opinie

Geen sprake van een belgicistische bocht bij de N-VA

In tegenstelling tot sommigen in Vlaanderen ontwaart men aan Franstalige kant geen belgicistische bocht bij Bart De Wever en zijn N-VA.

Door Pascal Delwit, politicoloog Université libre de Bruxelles

De dag na de familiedag van de N-VA heeft Bart De Wever eerst de geesten beroerd in Franstalig België, en daarna, van de weeromstuit, in Vlaanderen. Vorige week maakte de voorzitter van de grootste Belgische en Vlaamse partij zijn intenties bekend in het licht van de komende verkiezingen: de Zweedse regering voortzetten. En vanuit de premisse van de onverenigbaarheid van de N-VA en de PS: ‘Ik zeg het nog eens, voor alle duidelijkheid: voor ons is regeren met de PS uitgesloten.’

De N-VA heeft overduidelijk het habijt van een etnocentrische conservatieve partij aangetrokken. Het enige nieuwe is echter het etnocentrisme.

Die uitspraak kon niet anders dan deining veroorzaken, vermits De Wever duidelijk liet uitschijnen dat de N-VA elke pretentie op een nieuwe staatshervorming in de volgende regeerperiode laat varen. Toegegeven, er kan twee jaar voor de gemeenteraadsverkiezingen en 32 maanden voor de federale en regionale verkiezingen nog veel gebeuren.

Toch moeten we wat De Wever zegt zeer ernstig nemen, want het is waar dat hij altijd al open kaart heeft gespeeld. Zo waar zelfs, dat een aantal vertegenwoordigers van de Vlaamse beweging en enkele kaderleden van de N-VA zich verwonderen, ja zelfs geschokt zijn door zijn uitspraken. Wat uiteindelijk heeft geleid tot het stopzetten van de interne opdracht van Hendrik Vuye en Veerle Wouters, en gisteren de beslissing van beiden om uit de N-VA te stappen.

©Isopress Sénépart

In zijn optreden, uitzonderlijk eerst gericht aan de Franstalige publieke opinie, praat De Wever over de successen inzake veiligheid, immigratie en het sociaal-economische. In werkelijkheid staaft geen enkel feit die claim. Integendeel. België zat in de vorige regeerperiode boven het Europese gemiddelde voor economische groei, maar zit daar nu onder. Maar who cares, woorden tellen voortaan toch meer dan de feiten. En de opdracht van Jan Jambon en Theo Francken is om die perceptie er bij de Brusselaars en de Walen in te hameren.

Identiteit

Zijn we dan getuige van wat politicologen een ‘réalignement’ noemen, een verandering van identiteit waarbij de N-VA muteert van een nationalistisch-regionalistische partij in een conservatieve partij op de grens van radicaal rechts?

We moeten voorzichtig blijven. De N-VA heeft overduidelijk het habijt van een etnocentrische conservatieve partij aangetrokken. Het enige nieuwe is echter het etnocentrisme, dat centraal is komen te staan in de partijretoriek. Laten we ook niet vergeten dat de N-VA gesticht is door de rechtervleugel van de Volksunie.

Het referentiekader is nog steeds Vlaanderen, als voornaamste zoniet enige horizon.

Voeg daar aan toe dat de aankondiging van De Wever er komt in een omgeving waar de N-VA nog steeds geen oog heeft voor het lot of het welzijn van de federatie. De partij kan bovendien in zeer grote mate voldoen aan de eisen van de Vlaamse bedrijfswereld en kan arbitreren in Vlaams voordeel. Dat bewijst het dossier van de artsenquota voor 2022 nog maar eens.

Geen sprake dus van een belgicistische bocht, de N-VA is nog altijd lid van de European Free Alliance (een federatie van Europese regionalistisch-onafhankelijkheidsgezinde partijen, in het gezelschap van de Scottisch National Party bijvoorbeeld) en het referentiekader is nog steeds Vlaanderen, als voornaamste zoniet enige horizon. En indien nodig zal het institutioneel programma centraal staan, zoals De Wever zegt: ‘Als de kiezer het toelaat, doen we verder zonder de PS. Dwingt de kiezer ons toch met de PS te spreken, zullen we ons communautaire programma op tafel leggen. Zo eenvoudig is het.’ (De Tijd, 14 september).

Tweesprong

Maar deze tweesprong zorgt wel voor interne problemen. Problemen met een bepaalde romantische visie in het Vlaams-nationalisme dat streeft naar onafhankelijkheid. Maar dat niet alleen. Bij een deel van de Vlaamse beweging is er niet noodzakelijk een verband tussen een dusdanig conservatieve aanpak op sociaal-economisch vlak en een etnocentrische aanpak met zulke verontrustende voorstellen rond de rechtstaat in een democratisch regime, en met zulk een centraliserend partijgedrag.

En er is ook nog altijd de ‘vrederechter’: het kiezerscorps. Op twee jaar van de volgende ‘rechtszitting’ - een eeuwigheid in de politiek - is dat onmogelijk in te schatten

Uiteindelijk moeten we de appreciatie van twee belangrijke spelers afwachten: de partijaanhang en de kiezers. De nationalistisch-regionalistische factor is vaak de belangrijkste motivatie om een nationalistische partij te steunen. Zal de aanhang die keuze even fel blijven waarderen, en met hetzelfde enthousiasme, als de voorgaande jaren? Niemand die het weet.

En er is ook nog altijd de ‘vrederechter’: het kiezerscorps. Op twee jaar van de volgende ‘rechtszitting’ - een eeuwigheid in de politiek - is dat onmogelijk in te schatten. Hoeft het gezegd dat de peilingen meer dan ooit met argusogen zullen worden gevolgd?

Vergeet ook niet dat de N-VA niet alleen meester is van het spel. Eens temeer kan ‘de’ keuze van CD&V bepalend zijn. En de vraag is ook hoe de MR uit deze episode komt, en of het sop van dergelijke coalitie - afwezig zijn in de regionale regeringen en geïsoleerd zijn onder de Franstalige partijen - voor MR de kool nog wel waard is.

Lees verder

Tijd Connect