interview

‘Hebben de mensen wel goed door waarover het gaat?'

©ID / Dieter Telemans

'De vakbonden sturen onjuiste informatie de wereld in en jutten zo hun achterban op', zegt Unizo-topman Danny Van Assche. Toch gelooft hij nog in een loonakkoord.

Ook een jaar nadat hij Karel Van Eetvelt is opgevolgd als topman van de werkgeversorganisatie Unizo blijft Danny Van Assche een believer van het sociaal overleg. ‘Ik heb dat bij mijn aantreden gezegd en ik blijf daarbij. Staking of geen staking’, zegt hij.

Al is hij wel ontgoocheld in de vakbonden, met wie hij aan tafel van de Groep van Tien over het afgesprongen loonakkoord moest onderhandelen. ‘Het is wrang dat de vakbonden er de stekker uittrekken nog voor de gesprekken echt moesten beginnen en met een staking naar hun zwaarste wapen grijpen.’

De vakbonden bliezen de gesprekken op en staken vandaag omdat ze vinden dat er te weinig marge is voor hogere lonen. Volgens het loonrapport mogen de lonen in 2019 en 2020 met maximaal 0,8 procent stijgen.

‘Maar hebben de mensen wel goed door waarover het gaat?’, vraagt Van Assche zich af. ‘Dit weekend moest ik nog aan een groep vrienden met handen en voeten uitleggen dat ze de automatische indexeringen en hun baremieke verhogingen voor anciënniteit sowieso krijgen. En dat de loononderhandelingen alleen gaan over de bijkomende loonsverhoging.’

Waarom zijn de vakbonden opgestapt?
Danny Van Assche: ‘Ik hoop dat we niet meespelen in een politieke langetermijnstrategie van de socialistische vakbond en de linkse oppositie, die de regering-Michel te vuur en te zwaard proberen te verwoesten. Dat zou bijzonder cynisch zijn, want zo’n staking kost geld. Aan de bedrijven, maar ook aan de werknemers. De vakbond betaalt weliswaar een stakingsvergoeding, maar stakende werknemers verliezen ongeveer 0,27 procent van hun jaarinkomen. De vakbonden zullen lang moeten onderhandelen voor zo’n bijkomende opslag.’

‘Als er zo’n politieke agenda is, heeft verder onderhandelen geen zin. Als het de vakbonden daarentegen menens is om een antwoord te geven op de schreeuw van onbehagen van velen die vinden dat ze hun deel van de koek niet krijgen, kunnen we wel tot oplossingen komen.’

Hoe kan dat nog? De wet laat een loonstijging van maximaal 0,8 procent toe, wat voor de bonden te weinig is.
Van Assche: ‘Het is geen 0,8 procent. Samen met de automatische loonindexeringen gaat het om een loonstijging van 4,6 procent in 2019 en 2020. Dat is ongeveer evenveel als in Frankrijk en iets minder dan in Nederland en Duitsland. En die 0,8 procent kunnen we uitrekken. In ons land zijn er heel wat mechanismes waarmee we ervoor kunnen zorgen dat mensen netto meer overhouden, zoals een verhoging van de waarde van een maaltijdcheque. We kunnen ervoor zorgen dat de brutoverhoging van 0,8 procent een nettoverhoging van 1,32 procent wordt. Dat is meer dan de 1,1 procent loonsverhoging van het vorige loonakkoord.’

Volgens de bonden zijn dat, op het moment dat de winsten en de dividenden pieken, kruimels.
Van Assche: ‘Dat klopt niet. Uit de cijfers blijkt dat bedrijven misschien iets minder aan lonen besteden, maar ze ook minder dividenden uitbetalen. Wat wel is gestegen, zijn de gereserveerde winsten. Dat is geld dat de bedrijven opzijzetten om te kunnen investeren, zoals in de digitalisering. Kijk, ik wil best discussiëren over een eerlijke verloning van werknemers. Maar de vakbonden moeten wel correct blijven. Ze sturen onjuiste informatie de wereld in en jutten zo hun achterban op.’

Veel mensen hebben het gevoel dat alles snel duurder wordt. Kijk naar de exploderende elektriciteitsprijs.
Van Assche: ‘Die prijsstijgingen worden verrekend in de index. Als de elektriciteitsprijs stijgt, neemt de inflatie toe en zien werknemers dat automatisch vertaald in een hoger loon. Die prijsverhogingen worden uiteindelijk door de bedrijven betaald. Waarmee ik niet wil zeggen dat er geen mensen zijn die in een probleemsituatie zitten. Ik denk aan werkende alleenstaande moeders. Maar daarvoor kunnen we toch in oplossingen voorzien. Laat ons daarover praten in plaats van te staken.’

De vakbonden willen pas praten na een aanpassing van de loonwet, die de regering-Michel heeft verstrengd, waardoor de loonmarge beperkt is. Bent u bereid die wet te herzien?
Van Assche: ‘Nee, want die aanpassingen waren nodig. In het verleden moesten we alleen rekening houden met de verwachte loonkostenstijgingen in de buurlanden. Van dat cijfer werden de verwachte automatische loonindexeringen afgetrokken omdat de mensen die sowieso krijgen en zo kwamen we tot de marge voor bijkomende loonsverhogingen. De loonstijgingen in de buurlanden werden echter steevast overschat, waardoor de lonen in ons land veel sneller stegen dan bij de buren. Daardoor had ons land sinds het referentiejaar 1996 een loonkostenhandicap opgebouwd. Door de loonmatiging en de indexsprong werd die zo goed als weggewerkt. Als zou blijken dat onze lonen sinds 1996 opnieuw sneller zijn gestegen, moet die nieuwe loonkostenhandicap voortaan van de marge worden aftrokken. Voor 2019 en 2020 wordt zo 0,9 procent van de marge afgetrokken.’

Is dat sjoemelsoftware, zoals de christelijke vakbond ACV stelt?
Van Assche: ‘Nee, want we pakken de mensen niets af. Ze hebben die 0,9 procent eerder te veel gekregen en geven ze nu niet nog een keer. On a déjà donné. Om helemaal zeker te zijn, werken we ook nog met een beperkte veiligheidsmarge omdat de loonstijgingen in de buurlanden vaak worden overschat. Het is een goed mechanisme dat onze loonstijgingen in de lijn van die in de buurlanden houdt. Niet minder, maar ook niet meer.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie