opinie

Heilige Gust

De vlijmscherpe column van Koen Meulenaere

‘Paters augustijnen vrijgesproken van mensenhandel.’

Wie meende dat er de jongste dagen geen enkel opbeurend bericht in de krant stond, heeft niet goed opgelet. Of las domweg de papieren versie van De Standaard waarin dit nieuws niet te bespeuren viel, het was laffelijk weggemoffeld in een hoekje van de website. Vreemd, want die krant had twee jaar geleden net in haar papieren editie breed uitgepakt met de nu vals gebleken beschuldiging dat de paters, onder het mom van een opleiding, buitenlandse studenten zonder vergoeding in het zwart aan het werk hadden gezet. Nu zullen boekhoudkundigen misschien opmerken: ‘Als er geen vergoeding was, kon het ook niet in het zwart zijn’, maar dat is te kort door de accountantbocht.

U herinnert zich de kwestie. De Gentse augustijnen werden voor de rechtbank gedaagd omdat ze enkele Afrikaanse en Aziatische kandidaat-religieuzen die in hun klooster verbleven werkjes hadden doen opknappen. Afwassen en zo, stel u voor. Dakgoot leegmaken! Op een ladder! Wat voor een gelovige inspirerend kan zijn, maar ook gevaarlijk. De arbeidsauditeur van Gent, vermoedelijk ambtshalve geen katholiek, wilde de paters graag vervolgen voor mensenhandel, zwartwerk en schriftvervalsing. Hij stelde dat ze tussen 2008 en 2014 19 jongemannen uit Ivoorkust, Togo, Benin en Vietnam hadden geïmporteerd, met valse documenten aan een verblijfsvergunning hadden geholpen, en in het kader van hun opleiding dwangarbeid hadden opgelegd. Anderhalve pagina in De Standaard, die als steeds meteen partij trok. Wat denkt u: voor of tegen de paters?

Volgens de advocaat van de congregatie, meester Fernand Keuleneer, hoorden de klussen waarvan sprake bij de opleiding tot augustijnermonnik en tot de tradities van het kloosterleven: iedereen krijgt zijn taak in de gemeenschap. Denk bijvoorbeeld aan brother Cadfael en zijn kruidentuin in de abdij van Shrewsbury, in Shropshire, Wales. Al was Cadfael geen augustijn maar een benedictijn, twee orden die best niet met elkaar worden verward. De benedictijnen leven strikt volgens de regel van Sint-Benedictus, ruw samengevat: ‘Ora et labora.’ Onder verstaan: zelf, en binnen de muren van het klooster of de abdij. De augustijnen, we moeten er geen doekjes om winden, nemen ‘ora’ met een korreltje vlugzout en laten ‘labora’ liefst door anderen opknappen, zoals in Gent. Wat de regel van Sint-Augustinus juist inhoudt, weet niemand.

De Gentse rechtbank volgde de stelling van meester Keuleneer en sprak de paters vrij van mensenhandel en schriftvervalsing. Hun vzw kreeg wel een boete wegens administratieve nalatigheid, maar dat ging niet over die klagende studenten, wel over drie werkkrachten van wie de sociale lasten door de broeder-schatbewaarder meer in de geest van Sint-Augustinus dan in die van Frank Van Massenhove waren ingeschreven.

De rechter heeft gesproken, causa finita. Augustijnen zijn, in tegenstelling tot wat De Standaard liet uitschijnen, geen mensenhandelaars en geen slavendrijvers. Tot opluchting van Kaaiman, geboren in de kinderfabriek van Sint-Augustinus. En getogen in de kinderschool van Sint-Benedictus.

Lees verder