‘Een vrouw proeft gewoon beter'

©Dieter Telemans

De Belgen mogen dan nooit zoveel wijn hebben gemaakt als vorig jaar, het blijft moeilijk om geld te verdienen met flessen van eigen bodem. ‘We zijn te weinig chauvinistisch’, zegt Joyce van Rennes, de vrouw achter het grootste wijndomein van het land.

Wie wil afspreken met Joyce van Rennes (43), is afhankelijk van het weer. ‘Vanaf dinsdag 14 uur begint het te regenen, dan heb ik wat tijd’, zegt ze. Het is volop oogsttijd in het Zuid-Limburgse dorpje Genoelselderen, maar de plukkers kunnen alleen aan het werk als het droog is.

Van Rennes runt al 26 jaar het grootste wijndomein van het land. Eerst als wijnmaakster in opdracht van haar vader, de Nederlandse zakenman Jaap Van Rennes. Maar sinds een paar jaar heeft ze samen met haar man alle touwtjes in handen. Hij neemt de buitenactiviteiten op zich: de wijngaarden en de gebouwen. Zij is binnen de baas: ze maakt de wijnen en organiseert de verkoop.

Het kasteel van Genoels-Elderen straalt evenveel rust en charme uit als de wijnmaakster zelf. Het is dit jaar sowieso niet echt druk, geeft Van Rennes toe. ‘Door het veel te natte voorjaar oogsten we tot minder dan de helft van normaal. Op een dag is hier eens 37 liter water gevallen. Nooit gezien. In zo’n vochtigheid kan je de schimmelziektes gewoonweg niet de baas.’ Maar de kwaliteit zal - met dank aan het warme najaar - top zijn. De witte chardonnaydruiven zullen daarom allemaal worden gebruikt om stille witte wijn te maken. In andere jaren gaat een aanzienlijk deel van de productie naar mousserende wijn, die meer zuren nodig heeft.

Vorige week raakte bekend dat de Belgische wijnproductie in 2015 de kaap van 1 miljoen liter heeft gerond. Maar gaat het met de terugvallende opbrengst van dit jaar nu eigenlijk goed of slecht met de sector? ‘Dat valt te bezien’, zegt Van Rennes. ‘Steeds meer gepassioneerden planten wijngaarden aan. En er zijn fruitboeren die na de Russische boycot overschakelen op wijn. Voor sommige kleinere spelers is zo’n terugval in volume een kleine ramp, zeker als ze net begonnen zijn. Maar de grote spelers als wij komen dit wel te boven: onze voorraad van de voorbije jaren is groot genoeg, zodat we ons aanbod constant kunnen houden.’

Heeft de opwarming van de aarde van België een volwaardig wijnland gemaakt? ‘De gemiddelde temperatuur is iets gestegen, waardoor je ons land in de koude jaren kan vergelijken met de Champagnestreek en in de warmere jaren met de Bourgogne. Maar het is niet omdat de temperatuur stijgt dat ook de lichtintensiteit stijgt’, nuanceert Van Rennes. ‘We blijven op de noordelijke grens van wat haalbaar is. Daarom is het elk jaar opnieuw aanpassen aan de omstandigheden.’

De grond rond het kasteel van Genoels-Elderen is een combinatie van mergel en leem, te vergelijken met die uit de Bourgogne, ten zuiden van Beaune. Er wordt hier al wijn verbouwd sinds de Romeinse tijd. ‘In de grensstreek met Nederland stond op een bepaald moment 1.500 hectare wijngaarden. Dat is meer dan een traditioneel wijnland als Luxemburg ooit heeft gehad. Die wijnproductie nam toe en af, afhankelijk van de klimaatschommelingen die er toen ook waren.’

Beter dan frisdrank

Van Rennes kreeg het vak met de paplepel ingegeven, letterlijk bijna. Haar vader liet haar vanaf haar vijfde wijn proeven. ‘Met water erbij, welteverstaan,’ zegt ze lachend. ‘Het heeft van mij geen alcoholicus gemaakt. Ik ben zelfs nog nooit dronken geweest. Vroeger proefden kinderen toch ook tafelbier? Ik snap niet waarom jongeren per se tot hun zestiende of achttiende moeten wachten om alcohol te drinken. Af en toe een bodempje wijn zal hun smaak meer ontwikkelen. En het is tien keer beter dan al die frisdranken vol suiker.’

