in memoriam

Fidel Castro (1926-2016)

Lieve Dierckx

Fidel Castro is vrijdagavond (plaatselijke tijd) op 90-jarige leeftijd overleden. De Cubaanse ex-leider trotseerde Amerikaanse sancties, de val van de Sovjet-Unie, tientallen moordaanslagen en net geen dozijn Amerikaanse presidenten. De ‘grote overlever’ is niet meer.

Cuba is in rouw gedompeld. Het Caribische eiland moet afscheid nemen van zijn legendarische leider, Fidel Castro. De dood van de 90-jarige ex-president is een mijlpaal. Want zelden was de geschiedenis van een land zo onlosmakelijk verbonden aan het lot van een persoon.

Castro bestuurde Cuba zo lang dat zowat drie kwart van de bevolking nooit een andere leider gekend heeft. Maar zijn urenlange, bevlogen betogen en tirades tegen de Amerikaanse imperialisten bezorgden de architect van de communistische revolutie - die meer dan 50 jaar overleefde op amper 144 kilometer van de VS - ook bij vele generaties in de rest van de wereld een legendarische status.

Van rijkeluiszoon tot guerrillero

Toen Fidel Alejandro Castro Ruz op 13 augustus 1926 geboren werd in Birán - destijds een van de meest arme dorpjes in het oosten van het land - had niemand het voor mogelijk gehouden dat de zoon van een Galicische vader en een Cubaanse moeder, het ooit tot leider van een communistische revolutie zou schoppen. Integendeel, voor de zoon van rijke grootgrondbezitters leken een onbezorgd leven en een carrière als advocaat weggelegd.

Maar de advocatuur interesseerde Fidel Castro niet. Al snel lonkte hij naar de politiek. Omdat hij geshockeerd was door het grote contrast tussen zijn eigen comfortabele levensstijl en de grote armoede waarin de meeste Cubanen leefden, stelde hij zich in 1952 kandidaat bij de parlementsverkiezingen in zijn land. Die stembusgang vond evenwel nooit plaats omdat generaal Fulgencia Batista een coup pleegde.

Na het mislukte offensief tegen de legerkazerne La Moncada in 1953 hield Fidel Castro in de rechtszaal een vurig betoog dat hij besloot met de woorden: De geschiedenis zal me vrijpleiten.

Tot groot ongenoegen van Fidel Castro. Die trok naar de rechter met het verzoek de grondwettelijkheid van Batista’s regime te onderzoeken. Hij kwam evenwel van een kale reis thuis. Daarop besloot de rijkeluiszoon het regime op een andere manier te bekampen: met de wapens.

Op 26 juli 1953 lanceerde Castro met zowat 120 kompanen een aanval op de legerkazerne La Moncada, in de zuidoostelijke stad Santiago de Cuba. De rebellen beten evenwel in het zand. Velen van hen overleefden de actie niet; de overlevers, onder wie Fidel en zijn broer Raúl, sleepte Batista voor de rechter.

Castro’s passage in de rechtszaal bleef niet onopgemerkt. In een urenlang, bevlogen pleidooi verdedigde hij niet alleen de actie in Santiago maar zette hij ook zijn politieke ideeën uiteen. Hij besloot zijn betoog met de beroemde woorden: ‘De geschiedenis zal me vrijpleiten’.

Zijn redenaarskwaliteiten konden hem evenwel niet uit de cel houden. Net als Raúl kreeg Fidel een gevangenisstraf van 15 jaar. Maar na amper twee jaar waren de broers weer op vrije voeten nadat Batista alle politieke gevangenen in het land gratie verleend had. Omdat ze het lot niet wilden tarten, gingen de Castro’s onmiddellijk vrijwillig in ballingschap in Mexico.

Dat betekende echter niet dat ze hun droom - de ‘bevrijding’ van Cuba - begroeven. Integendeel. In Mexico sleutelden ze aan een plan om Batista van de macht te verdrijven. Zodra dat project meer vorm kreeg, wisten ze andere Cubaanse ballingen voor hun zaak te winnen.

