Persstop

De vlijmscherpe column van Koen Meulenaere

Van de 17 materniteiten waar onvoldoende geperst wordt, toch volgens onderzoekers die zelf van hun leven nog geen ei hebben gelegd, worden er best 16 gesloten. De 17de bevindt zich te Torhout.

De Heilige Hilde heeft persoonlijk dan wel genoeg gebaard, en niet alleen opzien, maar de volgende generatie is er al aan zet. ‘’k Zou graag bomma worden’, liet de minister zich in een kerstinterview ontvallen, en kledingstylisten zien tekenen dat ze zich daar al op voorbereidt. Hugo Camps bijvoorbeeld, haalde moeiteloos de Kaaimanquotes met de typering: ‘Hilde Crevits is geknipt voor het departement Onderwijs, want ze is in alles old school: kleding, kapsel, vocabulaire, geloof en hoop.’

Voor de andere 16 is sluiting het lot. Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg - wie wist dat het bestond? - heeft bij minister van Volksgezondheid Maggie De Block een zoveelste rapport ingediend om te wijzen op het overtal aan bedden in het overtal aan kraamafdelingen. En hoe minder kinderen er geboren worden, des te meer moederhuizen komen erbij. Na wat gegoochel met cijfers, en rekening houdend met de belangen van diverse vrienden, bepaalde het Kenniscentrum dat 557 borelingen per jaar het minimum is voor één materniteit. Wijlen Etienne Vermeersch bepaalde dat 557 borelingen per jaar het maximum was, voor heel het land.

Die babyfabrieken zouden dus best fuseren, al dient wel elke vrouw binnen een half uur na water en wee een materniteit te kunnen bereiken met de auto. Groenen met een bakfiets moeten maar onderweg bevallen. Bakske vol met stro, het is eerder bewezen dat het kan. Nu hoorden we een bezorgde ziel opperen dat door het centraliseren van materniteiten het gevaar bestaat dat bevallenden op den duur hun beurt zullen moeten afwachten in de wachtkamer. Maar voor wie in dat geval zou verkeren, volgt nu een nuttige tip.

Een kameraad van Kaaiman moest voor een routinecontrole naar de tandarts, en stelde bij aankomst tot zijn ergernis vast dat de wachtzaal bommedevol zat. En aan wachten had hij figuurlijk een broertje dood. We preciseren met opzet ‘figuurlijk’, omdat hij ook letterlijk een broertje dood had, maar dat was aan een overdosis heroïne. Omdat je in dat bedompte kamertje niet kon zien welke nieuwe lotgenoot van buiten kwam en welke uit het kabinet was teruggestuurd om zich mentaal voor te bereiden op nog ergere folteringen, kreeg onze kameraad een lumineus idee. Hij stapte met de handen aan de wangen het lokaal binnen, kreunend en zuchtend alsof hij net duizend pijnen had doorstaan, diepte zijn mobieltje uit zijn zak op, tikte een nummer in, en begon aan een luide jeremiade tegen de sprekende klok: ‘Sjat, dit is absjoluut de laasjste keer dat ik naar deesje knoeier ga. Hij isj mij vergeten te verdoven, sjuist zoasj bij u. Dan sjoot hij nog uit met sjijn boor, losj in mijn tandvleesj. Daarna heeft hij dwarsj door mijn gehemelte gesjneden met die sjlijpsjijf. En hij sjtonk weer naar de drank.’

Toen de tandarts de volgende patiënt kwam roepen, zag hij tot zijn verbazing alleen nog onze vriend in de wachtzaal zitten.

Lees verder