Lafarge betaalde IS voor vrijgeleide

Amerikaanse elitesoldaten hebben tegenwoordig hun Syrische hoofdkwartier in de zwaar gehavende Lafarge-fabriek in Jalabiya. ©AFP

De Syrische fabriek van de Franse cementreus Lafarge betaalde taksen aan Islamitische Staat (IS) en kocht olie van de terreurorganisatie om de cementfabriek draaiende te houden.

Het bewijs dat Lafarge IS betaalde, vond de Franse krant Le Monde in een vrijgeleide, afgestempeld door IS, waardoor de bevoorrading van de fabriek ook tijdens de gevechten kon doorgaan. Wie de opdracht gaf om met IS te onderhandelen is veel minder duidelijk. Het hoofdkwartier in Parijs had duidelijk zijn greep verloren op de gebeurtenissen zodat Lafarge in Syrië een speelbal werd in handen van de strijdende partijen.

De Syrische fabriek in Jalabiya kwam in handen van Lafarge nadat de groep de cementbedrijven van de Egyptische groep Orascom in 2007 had overgenomen. De installaties, bij de grootste en modernste in het Midden-Oosten, traden in 2010 in werking. Voor Lafarge wenkte een gouden toekomst: de Syrische cementmarkt werd opengegooid en de vooruitzichten waren uitstekend.

©mediafin

In 2011 begon de burgeroorlog in Syrië. Naarmate het conflict escaleerde, werd het voor Lafarge steeds moelijker om te produceren. Aanvankelijk verzekerde het Syrische leger de veiligheid van de fabriek, later namen Koerdische milities (YPG) die taak over. Maar het toenemende geweld bemoeilijkte de productie steeds meer. Zeker toen IS een steeds grotere gedeelte van de regio rond de fabriek veroverde. In juni 2013 viel Raqqa in handen van IS, zes maanden later volgde Manbij. Jalabiya ligt daartussenin.

Volgens Le Monde, die zich baseert op interne mails en gesprekken met gewezen werknemers van Lafarge in Syrië, zijn de onderhandelingen met leden van IS toen begonnen. Ze werden gevoerd door een zekere Ahmad Jaloudi. Wat de precieze functie van Jaloudi bij Lafarge was, bleef onduidelijk. Volgens getuigen stond hij in voor de veiligheid van de fabriek, de aanvoer van grondstoffen en het vervoer van cement over wegen die deels of helemaal in handen van IS waren gevallen.

Doorgangsbewijzen

De onderhandelingen met IS leverden doorgangsbewijzen voor de vrachtwagens van Lafarge op. Een van deze documenten werd op 11 september 2014 afgeleverd door de financiële verantwoordelijke van IS in de regio van Aleppo. Met dat document konden de vrachtwagens voorbij de controleposten van IS rijden. Het is gebruikelijk dat IS in de gebieden onder zijn controle dat soort taksen heft. De inning daarvan gebeurt door ‘het ministerie van Financiën’ van IS.

Op dat moment was men op het hoofdkwartier van Lafarge in Parijs op de hoogte van de onderhandelingen. Vanuit Syrië kwamen er e-mails met de stand van zaken, ook over de onderhandelingen met IS. Minder duidelijk is hoe in Parijs met die informatie werd omgegaan. Uiteindelijk was de invloed op de drie mensen ter plaatse - de directeur van de fabriek, zijn adjunct en Jaloudi - beperkt. Ze onderhandelden op eigen houtje.

Om de fabriek tijdens het conflict draaiende te houden waren akkoorden met alle strijdende partijen nodig. Lafarge haalde kalksteen uit groeven die gecontroleerd werden door de Koerden. Voor andere grondstoffen kwam men via tussenpersonen terecht bij IS. De grondstof puzzolaan werd aangeleverd door gebieden onder controle van IS. De zware stookolie, nodig voor de cementovens, kwam uit raffinaderijen onder controle van IS.

Op het Franse hoofdkwartier van Lafarge groeide de onrust over de Syrische site. Uiteindelijk werd beslist de fabriek te evacueren. Op 19 september 2014 nam IS de controle over de fabriek.

Charlie Hebdo

Toch stopt het verhaal daar niet. Een van de tussenpersonen, Amro Taleb, nam contact met Lafarge en stelde voor samen met ‘zakenlui uit Raqqa’ de fabriek opnieuw op te starten. Lafarge zou de fabriek kunnen uitbaten als 15 procent van de productie naar IS zou gaan. Lafarge weigerde.

Om de fabriek tijdens het conflict draaiende te houden, waren akkoorden met alle strijdende partijen nodig. Zo haalde Lafarge kalksteen uit groeven die gecontroleerd werden door de Koerden. Voor andere grondstoffen belandde het via tussenpersonen bij IS.

Taleb kwam op 7 januari 2015 naar Parijs om de zaak te bepleiten, uitgerekend op de dag van de terreuraanslagen op Charlie Hebdo. Vanaf dan verbrak Lafarge alle contact met Syrië en de tussenpersonen.

In een reactie op de onthullingen in Le Monde stuurde LafargeHolcim een e-mail naar het persbureau Reuters. Daarin stelde de groep dat ze tussen 2010 en 2014 ‘een derde van de lokale markt bevoorraadde en daarmee een behoefte van de bevolking vervulde’. Voorts stelde de groep dat ze ‘altijd voorrang had gegeven aan het verzekeren van de veiligheid van het personeel’. Alle buitenlandse werknemers hadden de fabriek al in 2012 verlaten.

Het ironische van het verhaal is dat de Koerdische milities de fabriek in februari 2015 heroverden. Sindsdien is ze strikt verboden terrein en wordt ze zwaar bewaakt. Volgens plaatselijke bronnen is de inmiddels zwaar gehavende cementfabriek nu een hoofdkwartier van Amerikaanse en Franse elitetroepen die meestrijden met de Koerdische militie. Lange tijd was er twijfel over hun aanwezigheid, maar ze werden in mei van dit jaar opgemerkt door een fotograaf van AFP.

Lafarge kondigde in maart van dit jaar de sluiting van de site aan voor een periode van twee tot drie jaar, maar na geheime onderhandelingen tussen de Koerdische milities en Franse en Amerikaanse diplomaten werd de fabriek de facto overgedragen aan de speciale gevechtseenheden.

Lafarge fuseerde vorig jaar met Holcim tot het grootste cementbedrijf ter wereld. Een van de belangrijkste aandeelhouders van Lafarge is GBL. De Belgische holding heeft een belang van 9,4 procent in de gefuseerde groep.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content