reportage

‘De president doodt ons als honden'

©Pascal Laureyn

De Filipijnse president Rodrigo Duterte wil zijn volk zuiveren van drugs en hij laat zich daarbij niet hinderen door wetten of praktische bezwaren. Een verslag van een doordeweekse nacht in de sloppenwijken van Manilla, waar de slachtoffers zich opstapelen in de lijkenhuizen.

Op het slecht verlichte binnenplein van een politiekantoor staat een tiental journalisten verveeld op een lijk te wachten. Zodra het fatale schot wordt gelost, zijn ze de eersten die het weten. De verslaggevers verzamelen elke nacht aan het hoofdkwartier van het Manila Police District.

Ze brengen verslag uit van de oorlog tegen drugs die president Rodrigo Duterte bij zijn aantreden ontketend heeft. Het afgelopen halfjaar werden meer dan 6.200 mensen zonder proces geëxecuteerd, vaak door onbekenden die nooit vervolgd worden.

Ook vannacht zullen doden vallen. Maar waar? Turend op hun smartphones houden de journalisten contact met hun tipgevers. ‘Het wachten is saai’, zucht plaatselijke journalist Sherbien. ‘Soms hoop ik dat er snel iemand vermoord wordt. Maar ik zou moeten bidden dat dat niet gebeurt.’

Niemand kan me stoppen. Ik slacht ze allemaal af.
Rodrigo Duterte
Filipijnse president

‘Zodra ze één lijk gezien hebben, willen ze meer.’ Rica is fixer. Vandaag leidt ze de documentairemakers van de Amerikaanse tv-ploeg Vice News rond. Net als Sherbien staat ze hier elke nacht, want de vraag van buitenlandse media is groot. ‘Ik heb verschillende andere onderwerpen voorgesteld. Maar sinds juli willen ze maar één ding: de drugsmoorden. Dood, bloed en emotie: alle elementen voor een goed verhaal zijn aanwezig.’

Aan het politiekantoor verschijnt nog een nachtbraker op zoek naar verhalen. ‘Ben je van België? Ik ook.’ Peter Bouckaert, directeur noodoperaties van Human Rights Watch, onderzoekt schendingen van de mensenrechten. Hij documenteert de drugsmoorden al maanden. ‘We willen weten wat er echt gebeurt. In de gevallen die we hebben onderzocht, was het politieverslag absolute fictie.’

Sukkelaars

De antidrugscampagne van Duterte verstevigt diens populariteit. Maar de sukkelaars in de sloppenwijken betalen de prijs. ‘Volgens ons onderzoek worden vooral zeer arme mensen doodgeschoten. Soms zijn het gebruikers of kleinschalige dealers, maar zeker geen grote criminelen’, zegt Bouckaert.

Het is 01.30 uur. Er is nieuws van de afdeling moordzaken. ‘Crime scene’, roept iemand. De adrenaline neemt het over van de vermoeidheid. Een race tegen de tijd begint. Het forensische team van Scene of the Crime Operatives (SOCO) heeft maar een half uur nodig om de plek van het misdrijf op te ruimen. Vaak gaat het slordig om met bewijsmateriaal. Als het lijk weg is, is er geen verhaal meer.

wat voorafging

Rodrigo Duterte schopte het vorig jaar tot Filipijns president. Die zege dankte hij aan zijn belofte om ‘de straten schoon te vegen’. Duterte heeft zijn kiezers ervan kunnen overtuigen dat drugs een nationale ramp zijn en dat ze het voortbestaan van de natie bedreigen. Hij alleen kan het land redden. ‘Alle klootzakken die met drugs te maken hebben, ga ik vermoorden’, zei hij in april vorig jaar. ‘Ken je een verslaafde? Vermoord hem. Ik geef je een medaille.’ Sindsdien worden mensen geëxecuteerd zonder proces en bewijsmateriaal. Mensenrechtenorganisaties maken zich zorgen over de straffeloosheid. ‘De wet wordt verkracht. Het is nu oké in de Filipijnen om iemand te vermoorden’, klink het bij Amnesty International. Vooral kleinschalige dealers en gebruikers zijn het slachtoffer van de drugsoorlog. De ironie wil dat de topdealers hun zaakjes vanuit de cel regelen. 75 procent van de drugshandel in het land kan getraceerd worden naar één gevangenis in Manilla.

Aan een rotvaart racen de perswagens naar de plaats van het drama. Rode lichten worden genegeerd en ongevallen nipt vermeden. De bestemming van het journalistieke stuntteam is de barangay van Navotas, een rommelige sloppenwijk.

Voor dit uur is er veel volk in de steeg. Twee ganzen dartelen door de nieuwsgierige menigte. De sfeer is bijna ontspannen, maar schijn bedriegt. Achter een politielint ligt een lichaam - lang haar, een kleurrijke short en een bebloed hemd - ineengedoken op de grond. Het slachtoffer staart met open mond naar de zwarte lucht. Het heeft drie schotwonden in de borst en een in het gezicht.

Een forensisch onderzoeker met blauwe handschoenen fotografeert het lichaam van Alvin Ronald de Chavez: 26 jaar, werkloos en transgender. In de wijk werd ze Heart genoemd. Ze werd een uur geleden door zeven gemaskerde mannen doodgeschoten. ‘Ze waren aan het lachen toen ze weggingen’, vertelt haar geschokte moeder. Het is vandaag al de tweede moord in de wijk.

