interview

'Een land zonder leger? Bonne chance'

David Van Reybrouck in gesprek met kolonel Christophe Onraet over de voorstelling 'Para'. ©karoly effenberger

David Van Reybrouck schreef een toneelstuk over de Belgische missie in Somalië, voor altijd verbrand door de martelpraktijken door enkele para's. 23 jaar later blikt ook kolonel Onraet terug op zijn tijd in Somalië. Een gesprek tussen een para en een pacifist, met een verrassende ontknoping. 'Ik ben een wereldverbeteraar.' 'Echt waar, kolonel?'

Acteur Bruno Van den ­Broecke staat vlak na de avant-première in de Brusselse KVS nog in schuim en zweet na te blazen als kolonel ­Onraet al op het podium springt om hem op enkele feitelijke fouten te wijzen. ‘De legerrangen die je opnoemde, kloppen niet helemaal. De graden van adjudant-majoor en eerste korporaal-chef bijvoorbeeld bestonden nog niet in 1993.’ De kolonel is opgetogen over wat hij net heeft gezien. ‘Vanaf de eerste seconde had je me mee. Je bracht me helemaal ­terug in Somalië. En hoe je daar stond in je T-shirtje, wijdbeens,... Je was een echte para. Alles zat erin: de ambities, de twijfel, de ontgoocheling, de frustraties. Ongelooflijk hoe je de complexiteit van die ­crisis in één monoloog kan duiden.’

Na ‘Missie’, over een pater in Congo, koos Van Reybrouck met 'Para' opnieuw voor een beladen hoofdstuk uit de Belgische geschiedenis. Hij is opgelucht over het resultaat op scène, zegt de schrijver. ‘Ik ben blij dat ik de juiste balans gevonden heb. Militair gesproken was deze missie een succes. Maar op het terrein zijn de zaken soms grondig misgelopen.’

De missie in Somalië was met de ontplooiing van drieduizend militairen de grootste naoorlogse Belgische operatie in Afrika. De menselijke tol bleek groot: er stierven vijfhonderd tot duizend Somali’s en er sneuvelden zes Belgische para’s. Maar de zending is voor altijd gebrandmerkt door twee vreselijke beelden: die van een jongetje dat boven een kampvuur wordt gehouden, en een para die op een Somali urineert.

Voorbij de feitelijke gruwel gaat de voorstelling vooral in op de psychologie van de para, en op de ontregelende ervaring van een gewapende vredesmissie in een vreemd en vijandig gebied. Waar qat kauwende kinderen kalasjnikovs dragen en vaders hun dochter aanbieden in ruil voor een blikje cola. Waar de lokale bevolking het ene moment hete thee met verse honingraat aanbiedt, en de volgende dag het vuur opent vanaf een aftandse Nissan.

‘Het stuk is ode noch aanklacht’, zegt Van Reybrouck. ‘In die zin is het geen toeval dat ik dit stuk na ‘Missie’ schrijf. Het gaat telkens om publieke figuren over wie mensen vooral denken in ­clichés. De missionaris is een halve heilige of een perverse koloniaal, de para is een held of een schurk. Door mensen aan het woord te laten over wie we zo vaak spreken, probeer ik begrip te genereren. En empathie.’

Die schijnexecuties in Somalië? Om ze schrik aan te jagen.
Christophe Onraet
luitenant-kolonel

Er was wat zenuwachtigheid in het leger over het stuk, kolonel?

David Van Reybrouck: ‘Dat was in de ­katholieke kerk ook zo bij ‘Missie’. Uiteindelijk zijn de nonnekes met bussen aan­gevoerd.’

Christophe Onraet: ‘Ik zat met vraagtekens, geen scepsis. Maar de realiteit wordt goed benaderd. We hebben daar het verschil gemaakt. De meesten van onze mensen zijn fier over wat ze gedaan hebben. Maar het werk was niet af.’

Van Reybrouck: ‘De para’s die ik sprak voor dit stuk waren vaak gefrustreerd. Ze vonden dat ze het al bij al niet zo slecht hadden gedaan, maar na de overdracht aan de Indiërs zat het spel na twee weken weer op de wagen. Een dag na de aflossing hadden ze al een kind doodgereden met hun grote tanks. Somalië is vandaag, meer dan twintig jaar later, nog altijd het archetype van een failed state. Sommige para’s hebben ook gewetensproblemen: hoe kan ik omgaan met wat ik daar heb gedaan? Maar wie erover praat, wordt door z’n omgeving vaak nog verder de grond in geboord als een totale smeerlap.’

