Pedantissimus

De vlijmscherpe column van Koen Meulenaere

Experiment. Ga voor uw spiegel of huisgenoten staan, houd een betoog over het maakt niet uit wat, en probeer nóg pedanter over te komen dan Frank Vandenbroucke. Dat lukt dus niet hé.

Hoe hij het doet, wij bestuderen het al jaren zonder het volledig te doorgronden. Dat arrogante gegrijns en gegrinnik heeft er zeker mee te maken, maar het is meer dan dat. Een onuitstaanbaar betwetertje dat bovendien maar wat uit zijn nek zit te kletsen, meer kennis suggererend dan etalerend.

Hij heeft het de voorbije weken weer duchtig uitgehangen, in tal van opiniestukken, in ‘De zevende dag’, en in ‘Terzake’. Niet alleen over de sociale zekerheid, nu ook over het confederalisme. Niemand evenaart de hautaine toon waarop hij aan Bart Maddens, confrater maar van een veel lager kaliber, probeerde uit te leggen wat een fata morgana was. Je kruipt door de woestijn en in de verte zie je een oase, vol schaduw, drank en spijzen. Je kruipt wat sneller, maar die oase blijft altijd even veraf. Hoe komt dat? OMDAT ZE ER NIET IS! Ze is een zinsbegoocheling. Awel, met confederalisme is dat ook zo. Tot daar het uitzonderlijk hoge niveau figuratief denken van Frank Vandenbroucke.

Nooit of nooit draagt dat iets zinnigs aan iets bij, en al helemaal niet aan de sociale zekerheid. Hoe het niet moet wel, hoe het wel moet niet. Een paar dagen na de verkiezingen kwam hij zich ook nog opdringen als aanvoerder van de meest nutteloze hobbyclub van het land: de pensioenexperts. Een opiniestuk, nog een. Uiteraard in De Standaard, nergens anders publiceren ze onzin van dat gehalte. De pensioenexperts zijn de amateursociologen die drie jaar geleden een pensioenrapport bij elkaar fantaseerden waarvan nadien geen halve letter in de praktijk is gebracht. Het pronkstuk van hun arbeid, het pensioen met punten, belandde als eerste in de vuilnismand en de rest lag er nog voor het schemerde bovenop.

Diezelfde ‘Academische Raad voor het Pensioenbeleid’ pakt nu uit met zes, we mogen wel zeggen revolutionaire, criteria die een praktische leidraad vormen voor het te voeren pensioenbeleid.

1. Genomen maatregelen moeten onderdeel zijn van een logisch en samenhangend pensioenstelsel.

2. Maak duidelijk wat de mensen op lange termijn kunnen verwachten, en onderzoek de houdbaarheid van zo een scenario.

3. Maak duidelijk of het pensioenstelsel na de volgende regeerperiode blijft evolueren. En als je denkt dat het zal blijven evolueren, op basis van welke principes moet dat dan gebeuren?

4. Neem geen beslissing voor de effecten ervan op lange termijn berekend zijn (zie ook onder 1).

5. Schuif moeilijke kwesties niet voor je uit. Wanneer je een toekomstig pensioenstelsel uittekent, houd dan rekening met maatschappelijke evoluties zoals vergrijzing en wijzigingen in gezinsvorming.

6. Leg voorstellen voor aan een breed sociaal en politiek overleg, waarbij de sociale partners nauw betrokken worden. Dit overleg moet gestructureerd worden.

Voilà, simpel niet? Wie denkt nóg meer trivialiteit op papier te kunnen zetten, mag proberen. Nog twee criteria van Kaaiman.

7. Verkas de ‘Academische Raad voor het Pensioenbeleid’ naar Huize Zonneweelde.

8. Breng Frank Vandenbroucke onder in de gesloten afdeling.

Lees verder