In knollenland

De vlijmscherpe column van Koen Meulenaere

In het leven van een politicus is na de laatste week vóór de verkiezingen de tweede week na de verkiezingen de gevaarlijkste. De eerste week na de verkiezingen is ook bedreigend, want dan wordt achter zijn rug al over zijn lot geroddeld, meestal beslist, maar dat wordt nog niet naar buiten gebracht.

‘De resultaten moeten eerst rustig worden geanalyseerd’, heet het dan officieel, al zijn die resultaten op kiesdag al lang geanalyseerd om half vijf in de namiddag, zodra Herstappe (één bureau) en Heist-op-den-Berg (één bureau) binnen zijn. Welk signaal heeft de kiezer gegeven? Wel, dat weerklinkt in elk partijkantoor ten laatste om kwart voor vijf luid genoeg. En heeft hetzelfde effect als de sirenes van de civiele bescherming in de oorlog, die waarschuwden voor een Engels precisiebombardement op Duitse stellingen: iedereen in een straal van 300 kilometer naar de schuilkelders.

De tweede week, deze dus, is het echt bijltjestijd. Bij alle verliezers van 26 mei, bye bye Wooter en bye bye Fake Mail, en ook bij winnaars die zo weinig wonnen dat ze eigenlijk verliezers waren. En dan spreken we natuurlijk over Groen. Allerlei socio-economische verklaringen zijn daarover al bijeen verzonnen door politicologen, en door aspirant-politicologen voor wie zelfs het diploma van politicoloog te hoog gegrepen was en die in de volksmond ‘journalisten’ heten. Maar laten we het niet moeilijker maken dan het is: kiezers stemmen veel vaker voor een figuur dan voor een programma, want dat hebben ze zelden of nooit gelezen. Heeft de leider of leidster van een partij charisma, komt hij of zij sympathiek en vastberaden over, liefst ook een tikje rebels en met wat humor en zelfrelativering? Tel dan de winst maar uit. Zet Pa Back of Steve Stevaert vandaag aan het hoofd van de sp.a: meer dan 20 procent. Zet er Johan Vande Lanotte of zijn pupillen Genn- en Crombez: ternauwernood 10.

Kaaiman, politicoloog mét diploma, zal u eens haarfijn uitleggen waarom Groen niet zo veel heeft gewonnen als De Standaard in al zijn bekeringsijver had gehoopt en dus geschreven: wegens de irritante boegbeelden. Groen zag de grote sprong voorwaarts afgeblokt zodra Anuna De Wever op de zenuwen begon te werken, en dat was tamelijk snel. De eerste twee à drie betogingen stonden de mensen in bewondering voor haar. Daarna gingen de media haar buiten proportie opvoeren en ophemelen. De vierde en de vijfde betoging was de sympathie al grotendeels verdwenen en vroegen velen zich af of dat kind nooit op school moest zitten. En bij de zesde betoging probeerden Nic Balthazar en David Van Reybrouck wanhopig hun graantje publiciteit mee te pikken, waarna iedereen voor het Vlaams Belang stemde.

Het hielp niet dat het viswijvengekrijs van Meyrem Almaci twee weken voor de dag des oordeels van ’s morgens tot ’s avonds de stilte verkrachtte via de radio en televisie, en dat Kristof Calvo weer eens het drammerige betwetertje kwam uithangen. Petit Vandenbroucke. Vroeger ongetwijfeld gepest op school. Aan Meyrem: roep niet zo. Aan Calvo: zwijg nu toch eens.

Een krachtdadige en geloofwaardige leider, die heeft Groen nodig. Wouter Van Besien! Van Touring Wegenhulp.

Lees verder