Onraet: ‘Ik heb mij nooit moeten verantwoorden. Wij, het hogere kader, stonden in Somalië niet constant in de vuurlijn. Niet dat ons verblijf comfortabel was. Maar wij stonden niet de hele nacht op post met een wapen, er werden geen stenen naar mij gesmeten. Het onbegrip was waarschijnlijk groter bij mensen die daar dagelijks mee geconfronteerd werden. Zij dachten: ‘Ben ik daarvoor naar hier gekomen? In plaats van dankbaarheid te krijgen, wordt er op mij geschoten.’ Dat blijkt ook mooi uit het stuk.’

Een land zonder ­leger? Bonne chance.
David Van Reybrouck
schrijver

In het stuk hoor je ook kritiek op de afstand tussen legerleiding en soldaten: de top zat in een ivoren toren en wist te weinig wat op het terrein gebeurde.

Onraet: ‘De troepen, uiteindelijk maar zeshonderd man in eerste linie, werden uitgesmeerd over een groot gebied en kregen veel opdrachten. De tactische chef moest op meerdere aparte posten toezicht houden. Dan kunnen er zaken gebeuren die pas later aan het licht komen.’

Van Reybrouck: ‘Het hogere kader benadrukt de militaire successen en gaat soms voorbij aan wat op het terrein is misgegaan. Dat ging over meer dan incidenten waar toevallig een foto van is opgedoken. Er heerste na verloop van tijd een echte cultuur van racisme.’

Onraet: ‘Op een gegeven moment zijn veel emmertjes volgelopen. Dat is zeker geen racisme maar eerder frustratie.’

Van Reybrouck: ‘Wat vonden jullie dan van het rapport van African Rights waaruit bleek dat een lijk achter een vrachtwagen werd gebonden? En ook een levende Somali? Een kind van een brug geduwd?’

Onraet: ‘Dat wist ik niet.’

Is het niet vreemd dat u daar niet van op de hoogte bent?

Onraet: ‘De details van wat er gebeurd is, kan ik mij niet voor de geest halen omdat ze mij nooit bekend zijn gemaakt.’

Er zijn zware vergrijpen voor de krijgsraad gekomen: moord, schijnexecuties.

Onraet: ‘De schijnexecuties, dat herinner ik me. Het was blijkbaar de bedoeling ze eens goed de levieten te lezen zeker, ze schrik aan te jagen om ze te beletten om nog eens te roven. Ja, vanwaar komt zo’n fantasietje?’

‘De hele paragemeenschap was blij dat die zaken tot op het bot zijn uitgespit, ­zodat duidelijk werd wie zijn boekje te buiten was gegaan. Want het hele korps werd ­erdoor besmeurd.’

Van Reybrouck: ‘Je zegt dat het gaat om enkele rotte appels op uiteindelijk drieduizend soldaten. Maar wat doe je dan met het verhaal van Abdelaziz Zoubir, de eerste Marokkaanse para? Hij stelt dat 90 tot 95 procent van het korps extreemrechts was. En hij kon het weten, want hij heeft al dat racisme mogen ondergaan.'

Onraet: ‘Ik heb ook in dat bataljon gediend, we wisten dat een aantal elementen er redelijk rechtse gedachten op nahield. Maar ik vraag me af hoe hij dat percentage van 90 procent berekend heeft. Ik kan er mijn hand voor in het vuur steken dat dat voor een heel aantal mensen niet zo was.’

Van Reybrouck: ‘Is er intussen iets aan de opleiding veranderd? Een van mijn informanten verwoordde het zo: in een hol vat kan je veel steken. Je kleedt een persoon helemaal uit en moedigt daarna de groepsdynamiek aan. Zo gaat elke para de buitenwereld met een andere blik bekijken.’

Onraet: ‘We willen zeker zijn dat de toekomstige paracommando’s niet breken onder mentale druk. Je buddy is je levensverzekering, hij mag niet doorslaan. Maar in het opleidingscentrum in Marche-les-Dames bevind je je niet in een levensbedreigende situatie, stresssituaties moet je dus artificieel oproepen. Dat kan door ze lang niet te laten slapen, door onzekerheid te installeren en geen informatie te geven over het verloop van de dag. Je zet ze in het donker, soms met weinig eten, en dan ga je roepen. Zo benader je stilletjesaan een stressniveau om te kijken hoe ze reageren. We leiden ook geen koorknapen op, hé. Het is niet voor de scouts. Dit is een gevechtseenheid.’

‘In de huidige opleiding wordt het belang van de individuele beoordeling veel meer beklemtoond. Acties van één enkeling kunnen immers het verschil maken. Daarom moet de soldaat zijn omgeving, zijn rol en de gevolgen van zijn daden daarin zeer goed begrijpen.’

Van Reybrouck: ‘De vraag is: kan je een goeie militair kweken die tegelijkertijd zijn menselijkheid niet verliest?’

