interview

‘Het traditionele landbouwsysteem zit compleet fout'

©Jonas Roosens

Landbouwbedrijven worden steeds groter en de opbrengst kleiner. ‘Dat systeem is onhoudbaar’, vindt Raf Francken, die zijn traditionele varkensbedrijf omvormde tot een biologische boerderij.

Nadat Raf Francken twintig jaar geleden de varkensboerderij van zijn ouders had overgenomen, begon hij zich vragen te stellen bij de kooitjes waarin zijn opeengepropte varkens zich niet eens konden omdraaien. ‘Een van mijn zeugen hapte van wanhoop haar biggen de kop af.’ Radeloos hoe hij de biggen kon redden, zette Francken de kooi open en liet de zeug in de buitenlucht. ‘Toen ze de ruimte kreeg om haar eigen biggen vanop afstand te bekijken, kalmeerde ze. De zeug werd de beste moeder die ik ooit gezien heb.’ Hij experimenteerde door dieren buiten te laten en merkte dat ze door die ontspanning twee weken eerder slachtrijp waren.

In 1995 nam Raf Francken het traditionele varkensbedrijf van zijn ouders over. De intensieve teeltmethode riep bij hem steeds meer vragen op. In 2003 bouwde hij het bedrijf om tot een biologische boerderij, waar de dieren de ruimte kregen om buiten in de wei rond te lopen. Het aantal zeugen bracht hij terug van 140 naar 30. Hij produceert nu 400 vleesvarkens per jaar. Francken schoolde zich bij als slager en verkoopt zijn zelf verwerkt biologisch vlees nu rechtstreeks in verkooppunten in de buurt.

Francken verbouwde zijn boerderij van een intensief varkensbedrijf tot een kleinschalige bioboerderij. Een stal waar eerst 1.000 varkens opeengepakt zaten, biedt nu nog maar plaats aan 200 varkens. In 2003 kreeg Francken met De Groene Boerderij een erkenning als biologische varkenskweker. Zijn dieren krijgen bewegingsruimte en kunnen rondsnuffelen in de wei. Francken gebruikt geen antibiotica en de dieren worden natuurlijk bevrucht in plaats van met kunstmatige inseminatie.

‘Sinds de jaren 70 is de Belgische landbouw geëvolueerd naar steeds grootschaligere en intensievere productie’, zegt de 44-jarige bioboer. ‘Die schaalvergroting kwam er vooral onder druk van voederfabrikanten en de farmabedrijven, die steeds meer voer en antibiotica verkochten en hun winst konden opdrijven. Ik kende vroeger niets anders dan het klassieke verhaal van de Boerenbond-adviseurs die ons aanmoedigden om steeds groter en intensiever te telen. Groot of dood, klonk het. Bedrijven met minder dan 800 varkens krijgen bij de banken niet eens een lening. Ondanks de beperkte landbouwgrond produceert België ruim dubbel zoveel vlees als de eigen bevolking consumeert. Niet moeilijk dat je dan gedwongen wordt te exporteren en dat je afhankelijk wordt van de wisselvallige wereldmarkt.’

Extra tepels

‘Vroeger streefden de varkenshouders ernaar dat zeugen 18 biggen per jaar konden werpen’, zegt Francken. ‘Intussen is 30 biggen de norm.’ Door genetische selectie hebben zeugen nu twee extra tepels tegenover tien jaar geleden en werpen ze meer biggen. Die worden al na drie weken weggehaald bij hun moeder om de zeug zo snel mogelijk weer drachtig te maken. Francken laat zijn biggen negen weken bij de moeder drinken. ‘Dat zijn extra kosten omdat je minder varkens produceert in een jaar, maar tegelijk hoef je geen duur biggenvoer te kopen’, zegt Francken. ‘Ik hoef mijn stallen ook niet te verwarmen omdat de biggen bij hun moeder voldoende warmte halen.’

©Jonas Roosens

Is zijn aanpak wel rendabel? Francken is ervan overtuigd dat hij op de klassieke manier nu met moeite de touwtjes aan elkaar zou kunnen knopen. Door de overstap naar bio draait hij al enkele jaren met winst en kon hij iemand voltijds in dienst nemen. Ook de oudste van zijn vier zonen werkt één dag per week mee. Omdat hij bij de groothandel niet voldoende kreeg voor zijn kwaliteitsvlees, schoolde Francken zich bij als slager. Hij versnijdt en verwerkt zijn vlees nu zelf. Via enkele verkooppunten in de buurt levert hij een groot deel rechtstreeks aan de klant. In samenwerking met andere bioboeren verwerkt en verkoopt Francken intussen ook rund-, kippen-, kalkoen- en lamsvlees.

‘Ik ben niet langer afhankelijk van de fluctuerende vleesprijzen’, zegt Francken. ‘Voor een gangbare boer die enkele duizenden kilo’s vlees per week verkoopt, kan een prijsverschil van 20 cent per kilo een enorm verlies betekenen. Door rechtstreeks te verkopen kan ik met een vaste prijs werken en is mijn inkomen stabieler.’

Ik vertrek vanuit mijn eigen kosten. Op basis daarvan bepaal ik mijn prijs. Dat is de enige manier waarop landbouw gezond en rendabel kan werken.
Raf Francken
bioboer

Voor niet-biologisch varkensvlees zit de prijs op een dieptepunt. Steeds meer consumenten zijn daarentegen bereid extra te betalen voor biologisch vlees. In een jaar daalde de prijs die een gangbare varkensboer per kilo krijgt met 19 procent naar 1,30 euro. In de groothandel krijgt een bioboer 3,15 euro. Toch is massaal omschakelen naar biologische teelt geen oplossing voor alle varkenskwekers. De ombouw van stallen is voor boeren in problemen vaak onbetaalbaar. Bovendien ontbreekt de landbouwgrond om de dieren extra ruimte te geven en de mest kwijt te raken. ‘De biomarkt groeit gestaag, maar doordat het een niche is, blijft ze zeer gevoelig voor bijkomende spelers’, zegt Francken. ‘Idealiter krijgen alle dieren de plaats en vrijheid zoals bij ons, maar die omschakeling kan niet abrupt gaan. Anders dreigt de biologische markt even onstabiel te worden als de gangbare landbouw.’

©Jonas Roosens

Met protesten maandag in Brussel dringen landbouworganisaties er bij Europa op aan om meer steun vrij te maken voor de noodlijdende varkens- en melkveesector. Francken vindt subsidies niet de juiste aanpak. ‘De Europese steun helpt de landbouwers absoluut niet vooruit. Europa subsidieert ijskasten om vlees op te slaan als de prijzen te diep zakken. Maar daarna komt dat vlees weer op de markt. Het kost vooral veel geld, maar levert op termijn niets op.’

Het systeem moet compleet anders, vindt Francken. Consumenten moeten zich bewust worden van de schade die ze aanrichten door steeds voor de goedkoopste voedingsproducten te kiezen. En boeren moeten zich losmaken uit de greep van de industrie die hen dwingt steeds efficiënter en grootschaliger te produceren ten koste van het milieu, de dieren en de kwaliteit van het vlees. ‘Die foute logica leidt tot overproductie en lagere prijzen. Boeren gaan dan steeds meer produceren om hun inkomensverlies te compenseren, maar daardoor wordt de situatie alleen maar erger.’

‘Nu bepalen de supermarkten hoeveel ze voor hun product willen vragen. Daarvan trekken ze hun winstmarge af, ook de distributie- en de verwerkingssector trekken hun marge af en de boer moet tevreden zijn met wat overblijft’, zegt Francken. Hij draait die cyclus om. ‘Ik vertrek vanuit mijn eigen kosten. Op basis daarvan bepaal ik mijn prijs. Dat is de enige manier waarop landbouw gezond en rendabel kan werken, maar voor de consument betekent het dat hij meer moet betalen voor het stuk vlees op zijn bord.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect