Of the Year!

De vlijmscherpe column van Koen Meulenaere

Er zijn populistische dagbladen die elke dag hun eigen lof zingen. Denken we aan De Standaard, een krant die niet schrijft wat haar lezers moeten weten maar wat haar lezers moeten denken. En er zijn de echte kwaliteitstitels, die alleen zichzelf bewieroken als het niet meer anders kan, bijvoorbeeld omdat ze zijn uitgeroepen tot ‘Media Company of the Year’. Zoals De Tijd. En dan nog blijft die bescheiden want meer dan drie bladzijden loftuigingen hebt u vorige zaterdag niet gelezen. Hadden we alle eerbetoon gepubliceerd, de krant had vol gestaan en Sabato ook.

De Tijd reikt aan maar dringt niet op, en dat wordt op prijs gesteld door onze steeds groeiende massa lezers, en door de nochtans strenge jury van ‘Media Company of the Year’, na Miss België de meest begeerde onderscheiding in dit land. Mediafin, de uitgever van De Tijd, l’Echo en De Belegger, wordt al voor de tweede keer in vier jaar gelauwerd, wat doet vermoeden dat de concurrentie ofwel niet meedoet ofwel niet veel voorstelt. ‘Hoeveel schuift dat, zo een prijs?’, willen onze lezers, zakelijk van geboorte, nu ongetwijfeld weten. Niet veel. Niets om precies te zijn. Het is de eer die telt, zullen we maar zeggen. Persoonlijk hebben wij liever geld dan eer, maar aan ons is zoals gewoonlijk niets gevraagd.

Zaterdag kreeg u dus een kleine bloemlezing uit de duizenden felicitaties die ons bereikten en alle eensluidend klonken: ‘De Tijd is een ijzersterk mediamerk dat elke dag weer het verschil maakt, platformonafhankelijk (whatever that might be, nvuK), goed geïnformeerd, intelligent, stijlvol, brengt sterke artikels en betekenisvolle bijlages, is voorloper in de digitale transformatie en toch ook koploper in het analoge aanbod, een kweekschool van talent, en heeft met Kaaiman een fantastische columnist.’

Dat laatste is bij iedereen weggelaten wegens plaatsgebrek.

Om deze kennelijk dik verdiende trofee extra luister bij te zetten, is De Tijd begonnen met een opmerkelijke crowdfundingactie om in navolging van ons aller stamvader Joseph Pulitzer het Vrijheidsbeeld in New York te gaan opblinken. Blijkbaar is dat onderhevig aan corrosie. Daarmee kwamen we zelfs in het Witte Huis ter sprake. Eerst reageerden ze daar met achterdocht, ze hebben nog maar net Guy Verhofstadt zien passeren, maar al snel ging The Donald akkoord. Tenslotte zijn het in zijn Trumptowers ook de buitenlanders die instaan voor de schoonmaak. En o ja, het is de bedoeling 5 miljoen dollar in te zamelen, dus de plezante die hier op ons bureau een pot roestwerende hechtprimer heeft gezet, mag hem komen terughalen.

Een Indiase abonnee laat van op zijn spijkerbed weten dat ook de Taj Mahal een likje verf kan gebruiken, en een zekere Penelope meldt roestplekken op een toren in Parijs, maar niet alles in één keer. We ontvingen ook een opgewonden mail van een leraar economie aan een Londense school, die in niet eens zo slecht Nederlands vroeg of wij zot waren geworden: ‘Die vent gaat de Derde Wereldoorlog ontketenen, wil de EU en de NAVO kapot, noemt Brussel een hellegat, verbiedt de invoer van Belgische producten, en dan gaan jullie zijn onderhoudskosten betalen zodat hij met het uitgespaarde geld zijn muur met Mexico kan afwerken. Geweldige actie. Paul The Gray.’

Ook voor een media company of the year is het moeilijk om voor iedereen goed te doen.

Lees verder