Wasserij

De vlijmscherpe column van Koen Meulenaere

Het stond onlangs in De Tijd, waar wel meer in staat: ‘Belastingcontroleurs overspoeld met gegevens uit buitenland.’ Wat was er aan de hand? Onze staatstollenaars kregen vorig jaar 2,79 miljoen inlichtingen over Belgen die in het buitenland meer dan waarschijnlijk hun inkomstenbelasting hadden ontdoken. Dat is veel, 2,79 miljoen. A rato van ‘one man, one inlichting’ zou het willen zeggen dat er in ons land 2,79 miljoen fraudeurs zijn.

Het spreekt vanzelf dat onze belastingcontroleurs die toevloed aan verklikkingen niet kunnen verwerken. Dat doet ons denken aan een oude compagnon die van het pesten van overheidsdiensten een levensdoel had gemaakt. Hij deed dat in het kader van de burgerlijke ongehoorzaamheid die werd aangeprezen in de kringen waarin wij toen vertoefden, en in de kringen waarin wij nu vertoeven nog. Zo bestookte onze strijdmakker de fiscus met brieven als: ‘Geachte heer, mevrouw. In antwoord op uw schrijven van 12 dezer laat ik u hierbij de door u gevraagde facturen geworden, zodat het dossier kan worden afgesloten. Hoogachtend, Walter.’

In de omslag stak hij dan de rekening van een grasmaaier of koffiezetter, of een wat ingewikkeld ogend uittreksel van zijn bank, en omdat er helemaal geen schrijven van de fiscus was geweest, niet op 12 dezer en niet op een ander dezer, waren ze bij de belastingen dagenlang bezig met uitzoeken waarover het in ’s hemelsnaam ging. Dat noopte uiteindelijk tot de conclusie dat ze zelf een verregaande administratieve slordigheid hadden begaan, waarna ze onze vriend dan maar snel een fikse forfaitaire korting toekenden.

Een ander zou het daarbij laten en met het gewonnen bedrag een rondje geven op café, maar voor onze kameraad werd het een ideologische kwestie, wat altijd gevaarlijk is. In afwachting van het met militair geweld omverwerpen van de staat zette hij zijn eenmanssabotage met nog meer ijver voort. Toen de aanslagbrief in zijn bus stak, stortte hij met opzet 273 frank te veel op de rekening van Financiën. Daar zagen ze zich genoodzaakt zijn aangifte opnieuw uit te kammen om bloot te leggen waar de fout zat. Steevast leidde dat tot een andere uitkomst dan de eerste keer, waarna een hogere in rang ten derde male aan het rekenen sloeg en tot nog een ander bedrag kwam. Op een spoedberaad werd dan maar besloten die 273 frank integraal terug te storten. Op 4 oktober, we zeggen maar iets.

Dat was het moment waarop onze maat had gewacht. Weer klom hij in de pen: ‘Geachte heer, de storting van 186 frank op mijn rekening op datum van 2 oktober laatstleden moet een vergissing zijn. Aangezien ik volgens uw eigen schrijven van 22 september slechts recht heb op een bedrag van 157 frank, ben ik zo vrij de 46 frank die mij te veel is betaald terug te storten. Kunt u mij de ontvangst ervan bevestigen? Dank bij voorbaat. Walter.’ Hij maakte er een erezaak van bij zijn correspondentie altijd één cijfer in het referentie- of dossiernummer verkeerd op te geven, en telkens een andere datum van ‘uw schrijven’ dan de echte door te spelen.

Het laatste wat wij van hem vernamen, is dat hij in Luxemburg een wasserij was begonnen. Een witwasserij. Het lijdt weinig twijfel dat hij deel uitmaakt van die 2,79 miljoen.

Lees verder