Talkpoeder

De vlijmscherpe column van Koen Meulenaere

Vooreerst dit: als dat balletskelet dat ons al weken multimediaal op de zenuwen werkt het zóóó erg vindt dat ze haar kindjes niet meer ziet door al dat dansen, waarom doet ze het dan?

Je krijgt toch wat van die lui? De ene rijdt de Ronde van Vlaanderen, een andere beklimt een koude berg of wil een pianoconcert geven, en een linkse activist verplicht ons via alle kanalen die de nieuwsdienst ter beschikking heeft om kleuters uit terroristenkampen naar ons land te halen. Ons niet gelaten, maar niet op ons scherm. Oh wacht: en niet op onze kosten. Blij dat we dat laatste nog net op tijd bedacht hebben.

In Humo zuchten enkele praatprogrammapresentatoren dat hun job zo zwaar is. Wel, tot hen spreekt thans nonkel Kaaiman met een van zijn befaamde gouden tips: houd er dan mee op. Als de presentatoren al klagen, wat moeten de kijkers dan zeggen? Maar koester geen ijdele hoop, beste lezer van De Tijd, want al in de eerste alinea van het artikel wordt die de kop ingedrukt door VRT-programmadirecteur Olivier Goris: ‘Er is zeker nog een toekomst voor de talkshow.’ Van slecht nieuws gesproken. De directeur kan trouwens moeilijk verstoppen dat hij van Woestijnvis komt en dus van surrealistische humor een levenswijze heeft gemaakt: ‘Als Julie Van den Steen in ‘Van Gils & gasten’ over haar laag zelfbeeld getuigt, heeft dat ook veel waarde want het zet een maatschappelijke discussie in gang.’

Amai, dat was me nogal een maatschappelijke discussie. Opnieuw een tip van Kaaiman: als Julie Van den Steen, whoever that might be, in ‘Van Gils & gasten’ over haar laag zelfbeeld getuigt, dan moet je de volgende dag Eva Daeleman of Riadh Bahri naar de studio sommeren. Die zijn gegarandeerd bereid om over een nóg lager zelfbeeld te getuigen, als ze daardoor weer vijf minuten in beeld kunnen komen. Of vraag Saskia De Coster.

Een misnoegde abonnee stuurde ons een pertinente vraag over praatprogramma’s: ‘Waarom zijn die in het buitenland zo goed en bij ons zo slecht?’ Wij hebben de kwestie onderzocht en een kenner van talkshows geraadpleegd. Hier volgt zijn antwoord. In het buitenland stellen ze met topjournalisten een ijzersterke redactie samen, en is de presentator een zelfingenomen kwast die van toeten noch blazen weet maar overtuigend verstandige vragen van zijn redacteurs van de prompter kan aflezen. Bij ons is de presentator ook een zelfingenomen kwast die van toeten noch blazen weet, daaraan ligt het niet, maar hij is niet bij machte verstandige vragen van de prompter af te lezen omdat zijn redactie er geen in heeft gezet. Bij gebrek aan topjournalisten. Schrap op onze kletsshowbureaus hun abonnementen op De Standaard en De Morgen, en ze mogen de tent sluiten.

Een topjournalist, en wij citeren nog altijd de deskundige van wie we spraken, wil onder eigen naam bekend en vooral herkend worden. Hij zal het dus wel laten om zijn vragen of inzichten aan een ander te gunnen. Zo iemand wil zelf op de buis, als hij niet al te lelijk is. En bij de openbare omroep is zelfs dat geen bezwaar, ten bewijze daarvan Ivan De Vadder.

Nu vraagt u zich natuurlijk af: ‘Heeft die expert gelijk?’ Ja.

Lees verder