column

Ondankbaar volk

Met het aantreden van president Trump in Washington en een gevreesde populistische vloedgolf in de Europese Unie zijn de politieke en economische doemscenario’s niet van de lucht.

©rv

Met Donald Trump in het Witte Huis zullen de politicologen zich de komende jaren niet vervelen. Er is de jongste maanden en weken al wat af geanalyseerd. De verkiezing van een speelplaatsbullebak tot president van het machtigste land ter wereld heeft kennelijk nogal wat vaste leveranciers van ingezonden opiniestukken van slag gebracht. In Europa was men nochtans al gewend geraakt aan het politieke rariteitenkabinet dat doorgaans in het populistische antisysteemkamp wordt geparkeerd.

In hun voortdurende haast koortsige zoektocht naar de volksgunst stellen politici zich naar eigen zeggen graag dienstbaar op. Maar die burger moet wel zijn plaats kennen en dankbaar zijn, wil hij niet als een populist worden weggezet. Populisme is intussen een passe-partoutomschrijving voor meningen waarmee geen rekening wordt gehouden. Zoals met het resultaat van het Nederlandse referendum, waarbij het associatieverdrag tussen de EU en Oekraïne werd verworpen.

Dat een krappe meerderheid van de Britten ervoor koos de Europese Unie te verlaten, werd door weldenkende opiniekneders nog afgedaan als alweer een populistische koortsaanval. Een pijnlijke kwestie, dat zeker. Maar misschien viel een en ander nog te lijmen als die weerspannige Britten eens stevig de wacht aangezegd kregen door de EU. Die koos alvast een voorhoede van onderhandelaars, met mee in de spits Guy Verhofstadt, de grootinquisiteur van de Europese gedachte. De Britten waren niet onder de indruk. Zeker niet nadat Mervyn King, de gewezen gouverneur van de Bank of England, had verzekerd dat de brexit niet het einde van de wereld betekende, en dat die zelfs opportuniteiten zou opleveren.

Trump heeft de presidentsverkiezingen niet gewonnen: de Democraten hebben die verkiezing verknoeid.

De verkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten viel niet meer te minimaliseren. Hier was volgens menig analist niet alleen sprake van populisme, maar van een regelrechte opstand van de boze blanke man tegen de elite. Een al te simpele verklaring. Want niet alleen won Trump de presidentsverkiezingen, de Republikeinse partij - waar Trump meer vijanden dan vrienden telt - haalde een solide meerderheid in het Huis van Afgevaardigden en de Senaat. De oorzaak lag veel dieper. Trump heeft de presidentsverkiezingen niet gewonnen: de Democraten hebben die verkiezing verknoeid.

Het Democratisch gezinde weekblad The Nation publiceerde onlangs een bevraging door Working America, de politieke arm van de American Federation of Labor (AFL) en Congress of Industrial Organizations (CIO). Daaruit bleek dat een kwart van de vooraf ondervraagde Democratische kiezers in Ohio en Pennsylvania te kennen gaf voor Trump te zullen kiezen. Onder hen heel wat mensen die bij vorige gelegenheden voor Barack Obama kozen. Bovendien blijkt in die staten ruim 11 procent van de kleurlingen onder de Democratische aanhang niet te hebben gestemd.

Die verdwaalde kiezers kunnen volgens Working America terugkeren naar hun vertrouwde stal, maar dat zal afhangen van de Democraten. Want door onder Bill Clinton te kiezen voor een Derde Weg en door hun aanpappen met Wall Street, lieten de Democraten hun traditionele achterban in de kou. Negentig procent van de Amerikanen geboren in de vroege jaren veertig verdiende meer dan hun ouders. Dat aantal daalde naar nagenoeg 50 procent voor wie een halve eeuw later werd geboren. De Democraten hadden geen aandacht voor dat soort pietluttigheden. En president Obama heeft jammer genoeg voor zijn partij die trend niet kunnen keren.

Trump en Stalin

Ongehinderd door dat soort vaststellingen waagden nogal wat columnisten, die zich graag tot de elite rekenen, zich aan opmerkelijke vergelijkingen om hun afschuw voor Trump te illustreren. Een ervan, een medewerker van Slate, componeerde zelfs een essay waarin de nieuwe Amerikaanse president werd vergeleken met Josef Stalin, omdat die eveneens de waarheid naar zijn hand zette.

