Sécurité Royale

De vlijmscherpe column van Koen Meulenaere

Er waren zeker mensen die eraan twijfelden of het confederalisme in België wel uitvoerbaar was. Confederalisme is tenslotte samenvoegen en niet splitsen, al is dat vooral een kwestie van semantiek, en er is het moeilijke geval Brussel. Maar zij zagen hun bezwaren voorgoed weerlegd door professor Frank Vandenbroucke: volgens hem is confederalisme bij ons onmogelijk. Een fata morgana. Daarmee is het laatste voorbehoud van tafel geveegd.

Wij hebben de splitsing van de sociale zekerheid meer dan twintig jaar geleden eens horen bepleiten door Sus Verleyen. Bij koning Albert! Jacques Van Ypersele de Strihou, de kabinetschef die onafscheidelijk naast de vorst liep en stond en zat, kreeg een beroerte en een hartaanval op hetzelfde moment. Het was voordien al kantje boord geweest omdat Sus hem voortdurend met ‘Spirou’ aansprak, wat even zoveel keer een medeplichtige grijns om de lippen van de koning toverde.

Albert was te gast op de redactie van Knack, toen nog gevestigd in een schitterend herenhuis op de Tervurenlaan. Waar Kaaiman een eenzaam bureautje pal onder de dakpannen was toegewezen, van waaruit hij uitkeek op het standbeeld van veldmaarschalk Bernard Montgomery, eerder deze maand terecht gefêteerd voor zijn rol bij de landing in Normandië. Kaaiman heeft ook ooit de zoon van Erwin Rommel geïnterviewd, burgemeester van Stuttgart toen de Tour de France daar van start ging. Wij voelen dus een speciale genegenheid voor de fanatiekste twee kemphanen uit de Tweede Wereldoorlog.

Sus had tijdens een receptie op het paleis de koning uitgenodigd om een redactievergadering van Knack bij te wonen, en tot zijn verbazing had de vorst meteen geaccepteerd: ‘Past volgende week, Sus?’ Dat werd voor ons allen tegen de klok opruimen en dweilen geblazen. Een onderhoudsploeg uit Roeselare zakte zelfs in het weekend naar Brussel af om de tot op de draad versleten tapis-plain te vervangen en alle muren van een fris laagje verf te voorzien. Tot en met de eerste verdieping, want hoger zou de vorst niet komen. Wie de trap beklom en de tweede etage naderde, moet hebben gedacht dat de verf op was en dat de schilders de volgende dag verder zouden werken. Overal waar de koning op bezoek komt, is het pas geschilderd, wat die mens een vertekend beeld geeft over de properteit van zijn onderdanen.

De dag voordien had de kabinetschef er via de telefoon nog eens op gehamerd dat er aan de vorst geen vragen mochten worden gesteld, en zeker niet over politiek. Die raad sloeg Sus al in de wind toen de koning voor de deur uit zijn limousine stapte. Wat hij vond van de politieke toestand, wou Sus weten, en of het al was bijgelegd met de koningin. Nadat Albert op de eerste verdieping aan de lange redactietafel had plaatsgenomen, en buiten het zicht van zijn chaperon uit een platvink in zijn binnenzak stiekem een geut cognac door zijn koffie had gemengd, sprak Sus hem bij wijze van opening van de vergadering toe: ‘Weet ge, Sire, de federalisering is tot nu toe een groot succes geweest. Wat ik u nu aanraad, is de sociale zekerheid te splitsen, dan gaan we in een efficiënt bestuurd land wonen, en is uw positie als staatshoofd voor decennia gevrijwaard.’

Toen de vorst dat beaamde, viel naast hem Jacques Van Ypersele van zijn stoel en zijn eigen Sus.

Lees verder