Ik probeer de menselijkheid te tonen van mensen die als onmenselijk worden beschouwd.
David Van Reybrouck
schrijver

‘‘Een echt para is iemand met harde kop, een groot hart, en enorme kloten’, luidt het in het stuk. Kolonel, waarom bent u eigenlijk para geworden?

Onraet: ‘Het is iets buitengewoons, sportief en avontuurlijk. En ik deed het ook uit idealisme. Dat heb ik tot op de dag van vandaag.’

Van Reybrouck: ‘Echt waar? Wat waren die idealen?’

Onraet: ‘Ergens zijn wij wereldverbeteraars. Je wil niet aan de kant blijven staan en zeggen hoe het zou moeten gaan. Je wil het verschil echt zélf maken.’

Zit er in David Van Reybrouck een verborgen militair? In het stuk beschrijft u uitvoerig de krachtige emotie van het parachutespringen. U hebt ook ooit gesprongen bij een stage in het leger.

Van Reybrouck: ‘Euhm... (denkt na) Neen. Ik heb bewondering noch afkeer. Maar als pacifist ben ik wel voorstander van een leger. Ik heb in Congo gezien wat er gebeurt als een land geen leger heeft, wel: bonne chance. Vier dagen na de onafhankelijkheid zijn de militairen beginnen te muiten, en het land leeft nog steeds onder de chaos.’

‘Als ik met vrienden over mijn stuk praat, hoor ik dat ze absoluut niet zouden willen dat hun kind ooit voor het leger kiest. ‘Mijn opvoeding zou dan mislukt zijn’, zeggen ze. Wel, al heb ik makkelijk praten omdat ik kinderloos ben, toch zou ik daar totaal geen moeite mee hebben. Omdat ik denk dat een democratie als de onze een goed werkend leger nodig heeft.’

De para’s die ik sprak voor dit stuk waren vaak gefrustreerd.
David Van Reybrouck
schrijver

Iets wat de Belg sinds een jaar aan den lijve ondervindt nu de militairen ook in onze straten patrouilleren?

Van Reybrouck: ‘Die mensen doen correct hun job. Ze staan daar nu twee jaar, en het grootste schandaal tot nog toe is dat er eentje is gaan winkelen in de Rituals. Maar ik ben absoluut geen voorstander voor die langdurige militaire aanwezigheid in het straatbeeld. Het is zinloos.’

Onraet: ‘Natuurlijk hebben we zo als leger kunnen tonen hoe ­belangrijk we zijn in een samenleving...’

Van Reybrouck: ‘Het is inderdaad eens iets anders dan Xavier Waterslaeghers uit de tv-reeks ‘F.C. De Kampioenen’.’

Onraet: ‘... maar je krijgt nu het perverse effect dat we niet meer kunnen trainen op onze kerntaken. Als een artillerist niet kan oefenen met zijn kanon, of een infanterist niet met zijn voertuig, verliest hij zijn geloofwaardigheid. Uiteindelijk staan de ­militairen er vooral als afschrikmiddel Want echt ingrijpen is moeilijk: net als in Somalië is het ook hier bijna onmogelijk om een terrorist te onderscheiden van een burger.’

‘Zo komen onze toekomstige engagementen voor de NAVO of de VN in gevaar. We moeten als Belgisch leger onze verantwoordelijkheid in de rest van de wereld blijven nemen. Er zijn mensen die zeggen dat we rond elk conflict gewoon een prikkeldraad moeten spannen en afwachten tot die mensen het onder elkaar uitgevochten hebben. Dat is platvloers en cynisch. Je kan niet altijd aan de kant blijven staan.’

Ik heb na al mijn ­missies in het ­buitenland geleerd dat de wereld veel complexer is dan we denken.
Christophe Onraet
luitenant-kolonel

Intussen dreigt Donald Trump de militaire paraplu van de VS waar Europa zo lang onder leefde dicht te plooien. En zal België misschien weer zwaar moeten ­investeren in defensie. Kan de pacifist David Van Reybrouck daarmee leven?

Van Reybrouck: ‘Ik heb in elk geval het ­gevoel dat we historische tijden beleven. Onze politici hebben altijd beweerd dat Europa welvaart en veiligheid gebracht heeft. De welvaart is intussen aan het dalen, en de veiligheid hebben we via de NAVO bijna gratis gekregen van de Amerikanen.’

Onraet: ‘Dat zogenaamde vredesdividend raakt stilletjes aan op. Iedereen in Europa zal dus zijn steentje moeten bijdragen om een legermacht op te bouwen die voldoende afschrikt. Want als je de tegenstander niet langer overtuigt dat zijn leger zwakker is dan het jouwe, dan zou hij wel eens durven toe te slaan. Het is voldoende dat iemand de perceptie of de illusie krijgt dat het kan, en het gebeurt.’

