon rennen omdat hij, zoals de vele andere Keniaanse wonderlopers, was opgegroeid in een dorpje op grote hoogte en elke ochtend op blote voeten door de bergen vijftien kilometer naar school moest hollen, en elke namiddag vijftien kilometer terug.

Dat klonk goed. Tot Roger Moens zich ermee bemoeide. Moens was niet alleen zelf een van de beste atleten ter wereld, vorige week nog gevierd in Oslo voor de vijftigste verjaardag van zijn wereldrecord op de 800 meter, maar was daar bovenop hoofd van de gerechtelijke politie, en daar nog hoger bovenop sportjournalist. Een die erop stond dat wat hij vertelde ook juist was, een zeldzaamheid in dat vak. In een van zijn schaarse vrije weekends nam Roger het vliegtuig naar Nairobi om daar met eigen ogen, de enige die hij vertrouwde, te gaan controleren of al die verhalen over Rono wel klopten. Na een moeizame tocht aangekomen in het bewuste bergdorp stelde hij tot zijn ontzetting vast dat de ouders van Rono sinds jaar en dag een schoenenwinkel hadden en dat de school net achter de hoek lag.

Een tikje voorbehoud dus bij die tent en die blote voeten van Gebreselassie. Maar dat hij tegenover Vranckx stond - en na diens zoals steeds suggestieve vraag ook vond dat het eenpartijstelsel in zijn land moest worden afgeschaft - valt niet te loochenen. Gebreselassie vertelde dat hij niet meer in de sport zit, misschien later in de politiek wil, maar nu directeur is van een winkelcomplex met kantoren, restaurantjes, kapsalons, een bioscoop, een wellness en fitness, een hotel, een binnenspeeltuin, arts- en tandartskabinetten, en nog zo een en ander.

‘Het is eigenlijk meer dan een winkelcentrum, maar ik heb er geen juiste term voor’, besloot Gebreselassie, die eraan toevoegde dat dankzij zijn complex de werkgelegenheid in de streek fors was toegenomen en dat de gezondheid van de mensen spectaculair was verbeterd. ‘Vanuit de hele wereld komen ze hier kijken, laatst nog iemand uit Strombeek-Bever.’

Lees verder