‘In de politiek zou ik me pas echt machteloos voelen'

Theaterbaas Jan Goossens kijkt in Marseille terug op zijn KVS-jaren: ‘Ik mis Brusselse politici met de moed en de visie om een stedelijk project te formuleren.’ ©BELGA

Als baas van het Festival de Marseille wil voormalig KVS-directeur Jan Goossens weg van de burgerlijkheid. Maar hij wil de Franse havenstad vooral ook een stuk trots teruggeven. ‘De Fransen doen even neerbuigend over Marseille als de Vlamingen over Brussel.’

Jan Goossens (44) maakt een onthechte indruk als we hem treffen in een bar in de oude havenbuurt van Marseille. Vannacht sliep hij voor het eerst in zijn nieuwe huis aan de Corniche, de kustweg met zijn vele inhammetjes en vissershaventjes die de binnenstad verbindt met de strandwijken van Frankrijks tweede stad. De theaterdirecteur heeft er een vergaderdag met zijn ploeg van het Festival de Marseille op zitten. Zijn eerste editie als directeur begint eind juni met een voorstelling van Peter Sellars, de Amerikaanse regisseur bij wie hij als twintiger het vak leerde.

Goossens is pas de tweede directeur in het 20-jarige bestaan van het dans- en theaterfestival. ‘Het is een vrij burgerlijk dansfestival’, zegt hij terwijl we aan een klim beginnen langs de drukke straatjes rond de haven. ‘Ik wil het opengooien en er een stedelijk kunstenfestival van maken, met naast dans ook theater en andere kunstvormen, en veel meer artiesten uit het Middellandse Zeegebied. Marseille heeft altijd de neiging gehad naar boven te kijken. Naar Parijs en de rest van Frankrijk. Maar de Fransen kijken neer op deze stad. Ze doen even neerbuigend over Marseille als de Vlamingen over Brussel. Ik zeg vaak: ‘Jullie moeten naar beneden kijken. Laat Parijs maar de hoofdstad van Frankrijk blijven. Wij moeten de hoofdstad van het Middellandse Zeegebied willen zijn.’’

Bio

Jan Goossens (44) stond de afgelopen 15 jaar aan het hoofd van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg (KVS) in Brussel. Onder zijn leiding vervelde de KVS van een klassiek Vlaams theatergezelschap naar een stedelijk en multicultureel cultuurhuis. Vandaag woont Goossens in Marseille, waar hij de leiding heeft over het Festival van Marseille. Hij is nog maar de tweede directeur van het dans- en theaterfestival.

Behalve die problematische verhouding met de rest van het land zijn er nog parallellen met Brussel. Beide steden zijn kosmopolitisch en relatief arm, en hebben een lange migratiegeschiedenis. Dat laatste met de bijbehorende (reputatie)problemen. Marseille staat bekend als een grauwe havenstad met drugsbendes die hun kalasjnikovs op elkaar leegschieten en wijken die geregeld worden overgeslagen door de vuilniswagen.

‘Hier in de stad is het allerminst gevaarlijk’, tempert Goossens. ‘De grote probleemwijken bevinden zich in het noorden. In de quartiers nords woekert de drugshandel en is de jongerenwerkloosheid schrijnend hoog. Sommige delen zijn no-gozone. Molenbeek is er niets tegen.’

Geroezemoes

We houden halt op het terras van Le Petit Nice op de Place Jean Jaurès, genoemd naar de linkse politicus die in 1914 in Parijs werd vermoord en die door Jacques Brel werd vereeuwigd in een lied. Goossens voelt enige verwantschap met de Franse pacifist, vooral met hoe Jaurès tegen de tijdgeest in voor vrede bleef strijden. Radicaal, maar vol overtuiging.

‘Wij zijn met de KVS ook radicaal voor onze ideeën gegaan, tegen de grondstroom in. Die was en is eng Vlaams en niet multicultureel, terwijl ik die kaart wel heb getrokken in Brussel. Tot ik er begon, was de KVS quasi 120 jaar een al bij al vrij traditionele repertoirecompagnie. Ik heb er een multicultureel en meertalig stadstheater van gemaakt. Wij hebben Brussel vanuit de KVS verbonden met de wereld: een mentale kaart getekend van wat het betekent om een gezamenlijke toekomst te bouwen in een stad waarin mensen geen verleden delen.’

Theaterbaas Jan Goossens kijkt in Marseille terug op zijn KVS-jaren: ‘Ik mis Brusselse politici met de moed en de visie om een stedelijk project te formuleren.’ ©BELGA

Maar is die kosmopolitische boodschap voldoende doorgesijpeld tot buiten de schouwburg? Heeft hij niet 15 jaar voor eigen volk staan preken? Het blijft lang stil. Dan, retorisch: ‘Is het voldoende geweest? Gaat het snel genoeg? Als je de politieke ontwikkelingen van de jongste jaren bekijkt, moet je toegeven: we hebben het pleit niet gewonnen.’

