column

Graag wat productiever

Roland Duchâtelet

Toen ik begin jaren 70 als jonge ingenieur begon te werken stonden productiviteitsverbeteringen hoog op de agenda.

De vakbonden werkten daar goed aan mee. Hoe meer we met minder mensen konden produceren, hoe meer ruimte voor hogere lonen en socialezekerheidsbijdragen.

Merkwaardig dat de vakbonden vandaag een omgekeerde houding hebben als de regering, net zoals bedrijven, productiever wil worden. Besparen op personeelskosten dankzij automatisering, waarom niet? Internet en computers laten in veel diensten een efficiëntere werking toe, net zoals het gebruik van mobiele telefoons. Die besparing kan gebruikt worden om bijvoorbeeld arbeid minder te belasten of de laagste pensioenen te verhogen. Extra koopkracht uitdelen aan de bevolking is belangrijk voor de mensen die daarvan genieten. Maar evenzeer voor wie bijvoorbeeld bij een kapper of in een taverne zijn brood verdient dankzij het geld dat - onder meer - gepensioneerden uitgeven.

Onze welvaart hangt af van de productiviteitsstijging bij de overheid.

Omdat veel overheidsdiensten de voorbije 50 jaar amper hebben meegedaan aan de productiviteitsstijging, is de koopkracht van de werkende mensen de jongste 15 jaar niet meer gestegen. Dat wekt frustratie op en wordt nu afgewenteld op ‘vermogenden’. Tussen haakjes, door de lagere rente en de verdubbelde belasting op roerende inkomsten zijn de inkomsten uit vermogen veel lager dan 15 jaar geleden. Het ligt dus niet aan hen dat er nu geld te kort is.

De oplossing om mensen meer koopkracht te geven is nog steeds dezelfde. Een betere dienstverlening met minder mensen, dankzij technologische hulpmiddelen. Ook bij de overheid.

Bij de overheid zijn er nu meer mensen dan voorheen. Het onderwijs telt nu meer dan dubbel zoveel personeel als in 1960, toen er geen internet, computers en smartphones waren om vorming te ondersteunen. Er werken nu evenveel mensen in het onderwijs als in onze fabrieken. In totaal geeft de overheid 66 procent meer uit aan personeel dan in 1990. Ik hou in de vergelijking rekening met de inflatie, het zijn dus echt vergelijkbare cijfers. Gelukkig zijn de reële uitgaven voor sociale zekerheid ook gestegen. Ze stegen met 56 procent in vergelijking met 1996, mee dankzij een daling van de rentelasten met 54 procent.

Omdat we steeds minder productiebedrijven hebben, werken steeds meer mensen direct of indirect voor de overheid. Vandaag is dat 45 procent. Onze welvaart hangt dus af van de productiviteitsstijging bij de overheid. De regering heeft dat goed begrepen. Laat haar alstublieft die plannen uitvoeren.

Roland Duchâtelet is voorzitter Melexis.

Lees verder

Tijd Connect