Schimmelpenning

De vlijmscherpe column van Koen Meulenaere

We zijn van hem verlost. Eindelijk. Lang leve Pablo Llarena, iets hoogs bij het Spaanse Hooggerechtshof, die het internationaal aanhoudingsbevel tegen Carles Puigdemont heeft ingetrokken. Nota bene dezelfde dag waarop een andere oude Spanjaard zoveel moois en lekkers in onze schoorstenen dropte.

Dankzij Llarena kan die vijfde Beatle weer overal in de wereld vrij rondlopen, zij het met een lichte restrictie voor Spanje zelf, waar het vrij rondlopen beperkt zal blijven tot één toertje per dag op de binnenkoer van de centrale gevangenis in Madrid. Eerder deze week schreven wij dat die Catalaanse P wreed op onze zenuwen begon te werken. Geen pensenkermis of provinciaal meetschietkampioenschap kon nog plaatsvinden of daar was hij weer. Geen redactie of hij kwam bedelen voor een interview. Uiteindelijk werd hij alleen op De Standaard niet buiten getrapt.

Maar dat is nu voorbij, hij mag zonder gevaar voor arrestatie warmere oorden opzoeken. Een geriefelijke chalet in de Pyreneeën, om op een boogscheut van Barcelona het thuisfront op te ruien, is een voor de hand liggende locatie. Geef toe: ook voor hem moet dat aantrekkelijker klinken dan een kamer in een herenhuis in Leuven, of een met Oeigoeren, Osseten, Sioux en Visigoten gedeeld kelderhok in Herent.

Over dat laatste gesproken moeten wij u nog een anekdote vertellen die Willy Kuijpers zopas rondstuurde. Willy had een rustige week: slechts twee hartaanvallen, één beroerte, een lichte hoest, en één gebroken been nadat hij zo was opgegaan in zijn rol van hulp-Sint dat hij met zijn schimmel van een dak donderde. En dus had hij tijd voor een van de vele vermakelijke verhalen die hij met duizenden uit zijn sandalen schudt.

Toen hij eind jaren tachtig quaestor was van de Senaat werd hij op een keer beschuldigd van het aanvaarden van steekpenningen. Willy! Haha. Steekwapens zeker, steekpenningen nooit. Enfin, een Brusselse onderzoeksrechter beweerde van wel, maar kon zijn krankzinnige beschuldiging uiteraard nooit hard maken. De eeuwige rebel en de even eeuwige lolbroek in Kuijpers sloegen toen de handen in elkaar en lieten door een meester-graveur honderd koperen penningen maken, met als leuze op de voorzijde: ‘Vlaenderen den Leeuw’, en als opdruk op de achterzijde: ‘1e Vlaams Nationale Steekpenning, 8-6-1988’. Ze werden uitgedeeld aan politiek journalisten en soortgelijke kwaadwilligen.

Enkele maanden later kreeg Willy een brief van de Koninklijke Munt, dezelfde die onlangs is afgeschaft, die sinds 1832 in haar archieven een dubbel van elke in ons land geslagen munt moest bewaren. En liefst van dat dubbel ook een dubbel voor wanneer het eerste dubbel verloren zou gaan. Of ze dus twee van die penningen kon aankopen? Dat kon. Willy stuurde twee exemplaren op met de factuur voor alle honderd erbij, en die was een week nadien keurig vereffend. ‘En zo’, slaat Kuijpers zich dertig jaar later nog van pret op zijn enige niet-gebroken dij, ‘heeft de Belgische Nationale Munt de eerste Vlaams-nationalistische penning betaald.’

Wees niet verbaasd als u tijdens de kerstmarkt op de Ramblas een paar van die munten ziet liggen in het rommelstalletje van een verkoper met een donkere bril en een muts over zijn beatlekapsel.

Lees verder