‘Al wie vandaag - in héél Europa - vasthoudend pleit voor open, interculturele samenlevingen en het woord kosmopolitisme nog maar in de mond dúrft te nemen, ligt zwaar onder vuur. Maar dat ontmoedigt me niet, laat staan dat het gevoel overheerst dat alles wat we hebben geprobeerd niet zinvol is geweest. De samenleving van morgen is een diverse samenleving, wat de dominante rechtse grondstroom ook mag beweren.’

Waterhoofd

Goossens verlaat ‘zijn’ Brussel op een moeilijk moment voor de stad. De aanslagen van 22 maart hebben de tegenstellingen in en de meningen over onze hoofdstad op de spits gedreven. Hellhole. Institutioneel waterhoofd. Jihadihoofdstad.

Goossens zucht. ‘Ik heb de indruk dat de aanslagen ons verder uiteen hebben gedreven, en dat zelfs de projecten die ons zouden moeten verenigen, zoals de voetgangerszone, als een boomerang in ons gezicht terugkomen. Gelukkig is dat niet het geval voor de cultuur. De zalen van de KVS zaten de afgelopen maanden nog altijd vol. En het publiek is nog even gemengd als vroeger. Dat is het beste bewijs dat mensen, in een tijd waarin angst verdeeldheid zaait, nood hebben aan gedeelde ruimtes . Mijn idealen zijn dus niet met een paar knallen van tafel geveegd.’

De aanslagen in Parijs en Brussel gingen volgens Goossens over zaken waarop wij als burgers weinig vat hebben: over het inconsequente buitenlandbeleid van Europa, over het Palestijns-Israëlische conflict, over de Franse interventie in Mali, over de oorlog in Libië. ‘Het komt bij dat soort geopolitieke dwaasheden altijd op hetzelfde neer: Europa gaat graag prat op een aantal waarden en beschavingsprincipes, maar buiten zijn grenzen treedt het al die principes met de voeten. Die dubbele moraal is niet ongestraft gebleven.’

Goossens werkte met de KVS vier jaar in Molenbeek, letterlijk om de hoek van de schuilplaats waar de publieke vijand Salah Abdeslam werd gearresteerd. Hij maakte theatervoorstellingen met jonge Marokkanen uit de wijk. Waarom radicaliseren jongeren? ‘Wie de schuld enkel bij de islam legt, slaat de bal mis. Het is een complex samenspel van religieuze, sociale en geopolitieke factoren. In bepaalde moskeeën is er zonder twijfel een probleem met radicale imams die hun integristische islam importeren.’

‘Maar onderschat ook de internationale context niet. Praat in Brussel met gelijk welke jonge moslim over Israël: de woede waarop je stuit, is hallucinant. En hoe zit het met onze verantwoordelijkheid? Geven wij de jongeren met een migratieachtergrond in onze Europese steden voldoende om voor te leven? Als ik vandaag in het stukje Molenbeek rondloop waar ik tien jaar geleden werkte, valt het me op dat er weinig is veranderd. Het blijft dezelfde miezerige en troosteloze wijk.’

Catharsis

De verantwoordelijkheid van de Brusselse politici is verpletterend, meent Goossens. Hoopt hij dat 22 maart een catharsismoment wordt om het roer radicaal om te gooien en de Brusselse instellingen te hertekenen? Hij neemt een slok van zijn pastis. ‘Het zal wel zijn!’

‘Er is geen voldragen stadsproject voor Brussel. De 19 gemeenten zijn te invloedrijk. Het Brussels Gewest moet meer inspraak en middelen krijgen. Voor tewerkstelling, veiligheid, welzijn en cultuur, allemaal domeinen waarover Brussel te weinig zeggenschap heeft. De hoofdstad wordt te veel vanuit Vlaanderen en Wallonië bestuurd, terwijl een grootstad met andere problemen kampt dan een centrumstad of een plattelandsdorp. Neem het onderwijs, toch een van de belangrijkste toegangspoorten tot onze samenleving. Het Brusselse onderwijs is met zijn geforceerde opsplitsing tussen Vlaamse en Franstalige scholen niet aangepast aan de meertalige realiteit in de stad.’

De samenleving van morgen is een diverse samenleving, wat de dominante rechtse grondstroom ook mag beweren.
Jan Goossens, directeur van het Festival de Marseille

Goossens twijfelt of het catharsismoment er komt. ‘Ik mis Brusselse politici met de moed en de visie om een stedelijk project te formuleren. Mensen als Pascal Smet of Guy Vanhengel zijn uitzonderingen, maar zij zijn onderdeel van een systeem waarin het voor individuele Vlaamse politici moeilijk is om een verschil te maken zonder steun van hun Franstalige zusterpartij.’

Die Franstalige partijen halen evengoed hun neus op voor Brussel. Ze plaatsen hun mindere goden op sleutelposten of besturen Brussel vanuit Wallonië. ‘Yvan Mayeur na de aanslagen, dat was een burgemeester van een stad als Brussel onwaardig’, zegt Goossens. ‘Het was een historische fout van Laurette Onkelinx om na het vertrek van Charles Piqué niet aan het hoofd van de Brusselse regering te gaan staan. Minister-president Rudi Vervoort is de kwaadste niet, maar hij weegt te licht. Onkelinx en andere kopstukken beslissen veel vanuit de coulissen. Ik vind het hallucinant dat dat niet openlijk gebeurt. Maar het gaat me niet om de PS alleen. De MR heeft Didier Reynders. Waarom gebruikt zo’n partij haar stemmenkanonnen niet? En de Vlaamse politici in Brussel staan erbij en kijken ernaar.’

Het is geen optimistisch toekomstbeeld. Goossens zucht: ‘Ik vrees dat er nog een paar extra rampen moeten gebeuren voor er echt iets verandert. Intussen zie ik een stad die steeds disfunctioneler wordt.’

French Connection

We nemen een taxi naar de Corniche, waar Goossens woont. Van hieruit zal hij elke dag drie kwartier naar zijn kantoor in het centrum wandelen. We stappen een restaurant binnen in de schilderachtige baai Vallon des Auffes, bekend van de filmklassieker ‘The French Connection’. Ondanks zijn vlijmscherpe kritiek op Brussel gaat Goossens onze hoofdstad missen, zegt hij. Want zoals wel vaker met kritiek, is ze goedbedoeld en komt ze voort uit liefde.

De theaterdirecteur klonk vandaag eigenlijk niet zo gek anders dan anders: als een halve politicus. Iemand die zijn niet-politieke mandaat inzet om stenen te verleggen. Dat maatschappelijke bewustzijn kreeg hij met de paplepel ingegeven. Vader Paul Goossens was als politiek journalist behoorlijk links. Behalve politici kwamen thuis ook mensen als Herman De Coninck, Hugo Claus of Gerard Mortier over de vloer. Zijn moeder nam hem op zijn vijfde mee naar zijn eerste theatervoorstelling.

©BELGA

‘Politiek en kunst hebben elkaar altijd mooi in evenwicht gehouden’, zegt Goossens. ‘We kregen te horen dat cultuur om meer moest gaan dan om schoonheid alleen. Mijn hart klopt voor alles wat op een podium gebeurt. De maatschappelijke invloed daarvan heeft ongetwijfeld beperkingen. Maar in de politiek zou ik me pas echt machteloos voelen. Of het nu gaat over de grote politiek - kijk maar wat een lame duck Barack Obama is geworden - of de nationale politiek, de machteloosheid van politici deprimeert me. De democratie is verworden tot een verkiezingsindustrie. Politici mogen alleen nog bezig zijn met de volgende verkiezingen. Werk in de diepte is niet meer mogelijk.’

Diepgang vindt hij gelukkig wel nog in de podiumkunsten. Vanaf nu ligt zijn speelterrein in Marseille. Maximaal voor vijf jaar, want zijn hart en zijn engagement lonken naar Afrika. Zijn vriendin werkt als muzikante in Bamako in Mali. ‘Ik zie mezelf ooit in Afrika wonen en werken. Culturele projecten zijn er veel meer ingeschreven in de samenleving dan in het Westen. De vraag ‘voor wie werk je?’ houdt me steeds meer bezig. En in Europa vind ik daar steeds minder een bevredigend antwoord op. Het blijft toch altijd weer hetzelfde kleine kransje mensen.’

Die confronterende vaststelling gaf mee de doorslag om voor het mediterrane Marseille te kiezen. ‘Dit is geen highbrow cultuurstad. Er vallen nog behoorlijk wat zieltjes te winnen voor theater en de schone kunsten. Je leeft als cultuurwerker minder onder een stolp dan in Avignon, Parijs of zelfs Brussel.’

Vijf jaar is kort om geschiedenis te schrijven. Even legendarisch als de Belgische voetballegende Raymond Goethals wordt Goossens wellicht niet in de Zuid-Franse havenstad. Maar daar kan hij mee leven. Het is ook geen eerlijke vergelijking. ‘Met theater win je geen voetbaltrofeeën’, zegt hij lachend. Wat dan wel? ‘Trots. Dat is ook al mooi.’

 

Het Festival de Marseille loopt van 24 juni tot 19 juli.

De KVS zwaait Jan Goossens op 10, 11 en 12 juni uit met het korenproject ‘Uit de bol / Coup de coeur’.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content