Sportjournalist

De vlijmscherpe column van Koen Meulenaere

Morgenavond Club Brugge-Anderlecht, de sportredacties kloppen overuren. Al gaan kwaliteit en kwantiteit ook hier niet steeds hand in hand.

Volgens Bill Clifford, de grote detective van Godfried Bomans, was de schepping verdeeld in vijf lagen. De bovenste laag wordt gevormd door de mens. Daarna komen de dieren. Vervolgens de planten. Dan de levenloze gesteenten. En tenslotte het politiepersoneel van Scotland Yard. Van sportjournalisten maakte hij abstractie, daar die niet tot de schepping behoorden, althans niet in het oorspronkelijke plan.

Toen geruchten de kop opstaken dat Patrick Decuyper KV Oostende naar Antwerpen zou verhuizen en in het Beerschotstadion zou laten spelen, ontstond daar grote commotie over, zij het vooral in de sportpers waar ze elke dwaasheid ernstig nemen. Behalve het club- werd ook het stadsbestuur platgebeld door overspannen reporters. Toen de storm was gaan liggen, zuchtte een versufte burgemeester Bart De Wever: ‘Sinds ik de sportredacties heb leren kennen, is mijn respect voor de politieke redacties grenzeloos.’

Kaaiman is ook sportjournalist geweest. We hadden bijna gezegd ‘van opleiding’, maar die is er niet. Wij hebben wel ooit meegewerkt aan een cursus ‘Hoe word ik sportjournalist?’. We hadden de uitgever nog gesuggereerd om de titel te veranderen in ‘Hoe wordt ik sportjournalist’, maar daar zag die zuurpruim de humor niet van in. Het hoofdstuk dat wij op ons hadden genomen, droeg als kop: ‘Checken en ander tijdverlies.’ Jammer dat die handleiding nooit op de markt is geraakt.

Er bestaat er trouwens een betere, geschreven door de legendarische Pol Jacquemyns, samen met Karel Van Wijnendaele de vader van de Vlaamse sportjournalistiek: ‘Wilt u sportjournalist worden?’

We vergasten u op de eerste paragraaf, in de meeste boeken de enige die het lezen waard is. Pol Jacquemyns: ‘Ik schrijf over de sport in de krant. Reeds vele jaren doe ik het. Het is mijn beroep en ik verdien er mijn brood mee. Rijk ben ik er niet door geworden, en ook voor de toekomst is deze mogelijkheid uitgesloten. De nieuweling in het vak die zich hieromtrent enige begoocheling zou maken, weze dus bij voorbaat gewaarschuwd. Ik hoop mijn beroep te kunnen uitoefenen zoolang ik gezond blijf. Dit kan misschien nog enkele jaren duren. Lang echter niet, want ik nader met reuzenschreden de vijftig. Naar het heet is dit de leeftijd van de bezonkenheid en de berusting.’

Zo schreef Pol in 1946! Heeft in zijn eentje ‘Sportweekend’ nog op niveau getild tot in 1970. Het boek ‘Wilt u sportjournalist worden?’ heeft niets aan actualiteitswaarde ingeboet, al bleef Pol voorzichtig over het mogelijke succes van Twitter en Facebook.

Wij noemen enkele hoofdstukken.

‘De eischen van een modern blad.’

‘Het oor van den lezer.’

‘De toon van het sportproza.’

‘Het werk van den opmaakredacteur.’

‘Schaar en lijmpot.’

‘Het chiqueeren.’

‘Omgang met den athleet.’

‘Zondag, geen rustdag.’

‘Plichten en rechten.’

‘De scholing van de sportjournalist.’

Dat laatste hoofdstuk was het kortste. Dus met andere woorden: kunt u echt niks, dan is er ook voor u nog een uitweg.

Lees verder