De echte business leerde Van Rennes tijdens een jarenlange opleiding in de Bourgogne. ‘In de Bourgogne heb je echt nog een dorpsmentaliteit: vol afgunst, familieruzies en geroddel. En toch ben ik er heel hartelijk ontvangen. Waarschijnlijk omdat ze geen bedreiging zagen in dat meisje uit België. ‘Une blague Belge’, dat was ik. Maar door hard te werken, elke dag domeinen te bezoeken en in labo’s te onderzoeken waarom de ene tank niet begon te gisten of de andere een geurtje afgaf, heb ik het vak wel geleerd.’

In Frankrijk merkte ze ook dat de wijnwereld nog een mannenbastion is. ‘Ik mocht sommige kelders niet binnen, omdat de boeren ervan overtuigd waren dat een vrouw met maandstonden een slechte invloed zou hebben op de vinificatie. Al kwam dat bijgeloof wellicht eerder uit het feit dat de mannen in de kelder wilden kaarten, terwijl de vrouwen buiten de trossen moesten plukken.’

‘Vroeger was wijnbouw een vrij lichamelijk beroep, maar de mechanisering maakt het perfect draagbaar voor een vrouw. Ik denk dat ik ook secuurder ben. Wijn maken is vaak precisiewerk, waarbij hygiëne heel belangrijk is. Maar de belangrijkste troef van een vrouw in dit vak is haar smaak. Studies tonen aan dat vrouwen meer aroma’s kunnen proeven dan mannen. Blijkbaar heeft dat met de prehistorie te maken: de mannen moesten jagen om te overleven, wij moesten het voedsel dat ze binnenbrachten goed kunnen proeven om te zien of het nog eetbaar was.’

Golfterrein

Eigenlijk wilde Jaap van Rennes met het geld van de verkoop van zijn importbedrijf een golfterrein beginnen. Maar toen hij in zijn zoektocht naar een kasteel in Genoels-Elderen belandde, schakelde hij over op wijn. ‘Zijn beslissing lag niet voor de hand. Weinig rijke ondernemers zijn bereid een tractor te kopen in plaats van een dikke auto’, zegt zijn dochter. ‘Hij heeft van bij het begin voor omvang en kwaliteit gekozen, en ons domein is nu rendabel. Kijk naar de fruitsector: steeds meer boeren in de regio schakelen over naar wijn, omdat ze in hun oorspronkelijke sector te afhankelijk zijn van de wispelturigheid van de marktprijzen.’

Met een wijndomein van 22 hectare, goed voor 130.000 flessen per jaar, is Genoels-Elderen marktleider in België. Toch oogt de balans niet positief. Vorig jaar maakte het bedrijf 100.000 euro verlies op een omzet van een klein miljoen euro. Van Rennes: ‘Onze oorspronkelijke investering hebben we nog niet terugverdiend, nee. In deze business moet je op heel lange termijn denken.’

Als zelfs de pionier en marktleider het moeilijk heeft, hoe kan de gemiddelde Belgische wijnboer dan ooit rendabel zijn? ‘Het kan, maar het vraagt schaalgrootte’, zegt Van Rennes. ‘De Franse champagnehuizen tonen steeds meer interesse om uit te breiden naar Zuid-Engeland. Ik sluit niet uit dat ze ook hier belanden. Daarnaast heb je de kleinere gepassioneerden die hun uren niet tellen en hun wijn niet in een prestigieus kasteel produceren, maar in een goedkope loods op een industrieterrein.’

Van Rennes heeft nog nooit een cent aan reclame uitgegeven. ‘Maar we beseffen wel dat wijnbouw uit drie evenwaardige activiteiten bestaat: die van de boer, die van de drankenmaker en die van de zakenman. Je moet je wijn ook aan de man brengen. Die laatste schakel ontbreekt nogal eens in de sector. Wij ontvangen hier 20.000 bezoekers per jaar. Die mensen betalen voor een rondleiding en kopen vaak wat flessen. Maar misschien nog belangrijker is dat we er zo elk jaar 20.000 ambassadeurs van onze wijn bij krijgen.’