©REUTERS

Volgens moeder Elena (61) begon Heart in november vorig jaar met een handeltje in shabu, een sterk verslavende methamfetamine. ‘Ze verdiende 500 pesos (9,50 euro) per dag, net genoeg om eten voor het gezin te kopen.’ Dan wordt het stil in de steeg. Buurtbewoners kijken zwijgend toe als het lichaam van Heart in een zwarte zak wordt gestopt. Het enige hoorbare geluid is haar huilende moeder.

Fixer Rica staat er ontroerd naar te kijken. ‘Het is hard voor de familie om onze interviews te doorstaan. Soms worden ze kwaad. Maar we moeten elke nacht documenteren wat echt gebeurt. Het is een slechte nacht als we een moord gemist hebben. Dan wordt dat verhaal niet verteld.’

Peter Bouckaert interviewt enkele getuigen. ‘We kunnen alleen onderzoeken wat hier gebeurt. Maar de internationale gemeenschap moet actie ondernemen. Duterte moet begrijpen dat hij niet zomaar duizenden mensen kan vermoorden.’

©Pascal Laureyn

Vals bewijsmateriaal

Als de laatste verhalen genoteerd zijn, bezoekt journalist Sherbien een wake in een beruchte sloppenwijk van Caloocan. Het lichaam ligt afgeborsteld in een zwart pak in een witte doodskist, omringd door kandelaars. Alicia Anas krijgt knuffels van de buren. Benedicto, haar 57-jarige man, werd vorige nacht vermoord.

‘Midden in de nacht werd de deur ingetrapt. Drie gemaskerde mannen kwamen binnengestormd. Ze waren nerveus. We wisten onmiddellijk wat ze kwamen doen.’ Alicia praat snel en gedetailleerd, ze wil haar verhaal vertellen om het zelf beter te begrijpen. ‘Dood hem niet. Dood mij’, smeekte ze terwijl ze haar man vastklampte. Maar ze werd naar buiten geduwd. Even was het muisstil. Toen hoorde ze 15 luide knallen.

De internationale gemeenschap moet actie ondernemen. Duterte moet weten dat hij niet zomaar duizenden mensen kan vermoorden.
pETER bOUCKAERT
Directeur noodoperaties hUMAN RIGHTS WATCH

Alicia toont de kogelgaten en de bloedvlekken in haar kleine woning. De steeg voor haar deur is net iets breder dan de open riool die erdoor stroomt. Nieuwsgierige kinderen verzamelen zich blootsvoets aan de deur.

‘Toen de politie na de schietpartij aankwam, vonden ze een zakje shabu en een wapen bij het lichaam. Dat is vals bewijsmateriaal, achtergelaten door de huurmoordenaars. Benedicto zag slecht en was te zwak voor drugs. Hij verkocht heiligenbeeldjes, geen shabu.’

©Pascal Laureyn

Volgens het officiële verslag van de undercoveragenten werd drugshandelaar Benedicto Anas op heterdaad betrapt. Hij werd doodgeschoten toen hij bij zijn arrestatie een wapen trok. Dat soort verzonnen verklaringen is knip-en-plakwerk geworden. De verdachte wordt schuldig verklaard en de agenten worden vrijgesproken. Er is geen onderzoek nodig: dossier gesloten, de volgende.

In de arme wijken van Manilla heerst een klimaat van angst. ‘Ze kunnen elk moment terugkomen, niemand is veilig. Als ’s nachts iemand op de deur klopt, weten we dat we zullen sterven’, zeggen de buren van Alicia Anas. ‘We willen hier weg.’

Aan de doodskist van Benedicto Anas spelen een tiental mensen pinta, een Spaans kaartspel. Ze zetten grote bedragen in. De opbrengst moet de begrafenis financieren, een dure ceremonie voor de arme sloppenwijkbewoners. ‘Dood aan Duterte’, klinkt het aan de kaarttafel. ‘De president doodt mensen als honden. Hij heeft geen medelijden. Hij moet aftreden of vermoord worden.’

Eigen schuld

Bij het verlaten van Caloocan zegt taxichauffeur Bogie dat hij de antidrugscampagne van zijn president wel goedkeurt. ‘Als je met drugs begint, weet je dat dat kan gebeuren. Wat is de juiste keuze? Doden of niet? Een dealer vernietigt de levens van tien anderen. Laat het vooruitgaan.’ ‘On God’s wheels’, staat in vette letters op zijn deur.

De nacht loopt op zijn einde en aan het politiekantoor druipen de mediamensen een voor een af. Vannacht zijn zes drugsmoorden gepleegd: Alvin Ronald de Chavez, Jerry Causapin, Rafe Diamante, Pablito Loberanes, Angelo Franchesco Ocampo en de nog ongeïdentificeerde verdachte nummer 424 worden vandaag aan de bedroevende statistieken toegevoegd.

‘Zolang er armoede is, zal de drugsgerelateerde criminaliteit blijven bestaan’, vindt Sherbien. ‘Alle dealers die ik ken, komen uit arme gezinnen. Ze hebben geen werk. Shabu is een ontsnapping uit de sloppenwijken. Zowel geestelijk als financieel is het een manier om te overleven. Het is onmenselijk om zo’n mensen te doden. Iedereen heeft recht op een tweede kans.’ Maar Duterte grossiert niet in tweede kansen. ‘Niemand kan me stoppen, ik slacht ze allemaal af.’

©Pascal Laureyn

Gesponsorde inhoud

Partner content