Pensioenlast

Erik Schokkaert. ©rv

Mocht iemand van u de aandrang voelen een pensioenstelsel te verbeteren of te redden, je weet nooit, begin dan met het bij wet verbieden van een academische pensioenraad.

We hebben het al geschreven en het wordt telkens door de feiten bevestigd: weinig mensen zijn nuttelozer dan universitaire experten sociaal beleid. Ze zijn meesters in het blootleggen van hoe systemen niet functioneren, maar wacht niet op een voorstel van hoe systemen wel functioneren want nog eerder zal Godot op uw deurbel drukken. Het was dus geen overbodige luxe om het ‘pensioen met punten’, een zeldzaam constructief idee van onze eigen Academische Pensioenraad, in ‘Terzake’ eens te laten uitleggen door professor Erik Schokkaert, net terug van de kapper en zo te horen wat onder de indruk van Annelies Beck:

‘Laat me het uitleggen voor het werknemersstelsel, wat het eenvoudigste is. Het idee was: mensen die een jaar werken en het gemiddeld loon verdienen tijdens dat jaar dat ze werken krijgen één punt voor dat gewerkte jaar. Mensen die minder verdienen of meer verdienen krijgen in proportie minder of meer punten. Die punten worden opgeteld. Wij hebben ook voorgesteld om maxima in te voeren, boven een bepaald maximum zou je geen punten meer kunnen krijgen, en we hebben ook voorgesteld om een minimumregeling in te voeren waarbij ge dus zegt: ok, iemand die heel zijn leven heeft gewerkt zou een minimum aantal punten moeten kunnen hebben die hem een bepaald pensioen opleveren, tien procent boven het minimum. Op een bepaald moment hebt ge dus al die punten. En voor een gelijkgestelde periode en dat soort van dingen kunt ge dus punten toekennen, dat is een politieke keuze. En op die manier kunt ge dus berekenen wie hoeveel punten heeft. De manier waarop de punten toegekend worden, daardoor wordt eigenlijk bepaald hoe ge uw verdeling binnen een bepaalde leeftijdsgroep maakt: wie krijgt een hoger pensioen en wie krijgt een lager pensioen. Op het moment dat mensen met pensioen gaan moeten die punten dan natuurlijk worden omgezet in een pensioen, in een geldbedrag. Dan wordt een waarde van een punt vastgelegd en die waarde van een punt is gelijk, is dezelfde, voor iedereen die op een bepaald moment met pensioen gaat, dus dat verandert niet de verdeling binnen een groep maar dat bepaalt de verdeling van het inkomen tussen de generaties. Belangrijk is nu dat wij hebben voorgesteld dat die waarde van dat punt zou bepaald worden door de gemiddelde welvaart op het moment dat mensen met pensioen gaan.’

En toen had Bieke Beck ofwel het systeem gesnapt, als enige, ofwel genoeg van het zenuwachtige betoog van de professor, als allen, want ze verleende het woord aan Alexander De Croo. Die haalde het voorstel van de Pensioenraad in minder dan tien seconden onderuit: ‘Als je de tegenslag hebt met pensioen te gaan bij een lage conjunctuur, heb je de rest van je leven een lager pensioen dan een collega met exact dezelfde loopbaan die met pensioen gaat bij een hoge conjunctuur.’

Dat bezwaar lijkt nogal evident, nee? Kaaiman, 1 juli 2017: ‘Het pensioen met punten wordt een ramp. Hoe weten wij dat zo zeker? Het wordt verdedigd door Frank Vandenbroucke.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content