Drempelvrees

Dat de Belg ervan overtuigd is dat wijn van hier nooit zal kunnen tippen aan die uit meer zuiderse landen, vindt Van Rennes zonde. ‘Onlangs nog organiseerden we een blinde proeverij. In dezelfde prijscategorie hebben we een riesling uit Limburg tegenover één uit de Elzas gezet, of een lokale chardonnay tegenover een bourgogne. In elke categorie kwamen de Belgische wijnen er als de beste uit. Prijs-kwaliteit zijn de Belgische wijnen top, dat zal elke specialist je bevestigen.’

Waarom we dan toch nog liever Franse of Italiaanse wijn drinken op restaurant? ‘Omdat het publiek nog steeds drempelvrees heeft. Toen wij als eerste professioneel domein met onze wijn op de markt kwamen, gingen wij ervan uit dat elk Belgisch restaurant ons op de kaart wilde zetten, elk Belgisch bedrijf ons als relatiegeschenk zou aanbieden, elke Belgische wijnliefhebber ons in zijn kelder wilde. Maar de vooroordelen waren zo sterk dat we onze flessen eerder in het buitenland verkocht kregen dan bij ons. Ook wijnhandelaars zijn op dat vlak niet onze beste vrienden. Zij zien elke Belgische fles wijn nog altijd als een concurrent voor een buitenlandse wijn die ze willen importeren. Alleen de sommeliers van enkele toprestaurants hadden voldoende kennis en beroepseer in huis om ons te durven serveren. Via Scholtenshof en later Comme Chez Soi en Villa Lorraine hebben we dan toch onze weg naar het Belgische publiek gevonden.’

Van Rennes is op dreef nu. ‘Wij Belgen zitten vol vooroordelen, zodat wij wijnmakers ons dubbel zo hard moeten bewijzen’, zegt ze. ‘Vergelijk ons eens met de Fransen: die maken van elke simpele kip een ‘poulet de Bresse’. Welke wijnlanden ken jij die hun eigen wijnen niet bovenaan op de kaart zetten? In onze beginjaren moesten wij het hebben van restaurants uit Brussel en Brugge. Weet je waarom? Omdat Amerikanen en Japanners expliciet vroegen naar wijn uit het land dat ze bezochten.’

Terwijl ze een fles Zilveren Parel uit 2008 opent, een van de topwijnen uit het gamma, besluit ze: ‘Onze Belgische bescheidenheid siert ons, maar we moeten het ook durven te zeggen als het goed is.’

'Wijnbouw in België is waanzin'

Niet iedereen gaat mee in de hoeraberichten over de Belgische wijnbouw. ‘In feite is het waanzin om hier wijn te verbouwen’, zegt Ghislain Houben, professor economie aan de Universiteit Hasselt en wijnbouwer op zijn domein Hoenshof in Borgloon. ‘De klimaatopwarming heeft er vooral voor gezorgd dat de seizoenen wispelturiger zijn. Een zachte winter gevolgd door een extreem nat voorjaar, zoals dit jaar, is gewoon moordend voor een noordelijk wijnland.’

‘Ons land telt zo’n negentig wijnbouwers, van wie er slechts een tiental hun hoofdberoep van hebben gemaakt. Maar dat zijn haast allemaal mensen die zouden kunnen rentenieren als ze hun geld niet in de wijn hadden gestopt’, zegt Houben. ‘Je moet rekenen op een investering van 100.000 euro per hectare wijngaard. Als de binnenlandse vraag naar Belgische wijn niet aantrekt of als we de export niet kunnen opkrikken, loopt iedereen in de sector tegen de muur.’

Houben geeft een voorbeeld uit zijn wijngaard. ‘Als het begint te vriezen in het voorjaar, laat ik rookpotten branden om de koude lucht te verdrijven. Zo’n pot kost 10 euro en kan tien uur branden. Je hebt er 200 tot 400 nodig per hectare. Omgerekend kost je dat 1 euro per geproduceerde fles wijn. Als je dan weet dat onze supermarkten wijn in bulk inkopen voor 0,75 euro per liter en dat slechts 5 procent van de wijn er boven 5 euro verkocht wordt, denk je toch twee keer na voor je in dit vak stapt?’

Waarom hij dan volhardt? ‘In mijn hoofd ben ik professor, maar in mijn hart ben ik wijnbouwer. Om echt rendabel te worden moet ik over een paar jaar gewoon goedkope gronden kopen van wijnbouwers die over de kop zijn gegaan.’

 

Drempelvrees

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content