Ik ben voorstander van een dienstplicht.
David Van Reybrouck
schrijver

Hebt u het nu over Vladimir Poetin?

Onraet: ‘Ik lig daar van wakker, ja. Als ik je stukken lees, David, dan besef ik dat we op een hellend vlak zitten. En met mijn kinderen in het achterhoofd vind ik dat een veel belangrijker thema dan het pensioendebat, eerlijk gezegd.’

Van Reybrouck: ‘De jaren 90 lijken plots ontzettend veraf. De muur was gevallen, Mandela vrijgelaten, Clinton verkozen. We hadden ons ingezet om de hongersnood in Ethiopië te bestrijden, en toen besliste België om, zonder grote economische belangen en dus om humanitaire redenen, militair in te grijpen in Somalië. ‘We are the world, we are the children’, weet je wel. En een kwarteeuw later zitten we in een totaal andere wereldorde waarin we ons moeten afvragen of Poetin de Baltische staten zal binnenvallen, of een herhaling van het scenario in de Krim mogelijk is. President Assad zit in Syrië steviger dan ooit in het zadel. De democratiseringsgolf van de Arabische Lente is stilgevallen.’

Onraet: ‘Ik las onlangs het boek ‘Sleepwalkers’ van Christopher Clark. Daarin beschrijft hij hoe Europa ondanks alle diplomatieke pogingen al slaapwandelend in de Eerste Wereldoorlog beland is. Wel, ik herken daar enorm veel parallellen in. Het is net alsof we ons in het jaar 1912 bevinden.’

Het vredesdividend in Europa raakt stilaan op.
Christophe Onraet
luitenant-kolonel

Straks zegt u nog dat we de dienstplicht opnieuw moeten invoeren?

Onraet: ‘Ons beroepsleger is professioneler en efficiënter dan ooit. Als je daarin blijft investeren, volstaat dat voorlopig. Maar ik sluit niet uit dat de dienstplicht ooit terugkomt, neen. Als het water ons tot de lippen staat, dan zullen de grote Europese landen niet anders kunnen, en dan moeten wij gewoon volgen.’

Van Reybrouck: ‘Ik ben voorstander van een dienstplicht. De Vrijdaggroep, een denktank van jonge intellectuelen, pleitte onlangs voor de invoering van een militaire of civiele dienstplicht. Gewoon al om ervoor te zorgen dat we elkaar weer leren kennen. We zitten allemaal in onze eigen filterbubbel. Op Facebook chatten we enkel met mensen die denken zoals wij. Zo’n dienstplicht is een manier om elkaar weer te leren kennen, om duurzaam met elkaar te leren samenleven. In Frankrijk is zo’n vrijwilligerskorps opgericht en dat kent een enorm succes. Die twee weken dat ik in Schaffen ben gaan springen, waren superboeiend. We zaten daar met zestig Vlamingen en zestig Walen met verschillende ­achtergronden. Dat was een van de meest sociale activiteiten die ik ooit beleefd heb.

Is uw eigen denken tegenover para’s of het leger fundamenteel veranderd door dit stuk te schrijven?

Van Reybrouck: ‘Mocht ik vol vooroordelen gezeten hebben, was ik er waarschijnlijk nooit aan begonnen. Veel van mijn werk is een poging tot mededogen. Of het nu met een missionaris of een para is die rare dingen gedaan heeft. Ook mijn burgerinitiatief G1000 past daarin: ik probeer empathie op te wekken voor andere standpunten. In ‘Para’ probeer ik de menselijkheid te tonen van mensen die als onmenselijk worden beschouwd. En ook de onmenselijkheid van wie altijd met zijn menselijkheid staat te zwaaien. Een van de meest cruciale passages in het stuk vind ik het moment waarop de para aan het publiek vraagt: ‘Je kan hier wel op mijn kap zitten voor die wantoestanden. Maar ik heb wel mijn leven geriskeerd voor andere mensen die in de ellende zaten. Hoeveel van jullie hebben dat ooit gedaan?’’

Onraet: ‘De grens tussen goed en kwaad is niet altijd makkelijk te bepalen. Als je als para beschoten wordt, is het natuurlijk duidelijk wie de slechterik is. Maar zelfs daar ben ik niet altijd meer zo zeker van. Ik kan me nu veel beter inbeelden dat die mensen ook maar vechten omdat ze honger hebben, of tegen onrecht strijden. Ik heb na al mijn missies in het buitenland geleerd dat de wereld veel complexer is dan we denken.’

 

'Para' is nog tot 14 december te zien in de KVS in Brussel. 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content