Fidel Castro en Che Guevara (rechts). ©AFP

Ook de Argentijnse dokter Ernesto ‘Che’ Guevara sloot zich aan bij de zogenaamde ‘Revolutionaire Beweging van 26 juli’. Sterker nog, het plan van de Castro’s droeg destijds zelfs de goedkeuring weg van de Verenigde Staten.

Op 25 november 1958, ruim 5 jaar na de mislukte bestorming van La Moncada, scheepten de broers met een tachtigtal medestanders in op een kleine zeilboot, de Granma, om koers te zetten naar Cuba. Hun motto luidde: ‘We zullen vrij zijn of we zullen martelaars zijn’.

Aan de zuidoostelijke kust van Cuba gingen de opstandelingen een week later aan wal. En ze kozen meteen voor het offensief. Maar ze waren niet opgewassen tegen de duizenden soldaten van Batista. Amper 12 rebellen, onder wie de Castro’s en Che Guevara, overleefden de clash met de troepen van Batista. Zij verscholen zich in de Sierra Maestra om vanuit de bergketen een guerrillaoorlog tegen Batista te ontketenen.

De dictator werkte de populariteit van de broers Castro ongewild in de hand. Na zijn coup had hij Cuba omgevormd tot een meedogenloze, corrupte politiestaat. Hij ging zelfs zo repressief te werk dat ook zijn trouwste aanhangers hem afvielen.

Fidel Castro en zijn opstandelingenleger vierden in 1959 de verdrijving van dictator Fulgencio Batista. ©EPA

De hunkering naar verandering onder de bevolking was inmiddels zo groot dat vele Cubanen de ‘Revolutionaire Beweging van 26 juli’ een warm hart gingen toedragen. In de loop van 1958 ging het opstandelingenleger zowat 9.000 manschappen tellen.

Langzaam maar zeker keerde het tij voor de Castro’s en co. Eind 1958 deelden ze Batista een eerste zware tik uit: tijdens een verbeten strijd bij de stad Santa Clara, het laatste regeringsbolwerk op weg naar de hoofdstad Havanna, deden de rebellen Batista’s troepen in het zand bijten.

De dictator voelde de bui hangen en vluchtte op 1 januari 1959 naar de Dominicaanse Republiek. Een dag later vielen Havanna en Santiago, de belangrijkste steden van Cuba, in handen van de rebellen. De bevolking haalde hen als helden in. Zes weken later ruilde Fidel Castro het aanvoerderschap van het opstandelingenleger in voor het politieke leiderschap van de natie. En welk land erkende het nieuwe bewind als eerste? De Verenigde Staten.

Van revolutionair tot kwelgeest van de VS

Maar lang bleven de relaties niet hartelijk tussen Washington en Havanna. Het nieuwe regime ging een te marxistisch-leninistische koers varen naar de zin van de VS. De Amerikanen stuurden dan ook al snel aan op een regimewissel op het Caribische eiland.

De Amerikaanse inlichtingendienst begon in het zuiden van de VS Cubaanse ballingen te trainen. In april 1961 voerden die een aanval uit op de Varkensbaai. Maar het 1.300 man sterke invasieleger bleek niet opgewassen tegen de troepen van Castro. Na drie dagen was de couppoging verijdeld.

Fidel Castro en toenmalig Sovjet-leider Nikita Chroestjov. ©AFP

Omdat de VS Castro gewapenderwijs niet van de macht verdreven kregen, veranderden ze het geweer van schouder en kondigden ze een handelsembargo af tegen Cuba. Later voerden ze ook reisbeperkingen en strafmaatregelen in tegen bedrijven - Amerikaanse en buitenlandse - die zaken doen met Cuba. En de Cubaanse oppositie kon rekenen op financiële steun van de VS.

De Amerikaanse maatregelen dreven Cuba steeds meer in de armen van de Sovjet-Unie. Tot grote bezorgdheid van de Amerikanen. Die zagen hun aartsrivaal - in volle Koude Oorlog - plots in hun achtertuin opduiken.

De vijandigheden bereikten in oktober 1962 een climax toen de Amerikanen ontdekten dat de Sovjet-Unie kernraketten geplaatst had in Cuba. De wereld stond aan de rand van een kernoorlog. Maar de crisis raakte net op tijd ontmijnd na intens overleg tussen Amerikaans president John F. Kennedy en Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov.

Dankzij economische hulp uit de Sovjet-Unie kreeg het Amerikaanse embargo Castro voorlopig niet klein. ‘El líder máximo’, zoals een van zijn bijnamen luidde, overleefde tegelijkertijd niet alleen 640 moordaanslagen - met explosieve sigaren, giftige vulpennen en rondborstige ‘femmes fatales’ - maar ook net geen dozijn Amerikaanse presidenten.

In zijn kaki legeruniform hield Fidel Castro meermaals urenlange, bevlogen speeches. ©REUTERS

Dat Castro zich tot overlevingskunstenaar kroonde, had ook te maken met zijn manier van regeren. Hij leidde zijn land decennia met ijzeren vuist. En hij beheerste de kunst om zijn volk op te hitsen met urenlange, bevlogen redevoeringen. De beelden waarop de bebaarde leider in zijn onafscheidelijke kaki legeruniform en met dito hoofddeksel druk gesticulerend achter een pupiter stond, gingen de wereld rond.

Volgens zijn critici maakte ‘El Comandante’ zich tijdens zijn decennialange bewind evenwel ook schuldig aan mensenrechtenschendingen: martelingen, willekeurige opsluitingen, oneerlijke processen en buitengerechtelijke executies. ‘Aanvankelijk was Fidel een revolutionair die streed voor sociale rechtvaardigheid. Maar zodra hij aan de macht was, begon hij mensen te fusilleren. De revolutionair vervelde tot een despoot’, zei Fidels dochter Alina Fernández ooit.

De tegenstanders van ‘El Comandante’ klaagden ook herhaaldelijk de censuur en het gebrek aan persvrijheid aan. Ze wijzen er voorts op dat vrije en democratische verkiezingen uitgesloten waren en politieke oppositiebewegingen en vakbonden buiten de wet werden gesteld. Volgens Castro was die manier van regeren evenwel de enige om te voorkomen dat de ‘VS een van hun marionetten’ aan de macht zouden brengen op Cuba.

Aanvankelijk was Fidel een revolutionair die streed voor sociale rechtvaardigheid. Maar zodra hij aan de macht was, begon hij mensen te fusilleren. De revolutionair vervelde tot een despoot.
Alina Fernández
Dochter van Fidel Castro

Castro’s aanhangers onderstrepen dan weer graag zijn inspanningen om de kindersterfte en het analfabetisme in het land terug te dringen. Niet zonder succes. De kindersterfte op het eiland is bij de laagste in de regio. En vandaag kan 98 procent van de Cubanen lezen en schrijven.

Maar de levensstandaard van velen laat nog altijd zwaar te wensen over. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat heel wat Cubanen de afgelopen decennia hun geluk gingen beproeven in de VS.

Van overlevingskunstenaar tot morele gids

Tijdens zijn decennialange bewind beleefde Castro ook een pak lastige jaren. De strijd om te overleven werd fors moeilijker na de ineenstorting van het Sovjetimperium in 1991. Gespeend van steun uit het Sovjetrijk lag de Cubaanse economie in geen tijd op apegapen. De levensomstandigheden van de Cubanen verslechterden onvermijdelijk.

Fidel Castro zag geen andere uitweg dan de energie- en voedselvoorzieningen te rantsoeneren. Tot ongenoegen van de bevolking. Om wat extra geld in het laatje te brengen maakte ‘el líder máximo’ van zijn hart een steen en gooide hij enkele communistische principes overboord: hij ging het toerisme promoten en de hotel-, de landbouw- en de industriële sector stelde hij open voor buitenlandse investeerders.

Dankzij de steun van de Venezolaanse president, Hugo Chávez (links), wist Cuba het hoofd boven water te houden. ©REUTERS

In 1993 voerde hij met pijn in het hart zelfs de Amerikaanse dollar in als wettig betaalmiddel. Maar het was pas met investeringen uit China en het Venezuela van Castro’s politieke zoon Hugo Chávez, dat Cuba deze eeuw weer wat uit het economische dal wist te kruipen.

Intussen werd Castro er niet jonger op. Kleinere kwaaltjes herinnerden hem er al eens aan dat de eeuwige jeugd hem niet gegeven was. In 2006 werden de Cubanen echt goed doordrongen van de vergankelijkheid van hun leider. Op 31 juli kondigde Fidel aan de macht tijdelijk over te dragen aan Raúl nadat hij enkele dagen eerder een zware operatie aan de buik ondergaan had.

Naar goede Cubaanse traditie liet het regime de Cubanen en de rest van de wereld raden naar het exacte gezondheidsprobleem van ‘el líder máximo’. Zijn medisch rapport droeg maandenlang de stempel ‘top secret’. Pas half januari 2007 sijpelden wat details door over de gezondheidsperikelen: een ontsteking van een 20 jaar oude uitstulping aan de dikke darm had Castro geveld.

Na zijn ziekbed ging Fidel het een pak rustiger aan doen. Hij schroefde zijn openbare optredens drastisch terug. Voor die schaarse ‘actes de présence’ ruilde hij zijn kenmerkende kaki legeruniform ook in voor een trainingspak, vaak in de kleuren van de Cubaanse vlag.

De laatste jaren had Fidel Castro zijn kaki legeruniform ingeruild voor een trainingspak. ©EPA

Voor zijn kenmerkende urenlange oraties gaf hij eveneens verstek. Zeker nadat hij in februari 2008 definitief afscheid genomen had van het hoogste politieke niveau en laten weten had het presidentschap en opperbevelhebberschap van Cuba niet langer te ambiëren.

In een poging zijn land toch nog een beetje te gidsen kroop Fidel nog wel regelmatig in de pen. In september 2010 liet hij enkele opmerkelijke dingen optekenen. De architect van de communistische revolutie toonde zich niet langer overtuigd van de zegeningen van zijn eigen omwenteling. ‘Het economische model op Cuba is achterhaald’, klonk het.

Voor broer Raúl leken die uitspraken het startschot om ‘s lands economische model stilaan op een andere leest te schoeien. Langzaam maar zeker poogde de staat haar greep op de economie wat te lossen. Maar dat pad naar meer liberalisering is met heel wat obstakels bezaaid.

Ook de relaties met de VS ontdooiden de voorbije jaren. De handdruk - in 2013 - tussen Raúl Castro en Barack Obama tijdens de begrafenis van dat andere wereldicoon, Nelson Mandela, was een eerste mijlpaal.

De VS en Cuba proberen hun relaties sinds eind 2014 te normaliseren. Maar het Amerikaanse handelsembargo blijft, tot ongenoegen van de Cubanen, nog wel van kracht. 'Normaliseren is geen synoniem voor blokkeren', luidt het op dit spandoek. ©EPA

Eind 2014 volgde een volgende stap: Obama maakte bekend na ruim een halve eeuw de diplomatieke relaties met het Caribische eiland te willen resetten. En begin dit jaar bracht de Democraat, als eerste Amerikaanse president sinds 1928, een bezoek aan Cuba. Tot ongenoegen van Fidel Castro trouwens. Het Amerikaanse handelsembargo blijft voorlopig ook overeind.

De toekomst moet uitwijzen of de liberaliserings- en toenaderingsprocessen na het definitieve afscheid van Fidel Castro in een stroomversnelling komen. En diens ‘Revolutie’ helemaal tenietdoen. Fidels gedachtegoed is in Latijns-Amerika wel nog erg populair bij enkele jongere, linkse presidenten. En in de geschiedenisboekjes staat zijn naam voorgoed gebeiteld. Wat zijn erfenis uiteindelijk ook is.

Lees verder

Advertentie
Advertentie