'Heuvelland? Daar geraakt u niet, vrees ik'

Heuvelland slaagt erin veel toeristen aan te trekken, maar de gemeente heeft het moeilijk om jonge mensen een toekomst te bieden. ©Kristof Vadino

De gemeenten in de uithoeken van het land, zoals het WestVlaamse Heuvelland, zien inwoners massaal vertrekken. ‘In Brussel vinden ze dat iedereen in de stad moet gaan wonen. En onze inwoners blijven in de kou staan.’

‘Heuvelland? Dat bestaat niet’, zegt een norse loketbediende in het station van Ieper. ‘Waar moet u naartoe?’ Onze eindbestemming is Kemmel, de officieuze hoofdplaats van de fusiegemeente Heuvelland. Na een treinrit van twee uur vanuit Brussel blijkt het dorp met het openbaar vervoer evenwel niet bereikbaar te zijn. Enkel ’s ochtends rijdt een bus de schoolgaande jeugd van Kemmel naar Ieper, ’s avonds rijdt diezelfde bus terug. ‘Ik vrees dat u er niet zult geraken’, haalt de loketbediende de schouders op.

We mogen enkel de tuin van Vlaanderen zijn, waar mensen komen ontspannen. Maar een tuin onderhouden kost geld.
Marc Lewyllie
Burgemeester Heuvelland

Een dik halfuur later en een bezwete rit met een Blue-bike, de deelfietsen van de NMBS, door het glooiende landschap van de Westhoek staan we toch in Kemmel, bekend van zijn gelijknamige berg die de scherprechter is in de wielerklassieker Gent-Wevelgem. We treffen er burgemeester Marc Lewyllie, een liberaal met lange grijze haren die opkomt voor de lokale lijst Gemeentebelangen, in zijn pittoreske kasteel annex gemeentehuis. Het plan is hem uit te horen over de leegloop van zijn dorp, dat tussen Ieper en de Franse grens ligt geprangd.

Vicieuze cirkel

In vijf jaar tijd is Heuvelland, een gemeente met nog geen 8.000 mensen die bestaat uit acht gehuchten en dorpen, 286 inwoners kwijtgespeeld. Op de langere termijn zelfs bijna 1.000. Enkel het Limburgse Houthalen-Helchteren kromp de jongste tijd nog sterker, maar die gemeente telt een pak meer inwoners waardoor het effect er minder voelbaar is. De leegloop is een fenomeen dat meer dorpen in de uithoeken van het land treft. Ook Poperinge, een buurgemeente van Heuvelland, en andere West-Vlaamse gemeenten zoals Vleteren en Langemark-Poelkapelle verliezen inwoners. Hetzelfde verhaal in Limburg, bijvoorbeeld in Maasmechelen en Voeren.

REEKS | Naar de dorpstraat

Een jaar voor de lokale verkiezingen meet De Tijd vandaag en de komende week de financiële veerkracht van de Vlaamse gemeenten.

Hoe brengt uw gemeente het er vanaf? Bekijk onze financiële doorlichting op www.tijd.be/gemeenten

Lewyllie heeft op zijn computer een Excel-bestand openstaan met de evolutie van het aantal inwoners. Samen met eerste schepen Wieland De Meyer analyseert hij de cijfers. ‘We proberen de terugval te stoppen en onze hoop is dat we op termijn weer meer inwoners kunnen aantrekken.’ Het gaat om het doorbreken van een vicieuze cirkel. Minder inwoners betekent immers minder inkomsten voor de gemeente, waardoor het bestuur minder kan doen voor zijn inwoners, waardoor er meer wegtrekken.

Lewyllie heeft geen pasklare verklaring voor de leegloop. Of beter gezegd: hij wil die niet geven. ‘Iedereen zegt dat het hier ongelooflijk mooi is. Daarom slagen we er ook in zo veel toeristen aan te trekken, dus waarom zouden sommigen zich hier niet vestigen? Er zou geen werk zijn, zeggen ze dan. Maar hier in Zuidwest-Vlaanderen is er nauwelijks werkloosheid. Aan de prijzen kan het ook niet liggen, want de grond is hier erg goedkoop.’

Er speelt evenwel iets anders, waartegen het als bestuur veel moeilijker vechten is. Het is zoals in de Franse chanson ‘La montagne’ van Jean Ferrat, dat als ‘Het dorp’ werd vertaald door Wim Sonneveld, waarin de leegloop van het platteland wordt bezongen. ‘Ze verlaten een voor een het platteland om hun leven te gaan verdienen in de stad’, zo schetst Ferrat. Heuvellandse dorpen als Wijtschate, Westouter en Dranouter zijn geweldige plaatsen voor een onbezonnen jeugd, maar hebben het moeilijk om jonge mensen een toekomst te bieden. Waarop die wegtrekken om vaak nooit terug te keren.

De Meyer spreekt over zijn vrees voor het Franse drama, waarbij wie het zich kon veroorloven de dorpen is ontvlucht. Waarna de lokale bakkers, slagers en zelfs de scholen langzaam zijn verdwenen tot alleen zij zijn gebleven die niet konden vertrekken. Omdat ze te oud zijn of het geld niet hebben. ‘In Rodeberg is geen bakker en ook geen buurtwinkel meer. Dat is een probleem, maar we kunnen zelf moeilijk brood gaan bakken. We kunnen enkel zorgen voor goede omstandigheden zodat er opnieuw een dynamiek op gang komt.’

Het gemeentebestuur van Heuvelland probeert met tal van maatregelen het dorp weer aantrekkelijk te maken. Zo ondersteunt het kleine markten die een keer per week plaatsvinden in enkele deelgemeenten. Het heeft een campagne opgestart om mensen aan te zetten te bouwen in de gemeente. Het zet zwaar in op de speelpleinwerking en kinderopvang om aantrekkelijk te zijn voor jonge gezinnen. En om te vermijden dat te veel mensen het Heuvelland enkel gaan zien als een aangename trekpleister voor het weekend maar geen personenbelastingen betalen, heeft het de taks op tweede verblijven verhoogd.

‘We komen van ver en de situatie is veel verbeterd, maar het is nog niet genoeg’, beseft de burgemeester. ‘Zoals u heeft gemerkt, is mobiliteit een heel groot probleem. Er zijn nauwelijks bussen en de belbussen zijn almaar minder een alternatief. Vroeger brachten die mensen naar hun bestemming, door de besparingen is dat vandaag naar een bushalte vanwaar ze de bus moeten nemen. Maar voor wie slecht te been is of een beperking heeft, is dat eigenlijk geen oplossing. En kinderen die een uur doen over hun tien kilometer naar de middelbare school in Ieper of Poperinge, dat zou toch niet mogen?’

Charme

De West-Vlaamse burgervader spreekt met grote teleurstelling over het Vlaamse beleid. ‘In Brussel vinden ze dat iedereen in de stad moet gaan wonen. Ik begrijp dat het efficiënter is, maar we kunnen toch moeilijk hele dorpen deporteren? Doordat we almaar minder mogen bouwen en we geen kmo-zone mogen ontwikkelen, lopen we bovendien geld mis. We mogen enkel de tuin van Vlaanderen zijn, waar mensen komen ontspannen. Maar een tuin onderhouden kost geld. Het Plattelandsfonds, dat ons zou moeten helpen, is niet meer dan een druppel op een hete plaat. En zo blijven onze inwoners in de kou staan.’

In Brussel vinden ze dat iedereen in de stad moet gaan wonen. Ik begrijp dat het efficiënter is, maar we kunnen toch moeilijk hele dorpen deporteren?
Marc Lewyllie
Burgemeester Heuvelland

En dan komt het grote taboe op tafel: fuseren met een grote gemeente, zoals Ieper of Poperinge. Al blijkt dat moeilijk te liggen bij de inwoners, omdat afhankelijk van het dorp mensen zich eerder verbonden voelen met de ene of de andere. En zelfs als Heuvelland zou willen fuseren, botst het volgens Lewyllie op een muur. ‘Geen van die twee wil ons hebben, want met onze 300 kilometer wegen kosten we veel geld terwijl de inkomsten tegenvallen. En hoewel de voorbije jaren onze schuld wat hebben verminderd, blijft die aanzienlijk.’

En zo blijft het vechten voor een kleine gemeente als Heuvelland om te overleven, al doet het dat met charme. Het is tien uur ’s ochtends, maar een klasje kinderen is aan het spelen op het dorpsplein. In café Het Labyrint, waar klanten elkaar nog goeiemorgen wensen, staat nog Export-bier op de kaart en kost een pint nog altijd minder dan twee euro. Bewoners passeren voor een ochtendlijke koffie en een gesprek in het lokale, haast onverstaanbare dialect over het weer en de zin van het leven.

Het is een klein dorp op zijn schoonst. Of, zoals Jean Ferrat zingt over de plattelandsvlucht die hij niet begrijpt: ‘Pourtant que la montagne est belle.’ De onderliggende gedachte: waarom vertrekt iedereen? Het gebergte is zo mooi. In het Heuvelland heet die berg de Kemmelberg.

Morgen: Welke centrumstad scoort financieel het best?

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content