Ienemienerutten

De vlijmscherpe column van Koen Meulenaere

Zou nog iemand geloven dat Gwendolyn Rutten de volgende premier wordt? Zijzelf? Zou kunnen. Maar dat ze haar politieke toekomst achter zich heeft, is een gangbare voorspelling in de Wetstraat, en een zekerheid in de Melsensstraat.

Daarmee is Rutten de tweede die de Zestien op een schoteltje aangereikt krijgt en het domweg in stukken laat vallen. De vorige, huidig Europees pluimgewicht Kris Peeters, werd nog verraden door zijn eigen vriend: Zelfbediening W. Beke, niet de grote roer- maar de grote postjesganger. Maar Rutten heeft zelf haar familienaam ingeslagen. En op haar partijgenoten moet ze niet rekenen, want als het op ruziemaken aankomt, overtreft niemand de Vlaamse liberalen.

Waar is de tijd dat Bart Somers elke dag dertig keer de woorden kibbelen en gekibbel uitsprak, fonetisch kracht bijgezet door de Mechelse variant op de klinker i. Het moest ophouden, dat gekibbel en dat kibbelen, decreteerde de handpop van Guy Verhofstadt in alle interviews en op alle congressen. En dus is het nooit opgehouden. Elke nieuwe voorzitterswissel was een uitstekende gelegenheid om het extra op te poken.

Toen Rutten in 2012 haar kandidatuur officieel bekend ging maken aan de pers, schreed ze pontificaal een trap in het Vlaams Parlement af, met achter zich anderhalve ton aan blauwe zwaargewichten, en sprak verheugd: ‘De hele partij staat achter mij.’ Voor één keer was dat letterlijk juister dan figuurlijk, en het was in elk geval een weinig geruststellende vaststelling. Het is bij Open VLD beter de hele partij vóór zich te hebben, of je rug zit in een hap en een snap vol steekgaten. Als ze ook nog boven je staat, op een steile trap, kan je het enkel vergelijken met eens over de rand heen buigen in Marche-les-Dames om te zien hoe diep koning Albert kan zijn gevallen.

In diezelfde periode vond in Peking het partijcongres van de Chinese Communistische Partij plaats, een ander toonbeeld van burgerdemocratie op zijn Van Eetvelts. Xi Jinping werd na een uitputtende campagne herkozen door 99,5 procent van de 800 miljoen leden. Bij Open VLD kon Gwendolyn, ondanks de hele partij achter haar, slechts 60 procent van de slechts 60.000 leden verleiden. En achterdochtigen hadden dan nog hun twijfels, want sinds Guy Verhofstadt de touwtjes in handen greep, zijn de blauwe stembusprocedures zelden een hoofdstuk geweest in de cursus eerlijke verkiezingen.

De onbeschaamdheid waarmee in 2004 de zekere overwinning van Jean-Marie Dedecker op de valreep ongedaan werd gemaakt door snel snel een paar duizend hoogst dubieuze Oost-Vlaamse stemmen toe te kennen aan Bart Somers, heeft zijn gelijke niet in de geschiedenis van de electorale fraude. In Albanië wordt het nog altijd bestudeerd door een panel van experts, die na al die jaren nog niet kunnen geloven wat zich daar ongestraft heeft voorgedaan. In Tirana: onmogelijk.

Waarop wacht Gwendolyn Rutten om zich toch opnieuw kandidaat-voorzitter te stellen? De uitslag manipuleren kan het probleem niet zijn.

Lees verder