Moeder Gods

De vlijmscherpe column van Koen Meulenaere

Als wij in de zeven jaar dat wij al in De Tijd mogen schrijven onze collega’s iets hebben bijgebracht, naast veel miserie omdat zij de figuren die wij beledigen nog onder ogen moeten komen en wij niet, dan is het dat nomen omen est. De naam is een voorteken. Net als het uiterlijk, al hebben wij nog niet iedereen ervan overtuigd dat ook de theorie van Lombroso universeel geldt.

Laatst kregen we van ‘nomen est omen’ een sterk staaltje. Onze Lievevrouw wordt geïnterviewd in De Tijd en wie sturen ze uit? Jens Cardinaels! Uit dezelfde spirituele en spiritualiën-business. Want Fleur Lievevrouw is naast Moeder Gods sinds kort ook directeur van AB InBev Denemarken, en Jens Cardinaels is naast prelaat Des Tijds sinds lang ook klant bij AB InBev Internationaal. Als een bisschop een Heilige Maagd interviewt, verwacht men dat religieuze thema’s worden aangesneden als de onbevlekte ontvangenis en hoe was Jezus als kind, maar hier ging het over alcoholpercentages, moutfermentatie en de technieken van de hopteelt. Onze Lievevrouw was vroeger vol van genade, volgens geruchten ook van de Heilige Geest, maar vandaag vooral van Stella en Jupiler. Waardoor ze toch één traditie uit de gewijde geschiedenis in stand houdt: af en toe verdwijnt ze in de wolken.

Het scheelde weinig of ook zij was er niet uit weergekeerd toen ze haar nieuwe functie kreeg aangereikt door Carlos Brito, samen met Kaaiman keynotespeaker op de viering van vijftig jaar De Tijd. Ze heeft er intussen al de rest van Scandinavië bij, wat iets te veel doet denken aan Frans Laarmans en zijn GAFPA, die het Groothertogdom als bijkomend afzetgebied voor zijn volvette Edammers kreeg. Fleur Lievevrouw is 26. In toepassing van ‘nomen est omen’ moet ze dus in de voornaam van haar leven zijn, en maakt haar familienaam haar zeer geschikt om merken als Carlsberg en Tuborg de duvel aan te doen. Al is uitgerekend Duvel een van de weinige artikelen die niet tot haar marchandise behoren, want die steekt nog altijd in de colporteursvalies van Kris Peeters, sinds de dag dat hij hem er in Japan niet meer mocht uit halen.

Blijkbaar heeft AB InBev een rekruteringsproject, officieel Market Visionaries Programme en officieus Comazuipers geheten, waarmee het talentvolle jongeren al op de schoolbanken, of aan de tapkast van het spijbelcafé, een opleiding en aansluitend een job aanbiedt. Had dat in onze tijd maar bestaan, dan waren wij in Wonderful Kopenhagen beland in plaats van in Brussel-Noord. Wij konden geblinddoekt alleen al aan de klank van het ingieten horen of het om een Carlsberg of een Tuborg ging. In ons stamcafé was er een drinkebroer die nog straffer kon. Op een avond werden hem vijf glazen voorgezet, gevuld met identieke chocomelk en elk aangelengd met een ander bier. Daarna moest hij dat uitdrinken en vertellen welk bier in welk glas had gezeten. Vijf op vijf. Feilloos. Alleen toen ze vroegen welke chocomelk het was geweest, moest hij passen. Inza, zo bleek. Tja.

Jammer genoeg kregen wij geen contract, maar werd ons telkens toegesnauwd: ‘Gij deugt voor niks.’ En hoewel dat naderhand door de feiten is bevestigd, was het weinig stimulerend. We wensen Fleur dus het allerbeste. Ze is nu al de enige directeur van AB InBev naar wie een toren is genoemd.

Lees verder