Moneytron

De vlijmscherpe column van Koen Meulenaere

Gelukkig zijn er ook in tijden van onzekerheid zekerheden: Jean-Pierre Van Rossem is door de politierechter van Leuven veroordeeld wegens de niet-betaling van een verkeersboete. Die had hij gekregen omdat hij zijn Jaguar in Hoegaarden dwars over het voetpad had geparkeerd, en omdat het schouwingsbewijs van zijn voertuig al meer dan een jaar verlopen bleek.

Jean-Pierre kon zelf helaas niet op de rechtbank aanwezig zijn en werd bij verstek veroordeeld tot 450 euro. Dat lijkt weinig voor iemand die vroeger 44 Ferrari’s en een eigen formule 1-renstal bezat, maar die 450 euro moet nog vermenigvuldigd worden met wij zouden niet weten hoeveel. Bovendien is Jean-Pierre intussen een arme gepensioneerde die door een vorig vonnis nog een miljoen of honderd moet afbetalen. Volgens de rechter beslaat zijn strafregister vier volle pagina’s, maar dat hangt ervan af hoe groot je schrijft.

Vroeger op het college waren wij met zijn allen expert in groot schrijven omdat de meeste leraars niet meer verbeelding hadden dan ‘Vier bladzijden!’ te roepen, of ‘Tien!’, als ze weer eens blijk gaven van hun chronisch gebrek aan humor. Wat er op die bladzijden moest staan, zegden ze er meestal niet bij. Sommigen van ons slaagden erin om, geïnspireerd door de bladschikkingen van Paul van Ostaijen, één zin uit het handboek Nederlands over vier pagina’s uit te smeren, maar je mocht ook niet overdrijven of je kreeg het dubbele, en dan durfde zo een zuurpruim soms toch te specificeren wát je precies moest overschrijven.

Als een lesuur wegviel omdat er weer een leerkracht door een zenuwinzinking was getroffen, bleken de grootste belhamels van de klas dan plots heel wat ijveriger dan de brave seuten. Die laatsten speelden OXO of zeeslag, wij, de ondernemende jongens, namen de extra tijd te baat om als bezetenen het ene vel na het andere vol te pennen, zodat wij al vroeg in het schooljaar een reserve van zestig tot tachtig bladzijden straf klaar hadden, alle van een keurig nagemaakte handtekening van vader voorzien. Zoiets gaf rust, dan hoefde je je niet meer in te houden. Een boezemvriend van Kaaiman was over zijn eigen vooruitziende vlijt zo opgetogen dat hij bij de volgende ‘Vier bladzijden!’ met het hele pak naar de leraar trok en vroeg: ‘En wat hebt u het liefst meneer: Nederlands, Engels, Frans of Latijn?’ Dat werden er ter plekke twintig, maar toen had hij er nog zeventig over en een goede grap mocht volgens onze kameraad iets kosten. Hij is, dit principe getrouw, later tandarts geworden.

Het is jammer dat Jean-Pierre Van Rossem nog zo weinig van zich laat horen, in tijden waarin anti-establishmentkandidaten nochtans belangrijke verkiezingen winnen. Het land heeft nood aan een nieuwe Rossem, al was het maar om de correct denkende media op stang te jagen. Rossem was een backroniem, dat is een acroniem dat pas nadien verzonnen is. Omdat partijnamen letterwoorden moesten zijn, stond Rossem zogezegd voor Radicale Omvormers en Sociale Strijders voor een Eerlijker Maatschappij. En dat is exact wat we nu nodig hebben.

Na Jean-Pierre Van Rossem volgden Paul Marchal met zijn Partij voor Nieuwe Politiek in België, en Guy Verhofstadt met zijn Vlaamse Liberalen en Democraten. De eerste twee gingen eraan failliet, aan de derde gingen we allemaal failliet. Dixit zijn eigen minister van Begroting Guy Vanhengel.

Lees verder