column

Witte goede

De vlijmscherpe column van Koen Meulenaere

Pas op, er zitten ook veel filous tussen hoor, bij het verzorgend personeel. Die wil je de kost niet geven. Wij hebben ooit een zeer onvriendelijke verpleegster gehad toen we gehospitaliseerd waren. Ze had dan nog het lef te beweren dat wij een onhebbelijke patiënt waren. Kaaiman! Onhebbelijk!

Maar over het algemeen gesproken, het wordt ons door alle media ingepeperd, hebben we te maken met helden. Onze helden. Voor wie we oud beddengoed uit het raam hangen en des avonds, rond de klok van acht, verwoed beginnen te slaan op potten en pannen, op glazen en kannen, op allerhande geluid.

Een mens zou gaan vermoeden dat, als Zelfbediening W. Beke het coronavirus niet zelf heeft verspreid, hij toch gebeden heeft dat een ander het zou doen. En merkwaardig genoeg is verhoord. Door het af- en aanrijden van PostNL-bestelwagens vol nieuwe coronaslachtoffers, laatst een kat, hebben de verpleegsters en verplegers geen tijd meer om te gaan manifesteren tegen hun te lage loon en waardering. ‘De witte woede’ gemuteerd in ‘de witte goede’.

Laten we hopen dat dit tijdelijk is. Wij kijken nu al uit, vol verwachting klopt ons hart, naar hun eerstvolgende betoging in Brussel. Dat wordt een triomfmars, te vergelijken met de tickerttapeparades in New York. Op voorwaarde dat de regering-Van Ranst massa-events ooit nog toelaat. We raden Zelfbediening in elk geval af om ook deze keer de eisen van de sector te negeren of het wordt zijn dood, politiek en fysiek.

Zorgverleners verdienen niet veel. Ze verdienen veel meer te verdienen dan ze verdienen, maar wat ze zeker niet verdienen, niemand eigenlijk, is Zelfbediening W. Beke. Elke keer dat wij die jongen op televisie zien en horen, schudt ons hoofd zo heen en weer dat een buitenstaander een vergevorderd stadium van parkinson vermoedt. Het is bijna aandoenlijk, zoals hij blijft tateren en snateren, over n’importe quoi, en er nooit in slaagt al was het maar de indruk te wekken dat hij zelf begrijpt wat hij uitkraamt. Herman Verbruggen, het echte Marcske, heeft meer gedaan voor het welzijn van de Vlaamse bevolking dan zijn epigoon uit Leopoldsburg.

Wie ook krinkelt en kronkelt, is de liegende leider, die er tot zijn eigen verbazing plotseling niet meer toe doet. Heeft zichzelf ook nog buitengesloten van het zaterdagse juntabureau van de partijvoorzitters. Niemand houdt nog rekening met de N-VA. Jan Jambon doet zijn best om alle federale maatregelen tegen te spreken, en Ben Weyts blijft Ben Weyts: op Verkeer of Onderwijts, niemand luistert naar Ben Weyts. Maar bovenal spartelt de partij in de hoek der vergetelheid. 

Probeer de mensen nu maar eens te overtuigen van het nut van een confederale staatsstructuur. Of van de nood aan budgettaire orthodoxie. Zelfs migratie is geen thema meer, alle grenzen zijn gesloten. Zoals Theo vijf jaar lang heeft geëist, en nu het zover is, gaat Marc Van Ranst met de pluimen lopen.

Lees verder