reportage

De vluchtelingen uit Myanmar die iedereen onverschillig laten

Enkele doodskisten van de in totaal 105 Myanmarese Rohingya's die begraven werden in het noorden van Maleisië. ©Reuters

Zeker 21 Rohingya’s zijn gisteren verdronken toen ze Myanmar ontvluchtten. Duizenden leden van de moslimminderheid zijn al omgekomen door een etnische zuivering. Het nieuwe bewind van Aung San Suu Kyi kijkt de andere kant op.

Op een hobbelig veldje tussen een rubberplantage en een smalle weg in het gehucht Kampung Tualan, Noord-Maleisië, liggen 105 Myanmarese Rohingya’s begraven. Namen hebben ze niet, hun lichamen waren onherkenbaar toen de Maleisische politie ze vorig jaar ergens diep in de jungle in het grensgebied tussen Thailand en Maleisië uit een massagraf haalde.

Mohamed Noor, voorzitter van de Rohingya Society Malaysia (RSM), staat wanhopig voor de zerken. ‘Deze mensen ontvluchtten hun thuisland omdat het daar onleefbaar voor hen is. Ze hadden geen andere keus. Er is een genocide tegen hen gaande.’

©Mediafin

De Rohingya’s zijn een islamitische minderheidsgroep uit Myanmar die al generaties zwaar wordt onderdrukt. Omdat de overheid hen niet beschouwt als burgers, maar als illegale migranten uit Bangladesh, genieten ze geen rechten en krijgen ze restricties opgelegd in vrijwel ieder aspect van hun leven. Zo mogen ze niet trouwen, vrij reizen en goede scholing volgen.

Etnische spanningen tussen boeddhisten en Rohingya’s in de westelijke deelstaat Rakhine leidden in 2012 tot grootschalige rellen. Daarna werden 140.000 Rohingya’s gestuurd naar door het leger afgesloten opvangkampen. Ten minste 200.000 Rohingya’s vluchtten naar het buurland Bangladesh, een land nog armer dan Myanmar.

Duizenden anderen vluchtten de zee op, op zoek naar een veilig heenkomen in Maleisië of Indonesië. Soms dreven ze maanden rond, niet welkom in welk land dan ook. Volgens Amnesty International liep het aantal mensen dat vorig jaar omkwam van de honger, dorst, verdrinking of geweld op tot enkele duizenden.

Honderden Rohingya's op zoek naar een beter leven werden in mei vorig jaar aangetroffen in een gammele vissersboot van mensensmokkelaars. ©EPA

Massagraven

Eenmaal aan land in de buurlanden belanden velen in afgelegen junglekampen. Ze mogen pas vertrekken als familie honderden euro’s betaalt aan de smokkelaars. In mei werden de kampen wereldnieuws toen de politie tientallen massagraven vond, onder andere aan de Thais-Maleisische grens. Kogelhulzen, beenderen en martelwerktuigen waren de stille getuigen van wat er gebeurd moet zijn.

Noor begeleidde de lichaamsresten in augustus naar hun laatste rustplaats en leidde een dienst voor de anonieme doden. Het is de eerste begraafplaats voor slachtoffers van dit drama. Hij vreest voor nog meer doden als opnieuw groepen Rohingya’s Myanmar ontvluchten. Zijn vrees werd gisteren bewaarheid. De VN-rapporteur voor Myanmar, Yanghee Lee, meldde dat zeker 21 Rohingya’s stierven bij een schipbreuk. Onder hen negen kinderen. ‘Er moet een oplossing gevonden worden’, zei hij.

Een van de Rohingya’s die de tocht overleefd heeft, is Diaburahamam (17). In een koffiehuis in Alor Star, in het noorden van Maleisië, wrijft hij over een wonde op zijn linkerbeen die hij opliep toen soldaten hem met stokken sloegen nadat hij een vis had gevangen. Daarna droegen ze hem op Myanmar te verlaten.

Ik zag hoe mensen werden doodgeslagen door de smokkelaars en overboord werden gegooid.
Diaburahamam
Rohingya-vluchteling in Maleisië

Begin december 2014 stapte hij op een overvol schip dat hem voor omgerekend 1.500 euro naar Thailand zou brengen. Omdat de brandstof opraakte, dobberde het weken op zee. ‘Mensen vochten om voedsel en water om te overleven’, zegt hij. ‘Ik zag hoe mensen werden doodgeslagen door de smokkelaars en overboord werden gegooid. Iedereen was bang om te sterven.’

Na veertig dagen kwamen de 200 overgebleven opvarenden aan in Thailand. Uitgeput werden ze de jungle in gedirigeerd. Na twee dagen lopen kwamen ze aan op een plek midden in de jungle waar met plastic zeilen een soort tentenkamp was gemaakt. ‘Er zaten tien mensen verspreid onder zeilen. Toen ik beter keek, zag ik dat er drie dood waren. De anderen waren zo uitgemergeld dat ze bijna niet meer konden spreken’, zegt hij.

De dagen die volgden, waren een hel. De smokkelaars sloegen hem en bleven maar vragen waarom hij hier was zonder geld. Hij moest zijn ouders bellen om 1.400 euro bijeen te vinden om hem vrij te kopen. Anders zou hij ook sterven, dreigden ze. Na een week lukte het zijn familie te betalen en mocht hij gaan. Na twee dagen en nachten lopen kwam hij aan in Maleisië, waar hij onderdak vond in een detentiecentrum van de overheid.

‘Ik ben nu vrij’, zucht hij zacht. ‘Maar het lukt me amper om te overleven. Wat ik verdien, is niet genoeg om van te leven. Ik wil verder reizen naar een land waar ik rechten heb. Dan kan ik een leven opbouwen en mijn familie helpen.’

Aung San Suu Kyi zwijgt

De ontdekking van dodenkampen in het grensgebied tussen Thailand en Maleisië schokte de wereld in mei vorig jaar. De Amerikaanse president Barack Obama en VN-leider Ban Ki-moon uitten hun afgrijzen.

Human Rights Watch noemde de omgang met Rohingya’s door het regime de voorbije jaren ‘etnische zuivering’. Opvallend is dat ook de nieuwe leider van het land, Nobelprijswinnares voor de Vrede Aung San Suu Kyi, niet meteen aanstalten maakt om de benarde situatie van de Rohingya’s (wier naam ze zelfs niet uitspreekt) te verbeteren. Begin deze week zei ze wel dat ze een democratische federale unie wil bouwen waarin ‘plaats is voor etnische minderheden’.

Toch gebeurt er weinig om het drama te stoppen. De ASEAN, een alliantie van Aziatische landen, beroept zich op een oud non-interventieverdrag en kijkt zwijgzaam toe. De VN stellen dat ze niets kunnen doen omdat ze een organisatie zijn, en geen staat. En Maleisië en Thailand weigeren vluchtelingen die de overtocht overleven adequaat te helpen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect