Van de zweep

©BELGA

Iemand van u onlangs nog een renpaard gekocht? En? Tevreden van? Al iets gewonnen? Nu moeten we u toch waarschuwen, want Kaaiman heeft zich ooit lelijk in de luren laten leggen door een tweebenige Arabier die zelf heel wat beter bij de pinken was dan zijn vierbenige landgenoot waarmee hij ons opsolferde.

Anderhalf miljoen euro kwijt! Gelukkig betalen ze goed bij De Tijd. Ons toch, de rest schijnt minder te krijgen, maar dat is dan hun probleem. Zoals Confucius al zei: ‘De rijke hoeft zich niet te buigen over het lot van de arme, hij moet enkel vermijden dat lot zelf te ondergaan.’ Onder de Grote Roerganger werden dit soort blasfemische denkbeelden beloond met een gratis verblijf in een heropvoedingskamp, maar wij hebben de indruk dat men in het huidige China toleranter is geworden voor ideeën die als kapitalistisch gecatalogeerd kunnen worden.

Dus, wij hadden een paard gekocht. Een rechtstreekse afstammeling van de legendarische Nijinsky, de vermaarde Triple-Crown-winnaar, verzekerde de verkoper ons met een paar certificaten die er geen twijfel over lieten bestaan. Wel, het zal veeleer van dat peerd van Willem Vermandere hebben afgestamd. Liep nog trager dan de spitsen van Anderlecht. En was koppiger dan een ezel, zelfs dan Pa Back, en net als die laatste streken voor tien. Racen heeft hij nooit gedaan, onder meer omdat hij zich niet in de trailer liet leiden, ook niet met geweld tenzij van zijn kant. Het heeft twee van onze grooms een blauwe parkeerkaart opgeleverd. De eerste dag al trapte hij zijn nochtans speciaal ingerichte box aan spaanders, omdat die blijkbaar niet aan zijn hoge verwachtingen voldeed.

Op dat gebied zijn er natuurlijk precedenten. Iedere turfist kent de prachtige renbaan van Chantilly, in de groene long voor Parijs. Een van de mooiste hippodrooms ter wereld, in het begin van de 19de eeuw uitgebouwd onder auspiciën van Henri d’Orléans, de duc d’Aumale. Op de volle afstand vertrekken ze in Chantilly achter in het veld, galopperen eerst naar het majestueuze Musée du Cheval toe, nemen daar de bocht met op de achtergrond het adembenemende kasteel met zijn fantastische tuinen, en sprinten dan de laatste achthonderd meter op volle snelheid door naar de aankomst voor de oogverblindende hoofdtribune.

In de jaren zeventienhonderd was dat hele complex eigendom van prins Henri de Bourbon, bijgenaamd Henri le Fou, een verre voorvader van Farid. De prins was een raceliefhebber par excellence die ervan overtuigd was dat hij na zijn dood zou reïncarneren in een koerspaard. Daarvan was hij zo zeker dat hij in de stallingen alvast een gouden box met zijn naamplaatje liet installeren. Vijf jaar na zijn dood werd een van de eerste koersen in Chantilly gewonnen door een hengst waarin veel toeschouwers de typische draafwijze van prins Henri meenden te herkennen. Maar toen hadden zijn erfgenamen het goud van zijn box al verpatst.

Wat wij u, die na het lezen van dit alweer exceptionele luxemagazine misschien wat overmoedig bent geworden, met ons pijnlijke wedervaren willen inpeperen is dit: kijk goed uit uw doppen als u een volbloed arabier koopt. Zoals Theo Francken altijd zucht: het is niet omdat hun papieren in orde lijken dat ze het zelf zijn. En als u toch beslist het geld uit te geven, investeer dan meteen in een krachtige zweep, te vinden in elke fatsoenlijke erotheek.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content