reportage

‘Ik wou dat de revolutie nooit had plaatsgevonden'

©Thessa Lageman

Toen een jonge Tunesische groenteverkoper zichzelf in 2010 in brand stak, veroorzaakte dat een golf van protesten in Tunesië en andere landen in het Midden-Oosten. Vijf jaar later staat Tunesië bekend als een democratisch succesverhaal, maar zijn de groenteverkopers nog steeds ongelukkig.

Hmaidia Mohjoub (34) wacht op klanten aan zijn fruitstalletje in de hoofdstraat van Sidi Bouzid. Het is een milde winterdag. ‘Mensen kopen niet veel’, zucht hij. De straat werd vroeger Rue 7 Novembre 1987 genoemd, naar de datum dat president Zine El Abidine Ben Ali aan de macht kwam. Maar ze werd omgedoopt tot Mohamed Bouazizi Avenue na de Jasmijnrevolutie van 2011.

Mohjoub wijst naar het provinciehuis aan de andere kant van de straat. Daar goot de 26-jarige groenteverkoper Mohamed Bouazizi op 17 december 2010 benzine over zich heen en stak hij zichzelf in brand. Eerder die dag had de politie voor de zoveelste keer een steekpenning geëist en zijn groenten in beslag genomen. Dat was de druppel die de emmer van uitzichtloosheid deed overlopen. Een monument van een stenen groentekar en een enorme afbeelding van Bouazizi herinneren aan zijn daad.

De wanhoopsdaad van Bouazizi leidde tot demonstraties voor werk, vrijheid en nationale waardigheid en verspreidden zich snel naar de rest van het land en andere delen van Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Niemand had de opstand zien aankomen en niemand had verwacht dat zo’n nietszeggende provinciestad, zo’n 300 kilometer ten zuiden van de hoofdstad Tunis, de geboorteplaats van de Arabische Lente zou worden. De groenteverkoper overleed op 4 januari. Tien dagen later vluchtte de president naar Saudi-Arabië.

Teleurgesteld

Door de onrust die volgde op de revolutie verliet het bedrijf waar Mohjoub een goeie job had het land. Hij verdient nu als groenteverkoper maar 15 dinar per dag (6,75 euro) en heeft moeite zijn huur van 300 dinar (135 euro) en de rest van de rekeningen voor zijn gezin te betalen. ‘Ik wou dat de revolutie nooit plaats had gevonden. Ik ben erg teleurgesteld’, zucht hij.

Wat heeft de revolutie opgeleverd? De prijzen van gas, water, elektriciteit en eten zijn enorm gestegen. En van bier ook helaas.
abdessalam bouazizi
groenteverkoper

Even verderop staat Abdessalam Bouazizi (31). Hij verkoopt al 20 jaar groenten en fruit, vroeger samen met zijn bekende overleden neef. ‘Het is niet makkelijk om die naam te hebben’, zegt hij. ‘Onze familie wordt gediscrimineerd.’ Mohameds moeder en zijn zus zijn inmiddels naar Canada geëmigreerd. Bouazizi heeft spijt dat hij mee heeft gedaan aan de demonstraties vijf jaar geleden. ‘Wat hebben die opgeleverd? De prijzen van gas, water, elektriciteit en eten zijn enorm gestegen’, zegt hij. ‘En van bier ook helaas.’

©Mediafin

Steekpenningen

Het leven voor straatverkopers is in Sidi Bouzid niet verbeterd. Verkopen mag alleen in de overdekte markt, maar er is niet genoeg ruimte voor iedereen en politieagenten eisen nog altijd steekpenningen of nemen spullen in beslag. De weegschaal van Abdessalam Bouazizi werd afgenomen en een collega moest vijf dozen bananen afgeven. Toen hij zijn beklag deed op het politiebureau, dreigde de politie hem te arresteren. Een stukje verderop wordt nu een nieuwe overdekte markt gebouwd, op kosten van de Europese Unie.

De groenteverkopers zullen het niet beamen, maar Tunesië staat bekend als het enige succesverhaal van de Arabische Lente. Vorig jaar vonden democratische verkiezingen plaats en werd een moderne grondwet ingevoerd. Eerder deze maand werd de Nobelprijs voor de Vrede aan vier Tunesische organisaties uitgereikt. De voorzitters zullen dit jaar aanwezig zijn bij de herdenking van de revolutie in Sidi Bouzid.

Toch hebben veel Tunesiërs niet veel redenen om te juichen. De veiligheid is er erg op achteruit gegaan. De vrees dat Tunesische strijders van Islamitische Staat (IS) - zo’n 6.000 - bij hun terugkeer in het land aanslagen zouden plegen, werd dit jaar werkelijkheid. Onder meer 59 toeristen, onder wie één Belg, werden doodgeschoten in de badplaats Sousse.

Toeristen bekijken de neergelegde kransen op het strand bij het Riu Imperial Marhaba hotel. Het toerisme in Tunesië kreeg na de aanslagen rake klappen. ©AFP

De gevolgen voor het toerisme, een belangrijke inkomstenbron voor het land, zijn desastreus. Het Tunesische bruto binnenlands product (bbp) groeide in 2014 slechts 2,3 procent. Het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank schatten de groei van dit jaar slechts op 1 procent. Als oorzaak worden de sociale onrust en de aanslagen op het Bardomuseum en in Sousse gegeven.

Werkloosheid

Ook de werkloosheid steeg de voorbije jaren, naar 15,2 procent volgens de Wereldbank. Vooral veel jongeren hebben geen werk: 37,6 procent is werkloos. Bij de hoogopgeleide jongeren gaat het om 62,3 procent. Ook op het platteland en bij vrouwen is de werkloosheid hoog.

Dat beaamt de 35-jarige Narjis Bou Hajja als we haar spreken in haar huis. Ze verontschuldigt zich voor haar eenvoudige woning. Sinds ze elf jaar geleden als econome afstudeerde, lukt het haar niet om werk te vinden. Haar man heeft een parfumwinkel, maar weinig mensen kunnen zich nog zulke luxeproducten veroorloven.

Narjis en haar broer Mohamed (22 jaar en student) aarzelen op de vraag of er iets verbeterd is sinds de revolutie. ‘Ik kan vrijer mijn geloof uitoefenen’, zegt Narjis. ‘Je kan inderdaad vrijer praten en zelfs de president bekritiseren’, beaamt Mohamed. Al vertelt hij dat er onlangs iemand uit Sidi Bouzid gearresteerd werd omdat hij op Facebook een grap over de president had gemaakt.

Toch zijn Narjis en haar broer al met al blij dat de dictator weg is. ‘Ben Ali en zijn vrouw Leila stalen veel geld van het volk’, zeggen ze resoluut. Maar ze denken, net als de meeste Tunesiërs, dat het nog wel even zal duren voordat het land een echte democratie is en de economie weer rechtkrabbelt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content