Witte Azeiridder

De vlijmscherpe column van Koen Meulenaere

Hij zal er toch weer niet afgevallen zijn zeker, Marc Verwilghen? Naast Annick de enige ridder die niet op een paard kan blijven zitten. Pas vijf dagen geleden hebben wij hem hier opgevoerd.

Omdat zijn enige nut nog is om komkommertijdrubrieken als ‘Hoe zou het zijn met?’ te vullen, kwam hij deze keer in Het Nieuwsblad aan bod. We weten dan wat volgt: natrappen naar de clans De Gucht en Verhofstadt, die niet konden verdragen dat hij meer stemmen haalde dan zij. Bij Karel De Gucht kwam daar nog een delicate privékwestie bij. Verwilghen en Mireille Schreurs hebben lang geleden tijdens een van de beruchte jaarlijkse revues van de Oost-Vlaamse balie eens een mimespel achter een doorzichtige paravent opgevoerd, waarvoor de term pornografie ontoereikend was. Geschokte advocaten en magistraten zagen daar voor hun onthutste ogen een tafereel van ongeremde wellust en seksuele uitspatting dat zelfs in hun obsceenste dromen niet had kunnen opdoemen. In werkelijkheid stonden Verwilghen en Mireille een paar meter van elkaar elk afzonderlijk een volksdansje uit te voeren, maar dat riep in het tegenlicht aan de voorkant van het scherm een heel ander beeld op.

Hierover hield Verwilghen in Het Nieuwsblad de lippen op elkaar. Over de rest niet: ‘Als student had ik gezegd dat ik twee dingen nooit zou worden: advocaat en politicus. En het zijn de enige twee dingen die ik heb gedaan. Ik heb me laten overhalen om in de politiek te stappen door Guy Verhofstadt, een studiegenoot. Hij zocht iemand voor het kiesarrondissement Wetteren-Dendermonde. Ik kreeg de eerste plaats en zou sowieso verkozen zijn. Dat heeft me een eeuwigdurende ruzie opgeleverd met een streekgenoot die zelf die plaats wilde: Karel De Gucht.’

Tussendoor vertelde Verwilghen, naar nu blijkt met iets te veel trots, dat hij tegenwoordig voorzitter is van de Benelux-afdeling van TEAS, The European Azerbaijan Society. Hij lobbyt bij Europa voor de Azerbeidzjaanse saffraankrokussen en granaatappels. Verwilghen: ‘Azerbeidzjan is een boeiend en cultureel rijk land, met een hoge levensstandaard en ongelooflijke opportuniteiten. Het is maar drie keer zo groot als België, maar heeft negen verschillende klimaattypes en een heel rijke geschiedenis. Het democratisch gehalte is zijn grootste probleem. Het land was een Sovjetrepubliek en dat is een zware erfenis. De Azeri’s werken eraan hoor, de verkiezingen een jaar geleden verliepen zonder onregelmatigheden. En als ik hen af en toe zeg dat het voor Europa moeilijk is om met hen samen te werken tenzij bepaalde politieke gevangenen worden vrijgelaten, dan luistert men.’

En nu Lars Bové, de nachtmerrie van elke oneerlijke mens, en Pieter Haeck in De Tijd: ‘Uit documenten blijkt dat het autoritaire regime van Azerbeidzjan, dat volledig overheerst wordt door de familie van president Ilham Aliyev, een grote geldwitwasmachine heeft gebruikt. Tussen 2012 en 2014 zijn zo’n 16.000 betalingen gebeurd met meer dan 2,5 miljard dollar verdacht geld. Via rekeningen van schermvennootschappen in Estland zijn een twintigtal Belgische bedrijven, waaronder Proximus en Solvay, betaald voor een bedrag van meer dan anderhalf miljoen euro. Langs dezelfde weg stroomde smeergeld naar Europese politici die het Azerbeidzjaanse regime hielpen.’

Tot slot: rekenen met Kaaiman. We hebben één, en we tellen er één bij, dan hebben we twee.

Lees verder