Quo kiadis?

De vlijmscherpe column van Koen Meulenaere

De volgende! Naam?

‘Kiadis, meneer.’

Pilleke tegen?

‘Leukemie.’

Welke testfase?

‘Twee.’

Resultaat?

‘Afgekeurd.’

Beurskoers?

‘Gedeeld door zeven.’

Oké. Le suivant! Next!

In de wachtzaal voor het bureau van Kaaiman op Tour & Taxis is het dezer dagen dringen. De ene na de andere op rijkdom beluste maar totaal berooide apotheker meldt zich aan. Had met zijn spaarcenten en de hulp van een overgesubsidieerde universiteit een laboratorium ingericht met elders afgedankte pipetten, tweedehands reageerbuizen, en zelf genaaide witte stofjassen. En had de pers opgetrommeld om met vreugde te melden dat hij een nieuw medicijn tegen een zeldzame spier- of orgaanziekte ging ontdekken. Meestal op basis van antilichamen van kameelachtigen, of van stamcellen van dromedarissoortigen. Maar zie, ’t is mislukt. Miserie, miserie, miserie.

In Vlaanderen krioelt het intussen van de lama’s. Honderden. Duizenden. Honderdduizenden. Meer lama’s dan socialisten. Ze mogen dan enkele maanden spuwend en spugend over een akker wandelen. Tot ze op een dag, bij valavond en verrassing, in de nek worden gesprongen door een voor zichzelf begonnen hoogleraar biochemie, die met een vers geslepen scalpel hun keel afsnijdt. Waarna hij als een razende met een rietje antilichamen uit hun naar buiten gutsend bloed probeert te zuigen en ze in een min of meer gereinigde pot andalouse van Devos & Lemmens blaast. Daarmee holt hij als de wiedeweerga naar ‘den bureau’, om een set nieuwe proeven in gang te steken en via de beurs en de subsidieautomaat een kapitaalverhoging door te voeren.

De truc is dan de taalvaardigste laborant een persdossier ineen te laten flansen, met wat dokterslatijn en enkele aan een andere bijsluiter ontleende moeilijke begrippen, en tijdig zijn aandelenpakket van de hand te doen. Ideaal is tussen testfase 2 en 3, tussen het moment waarop je zelf aankondigt dat de Food and Drug Administration toelating zal geven om het middel op de Amerikaanse markt te brengen, en het moment waarop die FDA daadwerkelijk een eerste onderzoek uitvoert en de hele rommel in de vuilnisbak kiepert. Aan kandidaat-kopers is er in die periode geen gebrek, want de per definitie tijdelijke CEO’s van grote farmafirma’s hebben maar één manier om zich in de kijker van de headhunters te werken: geld uitgeven. Hoe groter het bedrag dat hij verkwanselt, hoe groter het aanzien van de CEO. In die sector noemen ze geldverspilling ‘langetermijnvisie’.

Helaas slaan de meeste van die goudzoekers gouden raad in de wind, hopend op nog meer winst. En op het eind staan ze in de rubriek ‘Falingen’. In De Tijd lees je elke week over de volgende die zijn druppels of zijn zalf afgekeurd zag zodra een echte wetenschapper zich erover boog. Of een cynische columnist.

Lees Kaaiman ook elke dag op www.tijd.be/kaaiman

Lees verder