opinie

De virtuele staking kan een alternatief zijn voor de minimumdienstverlening

Zowel de reizigers als de regering verwachten een minimumdienstverlening tijdens een staking bij de NMBS. Maar de vakbonden noemen dat ‘asociaal’ en willen er niet aan meewerken. Waarom niet de koppen bij elkaar steken over een alternatief: de virtuele staking?

Door Manou Doutrepont, expert arbeidsverhoudingen

Stakingen veroorzaken last en berokkenen schade. Dat is de bedoeling, om de werkgever onder druk te zetten tijdens een sociaal conflict. Een staking treft werkwilligen, treft dikwijls klanten, en treft soms leveranciers. De klanten kunnen consumenten, patiënten of reizigers zijn. Wanneer de klanten en de leveranciers ondernemingen zijn, kunnen ook hun werknemers schade ondervinden.

Het gebeurt dat de stakers zelf last hebben van hun acties. Zo schreef de innovatieondernemer Peter Hinssen hoe de staking van de Braziliaanse bankenvakbond de Brazilianen aanzette tot digitaal bankieren (De Tijd, 11 oktober). En behalve de (in)directe schade heb je de uitgestelde schade door het ‘veenbrandeffect’: de klanten eisen schadevergoeding en twijfelen aan de stiptheid van hun stakende leverancier, en de aandeelhouders overwegen om te investeren in locaties waar minder gestaakt wordt.

Out of the box

Bestaat een alternatief? Ja, als we out of the box denken. Ik heb het over de virtuele staking. Bij zo’n staking blijven de werknemers aan de slag, zien ze af van hun loon en doet de werkgever afstand van de inkomsten van die stakingsdag. De klant wordt verder bediend en betaalt voor de geleverde goederen en diensten. De werkgever stort de inkomsten van die dag daarna in een fonds bestemd voor een cultureel of sociaal doel. Om het systeem effectief te maken komen vakbonden en werkgever vooraf het bedrag overeen dat overeenstemt met een dag staking.

Voor een goed begrip, een collectieve actie om de reizigers niet te doen betalen voor een rit met het openbaar vervoer is mijns inziens geen virtuele staking. Wie een deel van zijn job niet uitvoert en toch rekent op 100 procent loon, staakt niet maar doet aan werkweigering. Een beetje staken kan niet. Het is binair: iemand staakt of werkt volgens de richtlijnen en onder het gezag van de werkgever.

Schade

Essentieel aan stakingen, virtueel of niet, is dat beide partijen schade ondervinden. De staker heeft geen loon, de werkgever kan geen producten of diensten leveren en verliest omzet. Die situatie - je kan ze een negatief evenwicht noemen - zet beide partijen onder druk om tot een compromis te komen. Even essentieel is dat derden geen schade ondervinden door een staking, maar er ook geen voordeel uit halen. Zoniet trekt de publieke opinie de legitimiteit van de vakbonden en van vakbondsacties in twijfel.

De virtuele staking is geen sociale innovatie. Het idee is al eerder naar voor geschoven, onder meer door de onderzoekers Stan De Spiegelaere (Europees Vakbondsinstituut) en Guy Van Gyes (HIVA). Het is ook een zeldzame keer toegepast, in de VS (1944) en in Italië (1999 en 2000). Maar die zeldzaamheid mag ons niet tegenhouden.

De virtuele staking is in essentie een zaak voor de sociale partners. Aan hen om die uit te werken binnen de afspraken die ze op voorhand maken om stakingen te organiseren. Daarvoor dienen de cao’s rond het statuut van de vakbondsafvaardiging. Het is mogelijk om de huidige procedure voor de beheersing van conflicten aan te vullen met een regeling rond de virtuele staking zonder de ‘gewone’ staking uit te sluiten. Zoals ik het zie, moet eerst een virtuele staking plaatsvinden voor de stakers het werk effectief neerleggen.

De sociale partners spreken ook op voorhand het bedrag af dat de werkgever moet storten in een fonds. Ze kunnen zeker een evenwicht vinden, want het beste alternatief is de ‘gewone’ staking.

De wetgeving kan de virtuele staking erkennen als een mogelijkheid die toelaat dat de werknemer werkt zonder het recht op loon. De voorwaarde zou natuurlijk een cao zijn die de virtuele staking regelt.

De wetgever kan verder gaan en de virtuele staking opleggen als verplichte passage vooraleer vakbonden daadwerkelijk het werk neerleggen. In onze geest blijft de stakingsvrijheid bestaan, maar de wetgever kan de uitoefening ervan tijdelijk schorsen - voor de duur van een virtuele staking. Dat kan uiteraard alleen maar voor sectoren die een strategische plaats innemen in de economie en in de openbare dienstverlening.

De virtuele staking treft de stakeholders en niet de shareholders, de beslissers en niet de derden. En daar gaat het toch om bij een staking? Dankzij de techniek is het mogelijk om de discussie over disproportionele stakingen en over de minimale dienstverlening af te koelen. Het is misschien niet de beste oplossing, maar zoals de filosoof Charles de Montesquieu zei: ‘le mieux est le mortel ennemi du bien’.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content