Suenens buiten

De vlijmscherpe column van Koen Meulenaere

Na het Paleis der Natie van vorige week over mei ’68 zou je verwachten dat geen van die gasten nog durft buiten te komen.

Fout gedacht. In ondraaglijken getale blijven ze opduiken, de ‘soixante-huitards’, een naam die vroeger stond voor een jaartal en nu voor een leeftijd. En allemaal zijn ze toen ‘in een autootje naar Parijs gereden’. Het moet daar nogal file geweest zijn, en het was al zo druk op de périphérique. Volgens Paul Goossens waren ze de Parijse studenten gaan leren hoe ze een gebouw konden bezetten en kasseien uit de grond moesten wrikken. Zeker Paul, zeker, de zuster komt zo, rustig.

Al die terugblikken zijn aan het ontaarden in een nachtmerrie voor Goossens. Waar hij mocht hopen op een maand van glorie bij de vijftigste verjaardag van de opstand in Leuven, wordt zijn rol als grote revolutionaire leider, de Che Guevara van de Dijle, in zowat elke retrospectieve teruggebracht tot fantasie. Een wat uit de hand gelopen KSA-activiteit, meer was mei ’68 in Leuven niet. Dat bij gebrek aan betere archieven op radio en televisie telkens dezelfde en dus schijnbaar enige heldendaad van Goossens moet worden opgevoerd, ‘Heren van de B.O.B., noteert u?’, is ook al niet van aard om de mythe intact te houden.

Als het zo verder gaat, komt er straks een kwaadwillige beweren dat Goossens medestudenten verklikte bij de B.O.B. En het zou ons niet eens verbazen als het nog waar was ook. Want mogen wij u één raad geven? Vertrouw nooit een uitgetreden seminarist.

Een paar maanden na zijn grote linkse revolutie trad Goossens al in dienst van het conservatieve, katholieke en Vlaamsgezinde dagblad De Standaard, hoewel de redactionele ethiek van die krant niet echt overeenstemde met het mensbeeld dat hij pretendeerde te verdedigen. Toen hij in 1991 met veel poeha opstapte bij De Morgen, zogezegd als daad van verzet tegen Zwarte Zondag, had hij al lang een contract bij Knack op zak. Al het gedoe over ‘protest tegen de rechtse vloedgolf in Vlaanderen’ was pure huichelarij.

Intussen wordt de mening dat mei ’68 bij ons niets voorstelde, en Goossens nog minder, met veel genoegen aangewakkerd door reactionaire krachten als Pa Back en Rik Van Cauwelaert. Voor hen was de invloed van Muddy Waters heel wat belangrijker dan die van Paul Goossens. En hebben de kreten ‘Walen buiten’ en ‘Suenens buiten’ tot meer succes geleid dan de gratuite slogans van Goossens en zijn door nicotine en alcohol verwarde soortgenoten.

Als er in ’68 één revolutionair in Leuven rondliep, was het Piet De Somer. Naar wie dan ook een plein is genoemd, en wat voor een, terwijl van een Goossensplein of Goossensstraat geen sprake is, niet eens van een Goossenssteeg. In Huldenberg is wel een Alfons Goossensstraat, maar Huldenberg hoort niet bij Leuven en deze Goossens was tijdens de Eerste Wereldoorlog vrijwilliger in het 2de regiment Grenadiers dat aan de IJzer de Duitsers in de hoek dreef. Ook Fons Goossens heeft dus meer voor onze vrijheid betekend dan Paul Goossens.

Bij de ontheiliging van mei ’68 komt Pa Back de verdienste toe om met zijn ‘bedorven-kindjes-progressiviteit’ de perfecte term te hebben bedacht voor het zootje politiek correct denkende salonlinksen dat een groot deel van onze media misbruikt.

Lees verder