Om te verduidelijken wat de wereld wacht als de Europese populisten, gestuwd door het succes van Trump, tijdens de komende verkiezingen in Nederland, Frankrijk en Duitsland doorstoten, werd regelmatig verwezen naar de Weimarrepubliek, die de weg baande voor het naziregime. Een hoogst bizarre vergelijking. Onder de Weimarrepubliek marcheerden zwaar bewapende Freikorpsen door Duitsland, werden honderden politieke moorden en aanslagen gepleegd door extreemnationalisten en communisten, en moest de verpauperde Duitser in 1923 tot miljarden marken neertellen voor een brood als gevolg van de hyperinflatie. En dan blijft de gewelddadige bezetting van de Ruhr door Franse en Belgische troepen nog onbesproken.

Maar met het aantreden van Trump in Washington en een gevreesde populistische vloedgolf in de Europese Unie zijn de politieke en economische doemscenario’s niet van de lucht. Het begon al met de brexit. Volgens opperauguren onder de economen moest het Verenigd Koninkrijk vorig jaar al na het referendum zijn weggezakt in een verstikkende recessie. Enkelen onder hen hebben intussen hun prognoses bijgesteld naar dit jaar. Wat Wolfgang Münchau in Financial Times fijntjes deed opmerken dat de meeste economen zelfs niet in staat zijn de evolutie voor het komende kwartaal te schetsen. Laat staan dat ze in staat zijn nu al te voorspellen tot wat voor wereldcalamiteiten Trumps beleid zal leiden.

Afgaand op de verslagen over het voorbije Wereld Economisch Forum in Davos leek het naderende Trump-gevaarte ook daar de meeste conversaties te beheersen. In de debatten werden de angst en de afschuw voor de opperpopulist amper onder stoelen of banken gestoken.

Verlamd door de zelf aangeprate angst voor de populistische vloedgolf blijft men in Brussel zweren bij de eigen saneringsoekazes.

Wie zich daar niet aan liet vangen en meteen tot de kern van de zaak kwam, was Christine Lagarde, de voorzitster van het Internationaal Monetair Fonds. Zij herinnerde eraan dat ze vier jaar geleden al waarschuwde voor de crisis van de middenklasse in de geavanceerde economieën. Volgens de Française een gevolg van de toenemende ongelijkheid en de lage economische groei. In de EU werd haar waarschuwing in de wind geslagen. Verlamd door de zelf aangeprate angst voor de populistische vloedgolf blijft men in Brussel zweren bij de eigen saneringsoekazes, terwijl de Europese Centrale Bank met haar heilloze rentebeleid de middenklasse en vooral de gepensioneerden verder verarmt.

Jaren geleden al waarschuwde Angela Merkel: ‘In de sociale economie is de staat de behoeder van de orde. Daar moeten de mensen op kunnen vertrouwen.’ In Davos werd nog eens herinnerd aan Merkels vaststelling dat Europa met amper 7 procent van de wereldbevolking 25 procent van het bruto wereldproduct levert, maar ook 50 procent van alle sociale uitgaven in de wereld financiert.

Het zijn de lidstaten, de door de eurofielen verfoeide natiestaten, die een eerlijker verdeling van de welvaart afdwingen en zo een compensatie bieden voor de ontwrichtende globalisering. Dat de ongelijkheid in België minder groot is dan in de meeste Europese landen en in de Verenigde Staten, dankt het niet aan de Europese solidariteit, maar aan zijn eigen herverdelend sociaal systeem.

De Italiaanse minister van Financiën Pier Carlo Padoan trad Lagarde volmondig bij. Geleerd door zijn Italiaanse ervaring benadrukte hij dat de klachten van de middenklasse, die als populistisch wordt afgedaan, ernstig moeten worden genomen. De Europese beleidsmakers moeten volgens hem eindelijk eens een visie voor een betere toekomst ontwikkelen. Maar dat is op dit moment misschien wat veel gevraagd.

Lees verder

Tijd Connect