interview

De stijlfiguur: Sidi Larbi Cherkaoui

©ID/ photo agency

Choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui gaat niet meer op reis sinds hij de Shaolin-krijgers heeft ontmoet. De Duitse schrijver Thomas Mann veranderde zijn leven. En op zijn wishlist staat een sculptuur van Antony Gormley.

Op mijn nachttafeltje ligt vakliteratuur. Romans lees ik helaas te weinig, uit tijdgebrek. Ik doe continu research rond thema’s die in de dansvoorstellingen zitten waaraan ik werk. Bijvoorbeeld Pompeii. Nu sleutel ik aan een choreografie rond iconoclasme, dus verslind ik artikels over hoe iconen worden opgebouwd en afgebroken.

Een boek dat mijn leven heeft beïnvloed, is ‘De Toverberg’ van Thomas Mann uit 1924. Ik las het toen ik nog voor vertaler-tolk studeerde. De epische roman vat de tijdgeest uitzonderlijk goed en de personages zijn raak getypeerd. Het is een rollercoaster van historische, mystieke en bijna wetenschappelijke passages. De ruimtes die Mann beschrijft, kan je bijna ruiken, voelen en zien. Hij slaagt er zelfs in muziek zo te verwoorden dat je ze bijna kan horen. Hoe Mann al die disciplines verweefde, was heel bevrijdend voor mij. Het inspireerde me om in mijn dansvoorstellingen linken te leggen tussen uiteenlopende elementen: hiphop met religie, gevechtskunst met hedendaagse dans. Verschillende disciplines en referenties samenbrengen op één scène, dat artistieke uitgangspunt voor al mijn werk ontstond mee dankzij ‘De Toverberg’.

Een talent dat ik niet genoeg heb benut, is schrijven. Ik maak er te weinig tijd voor. Maar ik schrijf nog altijd veel liever dan ik lees. Een gesprek is een pingpong, waar je met z’n tweeën richting aan geeft. Maar wie schrijft, legt de pijlen zelf uit. Voor mij werkt het heel therapeutisch: het effent de weg naar nieuwe ideeën en inzichten. En het voorkomt dat gedachten in mijn hoofd etteren. Iedereen heeft een verteller in zich, denk ik. Iedereen wil zijn verhaal doen. Ik koos voor de kunstvorm dans en choreografie, waarin ik evengoed verhalen vertel. Maar als choreograaf leg ik niet alle pijlen zelf uit. Het creatieproces gebeurt gezamenlijk met de dansers. Vergelijk het met koken: sommige ingrediënten smaken meer door dan andere. Maar zelfs dansers met weinig inbreng kunnen toch dat extra smaakje aanbrengen. En dat maakt het gerecht af.

De reis die mijn leven veranderde, was die naar de Shaolin-monniken in China. Ik trok ernaartoe in 2007, toen ik nood had aan herbronning. In mijn hoofd ben ik een heel moeilijke mens, met veel ups en downs. Bij de monniken in de Shaolin-tempel kon ik wat afstand nemen van mezelf. Dat was dringend tijd. Ik ben er letterlijk een ander mens geworden. Die krijgers doen aan fysieke gevechtskunst als spirituele zoektocht. Heel inspirerend was het om te zien hoe zij hun hele leven vulden met eenvoudige, maar doordachte rituelen. Het maakte hen gelukkig, merkte ik. Dat was een eyeopener. In Europa zijn mensen het gelukkigst als ze met vakantie gaan. Ze werken voor hun congé. Daar was het omgekeerd: de dagelijkse discipline maakte hen sterk en gelukkig. Ik ben sindsdien nooit meer op vakantie geweest. Mijn werk voedt me mentaal genoeg om te blijven functioneren.

Puur escapisme is voor mij: blijven bewegen. Ik voel de noodzaak om af en toe ergens anders te zijn, om niet stil te staan of vast te roesten. Ik heb nood aan een wisselwerking met mensen, plekken en invloeden van over de hele wereld. Ik wil als mens in constante transformatie zijn. De definitie van het leven is voor mij: verandering. Ik wil dat er iets in mezelf beweegt. Zo blijf ik wakker. Dansen is voor mij begonnen als escapisme. In bewegingen kon ik vertellen wat ik als 19-jarige niet onder woorden durfde te brengen over mijn roots of mijn geaardheid. Als ik bewoog, kon ik authentieker zijn. Dansen hielp me om beter te praten en beter te schrijven.

Als ik een kunstverzamelaar zou zijn, kocht ik misschien wel werk van de Britse beeldhouwer Antony Gormley. Het is niet aan de orde: ik heb er het geld en de plaats niet voor. Maar ik vind wel van mezelf dat ik ervoor moet sparen, ook al is het onrealistisch. Ik snap maar al te goed het verlangen om je te omringen met kunstwerken van artiesten die je graag ziet. Ik herken die passie en die noodzaak bij kunstverzamelaars.

Een plek die onlangs indruk op me heeft gemaakt, is het Japanse eiland Sadu in de prefectuur Niigata. Ik voel me meer aangetrokken tot landschappen dan tot architectuur. En dan nog het liefst landschappen met sterke contrasten tussen bergen en zee, tussen vlak en heuvelachtig. Ik ga op zoek naar plekken waar je hoger of lager kan zijn. Omdat ik vanop verschillende niveaus naar de realiteit wil kunnen kijken.

Het bureau dat het huis van mijn leven mag bouwen, is B-Architecten. Ik heb er-mee samengewerkt voor mijn woning in Antwerpen. En ik ben er heel blij mee. Het bureau heeft een uitgesproken stijl, maar wel genoeg fantasie om zich in het hoofd van de klant in te leven. Heel fascinerend en attent. Het proces om samen met architect Dirk Engelen en zijn ploeg na te denken over welk huis ik precies wilde, was boeiend. Een soort vrije denkoefening leek het, waarbij veel onderweg nog veranderde. Vergelijkbaar met hoe we een dansvoorstelling in elkaar puzzelen.

Het huis van mijn dromen staat in verschillende steden tegelijk. Ik zou nooit fulltime op één plek willen wonen. Als ik echt geen budgetbeperking heb, wil ik graag een woonplek in New York, Tokio, Sidney en in een Shaolin-tempel. Allemaal plekken die me meer energie geven dan ze opslorpen. Het zijn plaatsen die me voeden. Als ik van zo’n plek thuiskom, voel ik dat er in mijn hoofd een paar deuren openstaan die ik anders moeilijker openkrijg.

©Photo News

Op de soundtrack van mijn leven staat traditionele volksmuziek uit Zuid-Italië, Zuid-Marokko of Corsica. Ik plan soms uitstapjes speciaal om dat soort liederen ter plaatse te kunnen horen. Het is muziek waarin je de invloed van het landschap hoort: heel boeiend, die wisselwerking. Die eeuwenoude liederen worden door de lokale religieuze leiders aanzien als heidens. Maar de mensen die ze zingen en doorgeven, ervaren een soort diepe spiritualiteit. Muziek emancipeert hen van de onderdrukking van hun godsdienst. Ik luister evengoed naar popmuziek. Ik ben gek op de Australische singer-songwriter SIA (foto). Haar stem is authentiek en emotioneel heel beladen. Ik hou ook van Woodkid, de artiestennaam van de Fransman Yoann Lemoine. ‘Run Boy Run’ is zijn bekendste nummer. Hij is een hele lieve man, een soort muzikale alchemist die ook video’s maakt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect