reportage

In het hoofd van de vluchtmisdrijfpleger

©BELGAIMAGE

‘Slechts een minderheid van de daders heeft geen moreel besef.’ Verkeerspsycholoog Ludo Kluppels geeft al ruim 20 jaar cursussen aan plegers van vluchtmisdrijven en kent als geen ander hun drijfveren. ‘De hufters, die zich bijna psychopatisch gedragen, schuiven de schuld in de schoenen van hun slachtoffer.’

Het is een ontnuchterende vaststelling: met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk komen vluchtmisdrijven nergens in Europa zo vaak voor als in ons land. Uit de ongevalstatistieken blijkt dat bestuurders in ons land in ruim 10 procent van de ongevallen met gewonden vluchten. Elk jaar rijdt bij ruim 4.400 letselongevallen de bestuurder door, een cijfer dat sinds 2010 stabiel blijft.

De afgelopen weken leidden twee vluchtmisdrijven nog tot ophef. In Hasselt reed een dronken man - die geen rijbewijs op zak had en geen onbekende was voor het gerecht - drie voetgangers aan, die zware verwondingen opliepen. In Schaarbeek reed een andere man, ook onder invloed van alcohol, een meisje van vijf jaar en haar vader aan.

‘Belgen hebben, niet alleen in het verkeer, de neiging de regels te omzeilen’, zegt verkeerspsycholoog Ludo Kluppels van het Vias institute, het vroegere Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid. Als geen ander heeft hij zicht op de drijfveren van plegers van vluchtmisdrijven. Al meer dan 20 jaar geeft Kluppels cursussen ‘driver improvement’ aan daders, die meestal door politierechters als straf worden opgelegd.

Daders overschatten de kans dat ze de dans kunnen ontspringen. Nochtans wordt bij ernstige ongevallen de vluchter bijna altijd gevat.
Ludo Kluppels
Verkeerspsycholoog

‘Mensen ervaren onmiddellijk na een verkeersongeval een biologische reflex, een paniekreactie om de mogelijke gevolgen niet onder ogen te hoeven zien. Ze te ontkennen of te ontvluchten’, zegt Kluppels. ‘Uit onze gesprekken met daders blijkt dat het een mix is van schaamte, angst en schuldbesef. Maar terwijl bij de meesten het plichtsbesef om te helpen snel weer de bovenhand neemt, speelt bij de vluchters bijna altijd het besef dat ze zwaar in de fout zijn gegaan.’

‘De beslissing om te vluchten nemen ze in een fractie van een seconde. Dat gebeurt niet meer op basis van de initiële paniekreactie, maar omwille van andere overwegingen. Ze hadden op het moment van de feiten geen rijbewijs, ze reden te snel of ze hadden alcohol gedronken. Daders overschatten ook de kans dat ze de dans kunnen ontspringen. Vluchtmisdrijven vinden daarom vaker plaats op slecht verlichte plaatsen, op verlaten wegen, waar chauffeurs het gevoel hebben dat niemand hen gezien heeft. Nochtans is de pakkans vrij groot. Bij ernstige ongevallen wordt de dader bijna altijd gevat. Maar op het moment van de vlucht spelen de mogelijke gevolgen geen rol, omdat hun morele denken als het ware blokkeert.’

Om hun beweegredenen nog beter te begrijpen, spitte Kluppels de gegevens van 853 daders uit die de voorbije 20 jaar een cursus volgden bij het Vias. Wat opvalt, is dat slechts één op de zeven een vrouw was. Meer dan de helft van de mannelijke daders was niet ouder dan 25 jaar.

‘Wij stellen vast dat mannen tout court meer verkeersdelicten plegen dan vrouwen, of het nu gaat om snelheidsovertredingen of vluchtmisdrijven. Bij vrouwen is de frontale cortex, het deel van de hersenen dat ons doet nadenken over de gevolgen van onze daden, doorgaans al volledig ontwikkeld rond hun 21ste, bij mannen pas als ze 24 tot 25 zijn. Daarom zien we relatief veel beginnende mannelijke bestuurders onder de plegers van vluchtmisdrijven.’

Gokkers en hufters

In bijna de helft van de gevallen blijkt de bestuurder onder invloed van alcohol en/of drugs te zijn. ‘Intoxicatie doet de emotionele reactie langer duren, zodat de motivatie om te vluchten sterker wordt. Onder invloed zijn vormt op zich natuurlijk al een reden om te vluchten. Die redenering geldt eveneens voor daders die onverzekerd of zonder rijbewijs rondrijden.’

Soms blijkt ook de angst voor imagoschade een drijfveer om door te rijden. Kluppels: ‘Dat zien we vooral bij oudere mannen met een belangrijke functie. We hebben al politieagenten, belangrijke zakenmannen, voetballers en bekende Vlamingen op cursus gehad, al is dat wel een kleine groep.’

1 op 7
vrouwen
Slechts één op de zeven gevatte daders van een vluchtmisdrijf is een vrouw.

Net als de harde kern van veelplegers. ‘Ik spreek altijd over de gokkers en de hufters. De gokkers houden ervan risico’s te nemen en beschouwen vluchtmisdrijf zelfs als een uitdaging. De hufters houden totaal geen rekening met anderen. Het zijn narcisten, die zich bijna psychopatisch gedragen, maar ze vormen maar een kleine minderheid. Ze schuiven de schuld volledig in de schoenen van hun slachtoffer. ‘Waarom fietste die persoon daar ’s nachts?’, vragen ze. Of: ‘Waarom stond die auto daar geparkeerd?’ Zij vluchten omdat ze al geregeld met het gerecht in aanraking gekomen zijn voor verkeersovertredingen. Ze weten dat als ze gepakt worden, hun straf een pak zwaarder zal zijn. Met dat soort daders kunnen we in onze cursus helaas niet veel aanvangen.’

De meeste cursisten geven gaandeweg wel blijk van schuldbesef en komen tot inzicht, zegt Kluppels. ‘We proberen hun daden uit het verleden te doorgronden om hun gedrag aan te passen en te veranderen. Hoelang dat duurt, hangt van persoon tot persoon af. Het helpt zeker dat we de cursus in groep geven, ook met mensen die geen vluchtmisdrijf hebben gepleegd, maar die bijvoorbeeld te snel hebben gereden of onder invloed waren. Ze spreken onderling veel over hun daden en de gevolgen. Daar hebben de cursisten soms meer aan dan aan de coach.’

Af en toe gebeurt er ook iets gedenkwaardigs, herinnert Kluppels zich. ‘Ik zal bijvoorbeeld nooit de 24-jarige man vergeten die een dodelijk ongeval met een motorrijder had veroorzaakt. Hij had met een voorlopig rijbewijs veel te snel gereden. Hij was gevlucht omdat hij bang was dat hij niet meer zou kunnen gaan werken als zijn rijbewijs zou worden ingetrokken. Maar toen hij de dag na de aanrijding in de media las dat er een dodelijk slachtoffer was gevallen, heeft hij zich toch aangegeven bij de politie. Een jaar na de feiten kwam hij bij mij op cursus. Hij heeft toen besloten om zijn verhaal ook te blijven vertellen aan volgende groepen, omdat hij dat zo belangrijk vond.’

Volgens Kluppels maken zijn cursussen wel degelijk een verschil. ‘Natuurlijk zullen wij nooit iedereen op het rechte pad krijgen’, erkent hij. ‘Maar overal waar zo’n cursus bestaat, stellen we nadien wel minder recidive vast. In ons land verschijnt een op de drie chauffeurs die veroordeeld werden voor rijden onder invloed binnen drie jaar opnieuw voor de rechter. Onder de overtreders die onze cursus volgden, zakt dat aandeel naar een op de vier.’

Invloed van naaste omgeving

De onmiddellijke omgeving van de pleger van een vluchtmisdrijf speelt een cruciale rol, aldus Kluppels. ‘De daders lijden vrijwel altijd aan zogenaamde cognitieve dissonantie, ze kunnen hun vluchtmisdrijf en de gevolgen niet rijmen met hun positieve opvattingen over zichzelf. Ze zullen hun vluchtgedrag in hun hoofd daarom beginnen te rechtvaardigen. Daarom keert ook maar een klein aantal daders na een vluchtmisdrijf terug naar de plek van het ongeval, of geeft hij zich snel aan. We stelden vast dat de mensen die wel snel na de feiten naar de plaats terugkeren dat meestal doen onder invloed van hun ouders, partner of vrienden, die op hen inpraten.’

We stelden vast dat de mensen die wel snel na de feiten naar de plaats terugkeren dat meestal doen onder invloed van hun ouders, partner of vrienden, die op hen inpraten.
Ludo Kluppels
Verkeerspsycholoog

Kluppels breekt ook een lans voor meer aandacht voor vluchtmisdrijven in de rijopleidingen. ‘Daar wordt nu bijna uitsluitend aandacht besteed aan de verkeersregels, maar slechts heel weinig aan hoe je moet omgaan met anderen, of hoe je moet reageren bij een ongeval. Ik ben voorstander van een wisselwerking, waarbij professionele instructeurs ook de vrije begeleiders opleiden, die hun kennis dan weer doorgeven aan de kandidaat-chauffeurs. In Duitsland, Oostenrijk en Nederland deed zo’n gecombineerde opleiding het aantal ongevallen met jonge bestuurders duidelijk dalen. Ook in ons secundair onderwijs zou meer aandacht moeten zijn voor burgerzin en gepast gedrag in het verkeer.’

Ondertussen plant de federale regering een verzwaring van de maximale gevangenisstraf voor daders van ernstige vluchtmisdrijven, van twee naar drie jaar. ‘Een goed signaal’, vindt Kluppels. ‘Zeker voor de hufters die al een resem delicten op hun strafblad hebben, is dat niet slecht.’

Vodje papier

De Leuvense politierechter Kathleen Stinckens beaamt dat de hardleerse recidivisten ook voor het gerecht een erg moeilijke groep vormen. ‘Ze beschouwen onze vonnissen als een vodje papier. In bepaalde gevallen werkt dan enkel nog een gevangenisstraf.’

Toch volstaat dat geenszins, aldus Stinckens. ‘Het nadeel is dat ze in de cel geen specifieke begeleiding krijgen om hen normbesef in het verkeer bij te brengen. Zoiets invoeren zou een deel van de oplossing kunnen zijn. Net als de Mercuriusdatabank (die de politie binnenkort zou moeten helpen in de strijd tegen veelplegers in het verkeer, red.). De politie zal dan heel snel kunnen controleren of chauffeurs een geldig rijbewijs hebben. Recidivisten, zoals de plegers van de vluchtmisdrijven in Hasselt en Schaarbeek vorig weekend, zullen hen dan niet meer kunnen wijsmaken dat ze hun rijbewijs verloren of thuis vergeten zijn.’

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content