opinie

De zin en onzin van het loon van Bracke

Bart Maddens

Het loon van de Kamervoorzitter is duizelingwekkend, maar het is een kwestie van loonspanning. Zo’n hoog loon is nodig als je politici op een lager echelon nog riant wil vergoeden.

Door Bart Maddens, politicoloog KU Leuven

Er zijn de jongste tijd een paar wantoestanden over de intercommunales aan het licht gekomen. En toch had ik soms een ‘Much Ado About Nothing’-gevoel. Neem de kwestie van de Kamervoorzitter. Gek hoe het belang van die functie kunstmatig wordt opgeblazen. Hij is ‘de eerste burger van het land’ en moet dus ‘boven de mêlee’ staan.

De parlementsvoorzitter staat aan de top van een hiërarchie van parlementsleden met een speciale status, die allemaal extra verdienen.

Maar dat klopt natuurlijk niet. We hebben geen traditie van een politiek aseksuele parlementsvoorzitter. Integendeel, hij wordt aangesteld door de regeringscoalitie. Zeker, van de voorzitter wordt verwacht dat hij in alle objectiviteit de plenaire vergadering voorzit. Net zoals een commissievoorzitter dat op een lager niveau moet doen. Voor de rest is de voorzitter een parlementslid zoals een ander. Hij moet geen volstrekt onthechte figuur zijn die zich niet mag inlaten met ordinaire politiek.

Soms lijkt het alsof de Kamervoorzitter verward wordt met de koning. Eerlijk gezegd is dat op zich niet zo gek. Je kan je voorstellen dat de Kamer autonoom een voorzitter kiest. Iemand met een lange staat van dienst en een groot gezag. Iemand die zich vervolgens volstrekt afzijdig houdt van de partijpolitiek en - zoals de speaker van het Britse Lagerhuis - zelfs niet meestemt. Zo’n parlementsvoorzitter zou veel beter geschikt zijn dan de koning om de regeringsvorming aan te sturen. Alleen, dat systeem hebben we niet.

Prins Laurent

Maar waarom is het loon van de Kamervoorzitter zo hoog? Om hem toe te laten in alle onafhankelijkheid zijn representatieve functie uit te oefenen? Zodat hij zijn handen niet vuil hoeft te maken aan een andere job? Een beetje zoals Prins Laurent dus?

©Photo News

Alweer onzin. De parlementsvoorzitter staat aan de top van een hiërarchie van parlementsleden met een speciale status, die allemaal extra verdienen. Het gaat onder meer om de ondervoorzitters, fractievoorzitters en commissievoorzitters. Het is een kwestie van loonspanning. Als je de politici op een lager echelon nog riant wil vergoeden, dan komt je voor de voorzitter uit op een - inderdaad - duizelingwekkend bedrag. Dat mag wel wat minder zijn, veel minder zelfs.

Los daarvan heb ik er geen probleem mee dat de parlementsvoorzitter, net als andere parlementsleden, nog met één been in het beroepsleven staat. Dat is gezonder dan het tegenovergestelde: parlementsleden die het echte professionele leven, buiten de kaasstolp, amper kennen.

Inteelt

Nochtans evolueert het de jongste decennia eerder in die verkeerde richting. Steeds meer verkozen parlementsleden hadden als beroep ‘politiek medewerker’. Het gaat om mensen die voor de partij of op een ministerieel kabinet werkten. Bij de lijst-samenstelling rekruteren partijen meer en meer eigen werknemers. Die zijn overigens ruim voorradig, dankzij de immense overheidssubsidies.

Op die manier ontstaat een systeem van inteelt. Het parlement bestaat dan uit politieke professionals die hondstrouw zijn aan de partij omdat ze nergens op kunnen terugvallen. Parlementsleden mogen geen andere job hebben omdat ze anders niet meer onafhankelijk zijn, klinkt het. Maar is het niet juist omgekeerd? Pas als ze wel een andere job hebben, worden ze wat minder afhankelijk van de partij.

Parlementsleden mogen geen andere job hebben omdat ze anders niet meer onafhankelijk zijn, klinkt het. Maar is het niet juist omgekeerd?

Een mandaat van parlementslid is bovendien allesbehalve een springplank naar een topjob buiten de politiek. Daarbij komt dat de parlementaire loopbaan steeds korter wordt, door de toegenomen electorale volatiliteit. Dan kan je toch moeilijk van parlementsleden verwachten dat ze tijdens hun mandaat alle bruggen met het professionele leven opblazen.

In het oude Rome werd Cincinnatus alom geroemd omdat hij na zijn loopbaan als staatsman gewoon weer als boer aan de slag ging. Ook al vertelt de overlevering dat niet, allicht zal de man tijdens zijn politieke carrière wel wat bijgeklust en bijverdiend hebben op de boerderij, om de voeling met de job niet te verliezen.

Lees verder

Tijd Connect