Omdakiketzeg

De vlijmscherpe column van Koen Meulenaere

U moet een keer proberen zo ver mogelijk te spuwen. Zoals vroeger op de speelplaats. Omdat de surveillant van dienst ook niet de hele tijd stond te dromen van een betere job, gebeurde de variant ‘zo ver mogelijk plassen’ op meer beschutte terreinen. Jongens van hogere klassen vertelden daarbij wel eens een gore mop over hoe Brigitte Bardot het Franse Kampioenschap had gewonnen.

Aan geen van beide vulgariteiten hebben wij ooit deelgenomen, de tol van een keurige opvoeding die ons ook vandaag zo vaak parten speelt. Maar in tijden van corona vervalt de etiquette, spuug dus gerust goed door. En dan opmeten. Ons record is 84 centimeter, maar dat was met een aanloop. Uit stilstand: 73. Zelfs met wind mee geraakt een goed getrainde spekelaar zelden voorbij een meter twintig. Waarom moeten we dan anderhalve meter afstand houden? Nu zijn er wel studies die aantonen dat één uitgeniesd slijmdruppeltje ácht meter ver geraakt, als een zweefvliegtuig gedragen door de luchtlagen, maar dan is anderhalve meter afstand zeker een dwaasheid.

Ook de beroemde ‘social distancing’ is dus een op wetenschappelijk drijfzand gestoelde arbitraire regel. Zoals er de voorbije weken honderden in het wilde weg zijn uitgevaardigd. Met de natte vinger. De meeste door Pieter De Crem, die zich ontdaan van zijn dunne laagje lakglans ontpopt tot een van zichzelf vervulde potentaat die alleen aan God verantwoording verschuldigd is, en dan nog in beperkte mate. Laatste zinnebeeld van de CVP-staat. Men neme Erdogan, men voege er Poetin aan toe, menge er wat Orban doorheen, en zette er een in Aalst gekochte carnavalspruik op: Pieter De Crem! Indien in een bar in New York: op muziek.

Bij elk algemeen verbod somt ook de domste meteen vijf praktische gevolgen op die de absurditeit ervan aantonen. De vraag ‘Waarom?’ is altijd vervelend, vooral voor wie ze moet beantwoorden, maar deze keer nog meer dan anders. Het antwoord komt toch steeds neer op: ‘Omdakiketzeg.’

Eén constante: zodra een niet-Van Ranst een richtlijn afkondigde, was een wel-Van Ranst er als de vliegende virussen bij om ze onzinnig te noemen. Scholen toe? Nee, we moesten ze net openhouden. Kapsalons open? Maar enfin, toe natuurlijk. Niet meer dan één kilometer fietsen? Welk zulthoofd had dat bedacht? Treinen afschaffen? Dom, dommer, domst. Niet naar een tweede verblijf mogen? Wat een scherts. Niet meer naar de kust, zoals de West-Vlaamse gouverneur in alle journaals stond te lis- en kwispelen? Maar de mensen moesten juist naar de kust, jodium is het sterkste antidotum tegen coronavirussen. Wie wanneer waarom wat heeft gezegd over mondmaskers, daar wagen we ons niet meer aan, maar Marc Van Ranst beweerde telkens het tegengestelde.

Kalm blijven iedereen, kalm blijven. Het is goed weer, haast u naar buiten voor er weer een paar CD&V’ers beslissen dat het verboden is. Behalve voor henzelf.

 

 


Lees verder