Architecten zien ‘verloren ontwerpen' niet meer zitten

Gewonnen maar niet gebouwd: gemeentehuis Wommelgem. ©Architektenburo Jef Van Oevelen

Er gaat te veel tijd, geld en creativiteit verloren aan architecturale ontwerpen waarmee de overheid niets doet. Zelfs winnaars van openbare aanbestedingen verdwijnen in de papiermand.

In tegenstelling tot in het buitenland worden architectenbureaus in België meestal weinig of niet vergoed als ze meedoen aan een openbare aanbesteding of wedstrijd. Dat weegt steeds zwaarder. Een kantoor besteedt gemiddeld 429 uur aan een openbare aanbesteding. 10 procent van alle uren die per jaar worden gepresteerd in een bureau gaat naar aanbestedingen. De slaagkans is een op zes.

In 30 procent is er helemaal geen vergoeding voor het ingediende ontwerp, blijkt uit cijfers van G30, de vereniging van architectenbureaus. Slechts in 17 procent van de gevallen dekt de vergoeding minstens driekwart van de gemaakte kosten. Tegelijkertijd stelt de overheid steeds hogere eisen. De Vlaamse Architectenorganisatie NAV klaagt die wantoestanden aan met de lancering van een digitale bibliotheek met ‘99 verloren ontwerpen’, naar aanleiding van haar congres deze week over architectuur in competitie.

De overheid zit meer dan ooit op haar centen. Toch kan het anders, meent Kati Lamens, nationaal voorzitter van Vlaamse Architectenorganisatie NAV. ‘In zijn nieuwe richtlijn over de gunning voor overheidsopdrachten (die moest worden geïmplementeerd zijn voor april 2016, maar België heeft de deadline niet gehaald, red.) legt Europa de nadruk op duurzame ontwikkeling. De laagste prijs voor de bouw wordt niet langer als zaligmakend gezien. In de totale levenscyclus van een project vertegenwoordigen de bouwkosten maar 25 procent. De studiekosten (inclusief architectuur) vertegenwoordigen maar 10 procent daarvan; in de totale factuur is dat dus maar 2,5 procent. Meer aandacht voor de duurzaamheid moet kwalitatievere architectuur meer kansen geven.’

De concurrentie onder de architecten in België wordt steeds groter. Ze zijn al met zijn 17.000 en het werkvolume op de markt neemt in verhouding zeker niet toe. Vooral de lokale besturen hebben minder projecten of voeren ze uiteindelijk af. Het is een thema dat leeft aan de tekentafels. Bijna 1.000 architecten hebben op de website van NAV al een petitie getekend voor betere architectuurwedstrijden en -aanbestedingen.

Zodra een project effectief wordt binnengehaald, doet een architectenbureau nog steeds goede zaken. Het krijgt dan meestal een percentage van de totale bouwkosten van het project (in de buurt van 7 procent).

Niet logisch

Om een project binnen te halen moet een architectenbureau wel meedoen aan ontwerpcompetities en winnen. ‘Dat is niet nieuw. Sociale huisvestingsmaatschappijen hebben nooit betaald voor ontwerpen. Het probleem is dat men steeds meer uitgewerkte plannen vraagt alvorens te beslissen. Dat is niet logisch. U vraagt een aannemer toch ook niet om de fundamenten van uw huis te bouwen, alvorens te beslissen dat hij het huis mag bouwen?’, zegt Patrick Lootens van Polo architecten, een bureau met 60 medewerkers.

U vraagt een aannemer toch ook niet eerst de fundamenten van uw huis te bouwen, alvorens u beslist of hij het huis wel mag bouwen.
Patrick Lootens
Polo architecten

John Eyers van Jaspers & Eyers, het grootste bureau van het land, zit op dezelfde golflengte. ‘Meedoen aan een aanbesteding kost ons snel 50.000 euro, en dat kan oplopen tot enkele honderdduizenden euro’s. Voor kleinere bureaus is dat nog zwaarder om te dragen dan voor de grotere. Het is zinloos iedereen de hele rit volledig te laten uitrijden. Na een eerste schets kan men snel zien welk project goed zit. Het zou beter zijn door te gaan met een enkele ‘preferred bidder’. Als die toch niet goed zit, dan is een terugkeer mogelijk naar de vorige kandidaten die er tijdelijk niet meer voort op hebben gewerkt’.

Alle architecten hebben het bijzonder moeilijk met winnaars die dan toch hun project niet mogen realiseren. ‘In zo’n geval zou iedereen die meedeed zijn kosten vergoed moeten krijgen’, vindt Lootens.

Op de website van NAV staan enkele pijnlijke voorbeelden van ‘verliezende winnaars’. Het Vlaamse bureau Atelier Pierre Hebbelinck en Pierre de Wit leverde samen met collega’s van het bureau Hart Berteloot uit Rijsel het ontwerp dat de jury koos voor het tijdelijke Centre Pompidou in de Noord-Franse gemeente Maubeuge, een overheidsopdracht. Groot was de verbazing toen toch een andere partij de opdracht kreeg.

Ook dichter bij huis zijn er veel ongelukkige ervaringen. BEL Architecten won de wedstrijd voor de grondige renovatie en uitbreiding van het zwembad van Oostende, na een open oproep door de Vlaamse Bouwmeester. De stad Oostende voerde het plan af.

Het architectenbureau Jef Van Oevelen zag 280 uren verloren gaan voor zijn ontwerp voor het gemeentehuis van Wommelgem. Het bureau Gino Debruyne werkte 1.500 uur aan een politiekantoor in Brugge. Het beloofde prijzengeld werd niet uitgedeeld omdat ‘geen enkel van de ingediende ontwerpen van de vijf geselecteerde bouwteams aan de verwachtingen beantwoordde’. Later kwam er een nieuwe wedstrijd op basis van een bijgestuurde vraag waarbij het project dan toch aan een bureau (Achtergael) werd toegekend.

23.627 euro

De G30 berekende dat zijn leden per aanbesteding gemiddeld 23.627 euro investeerden in 2013. Dat bedrag is sindsdien nog toegenomen. 70 procent van de aanbestedingen in België gebeurt in een open procedure van een enkele ronde. Iedereen moet dus alles geven tot aan het einde van het project. In Duitsland is dat maar in 11 procent van de gevallen zo. In Frankrijk worden vrijwel alle kosten vergoed.

Die intensieve manier van werken garandeert in België niet de beste kwaliteit. Overheden zijn sterk geneigd (en de facto vaak verplicht) om het goedkoopste project te kiezen. Dat is zeker geen garantie om het meest geschikte ontwerp op de tafel van de jury te krijgen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud