reportage

Afscheid van New York, het drukste kruispunt ter wereld

©Roel Verrycken

Vier jaar lang was Roel Verrycken de correspondent voor De Tijd in New York. Nu verhuist hij voor de krant naar Silicon Valley, dat zich steeds prominenter ontpopt tot het nieuwe machtscentrum van de wereld. In zijn laatste stuk vanuit New York beschrijft hij welk voorrecht het was er te wonen en te werken, en gaat hij op zoek naar de ziel van de stad.

 

Vijf mannen die daarvoor duidelijk veel beter gebouwd zijn dan ik zijn mijn appartement aan het leeghalen, spullen in karton en plastiek aan het inpakken, de veel te smalle trap op en af aan het lopen en alles op een vrachtwagen beneden aan het laden. Ik kan niets anders doen dan proberen niet in de weg te lopen, en mijmeren over dit moment: het tijdstip waar elke New Yorker met vrees naar uitkijkt vanaf de dag dat hij/zij hier arriveert: het besef dat het erop zit.

©Roel Verrycken

In ieder geval, dat maak ik me sterk. Er zijn vast ook New Yorkers die er wat minder zwaarmoedig van worden. En net blij zijn dat ze de kans krijgen om deze dure, luide, bloedhete/ijskoude metropool te mogen inwisselen voor een woonplaats meer op mensenmaat. Maar, ook al is het hier altijd een komen en gaan, iets zegt me dat het een meerderheid van de New Yorkers (vanaf wanneer we die titel precies verdienen is voer voor debat) net als mij op zijn minst een beetje zwaar valt om te vertrekken.

Voorrecht

Dat komt omdat het elke dag opnieuw aanvoelt als een absoluut voorrecht om erbij te horen. Om te wonen en werken pal op het drukste kruispunt van de wereld. Om de Q metro over de Manhattan Bridge te nemen ’s ochtends en de Empire State Building te zien opdoemen. Om een avenue over te steken en links en rechts in de canyon van gebouwen te turen, zo ver het oog reikt. Om te landen op de luchthaven van LaGuardia en rakelings boven Manhattan te vliegen en getrakteerd te worden op een beter uitzicht dan eender welke veel te dure toeristenhelikopter ooit zal geven. Om een toer in Prospect Park te lopen en de bevolking te zien veranderen van blanke vrouwen met kinderwagens naar barbecueënde latinofamilies, orthodoxe joden en dansende Afrikanen. Apart, ja, maar wel naast elkaar, perfect vredelievend.

©Roel Verrycken

Vier eindeloos boeiende jaren mocht ik elke ochtend in New York wakker worden. Het was een periode waarin de stad klom naar zijn absolute topvorm, de twee aardschokken die ze deze eeuw al te verwerken kreeg - 9/11 en de ondergang van Lehman Brothers - steeds verder achter zich latend. De littekens van de aanslag van 2001 zijn bijna volledig weg. In de plaats staat er een nieuwe WTC-toren, vorig jaar in alle stilte ingehuldigd, en zit een museum over de horror van die septemberdag onder de grond. Ground Zero is een toeristische trekpleister, nu de meeste herstellingswerken zijn afgerond. Het Financial District, of FiDi zo u wil, in het zuiden van Manhattan is door de altijd ambitieuze vastgoedindustrie omgeturnd tot woonwijk voor yuppies.

Occupy 

Het was in dezelfde buurt, langs Broadway, dat enkele honderden misnoegde betogers, voornamelijk jongeren, in september 2011 samentroepten om het nabijgelegen Wall Street te bezetten. Het begon chaotisch, en dat bleef het eigenlijk ook gedurende 60 dagen, maar de boodschap was zonneklaar: met de economische crisis min of meer verteerd graait de toplaag alle opbrengsten weg, en blijft de overgrote meerderheid, de 99 procent, over met kruimels. De bonte betogers kwamen van overal, en overal in de VS doken sympathiserende kampen op. Op dat moment was het moeilijk te voorspellen, maar de impact van de Occupy-beweging bleek enorm. De schrijnende sociale verschillen in de Verenigde Staten zijn een van de bepalende thema’s van deze tijd geworden. In New York valt er niet naast te kijken.

Het was een periode waarin de stad opklom naar zijn absolute topvorm, de twee aardschokken die ze deze eeuw al te verwerken kreeg - 9/11 en de ondergang van Lehman Brothers - steeds verder achter zich latend.

Voor heel veel mensen is wonen in New York een pak minder romantisch dan films,  tv-series of Taylor Swift ons doen geloven. Voor de bums die lege plastic of glazen flessen verzamelen om er wat statiegeld voor te krijgen, bijvoorbeeld. Maar ook voor het werkvolk dat voor en achter de schermen de stad draaiende houdt. Mensen die ’s ochtends heel vroeg en ’s avonds heel laat vanuit Queens of The Bronx met de metro pendelen om shifts te draaien als restauranthulp, winkelbediende, nanny, beveiligingsagent of conciërge. Zij zijn de hoogst noodzakelijke infanteriesoldaten van de stad, de bedienden van iedereen.

De excessen worden groter. Vastgoedprijzen breken telkens opnieuw records. Superdeluxe wolkenkrabbers geven de constant veranderende stad aan de lopende band een nieuw uitzicht. Wie even niet oplet, ziet een nieuwe toren groeien met dure condo’s en 24 uur per dag service voor de bewoners. Langs 57th Street in Manhattan, juist onder Central Park, schieten de meest waanzinnige skyscrapers uit de grond, stuk voor stuk speeltuinen voor filmsterren, koningen uit de hefboomfondswereld, en vooral: buitenlandse tycoons die een buitenverblijf nodig hebben voor hun sporadische bezoeken aan New York. Begin dit jaar kostte een appartement op Billionaire’s Row voor het eerst meer dan 100 miljoen dollar. Lang zal het niet duren voor ook dat overtroffen wordt.

Brooklyn

Zelf woonde ik een jaar in Manhattan en drie jaar in Brooklyn, in Fort Greene, een wijk die heel snel mijn favoriete van heel de stad werd. Vanwege de centrale ligging, de prachtige groene straten vol honderd jaar oude brownstones met trapje richting voordeur, en de onmiddellijke nabijheid van alles, werkelijk alles. (Seriously: alles.) En vanwege de mengeling van leeftijden en rassen en van oud en nieuw Brooklyn. Fort Greene is een van de schaarse wijken die je op z’n minst het gevoel geeft dat die dingen verzoenbaar zijn. Dat het kan, een intrek van gegoede jonge blanke gezinnen zonder dat het de ziel van de buurt verstoort.

Over gentrification, een onophoudelijke discussie in een stad als New York, kan ik niet veel meer zeggen dan dat het is zoals in de file staan: je hebt het recht niet om erover te klagen als je deel bent van de situatie.

Al is dat wellicht ook een illusie van de bewoner. Ik ben me er in ieder geval heel goed van bewust geweest dat ik zelf behoorde tot die golf van recente blanke inwijkelingen. Over gentrification, een onophoudelijke discussie in een stad als New York, kan ik niet veel meer zeggen dan dat het is zoals in de file staan: je hebt het recht niet om erover te klagen als je deel bent van de situatie.

Ik zal mijn buren missen. Mijn goede vriend Flynn, die om zijn studies geneeskunde te betalen zijn eigen fitnessstudio oprichtte en een voor veel Amerikanen natuurlijke ondernemerszin in zich heeft die ik voor altijd zal respecteren. Hij is geboren in de straat waar ik de voorbije jaren woonde, en zag onze ‘block’ veranderen van een waar wel eens schoten vielen en hij als tiener uit zijn doppen moest kijken tijdens de korte wandeling naar de metro, naar een waar huiseigenaars 4.000 dollar en meer voor een bescheiden tweeslaapkamerappartement aanrekenen.

©Roel Verrycken

Ook: de bende Puerto Ricanen aan de overkant die de klapstoelen en de luide salsamuziek bovenhalen en hun dag op straat doorbrengen zodra het weer het toelaat, en dat is in New York heel vaak tussen pakweg april en oktober. Ze worden aangevoerd door Louie, van wie iedereen wist dat hij een handeltje in gestolen fietsen runt, een vermoeden dat elke keer opnieuw werd bevestigd als je hem zag rijden op alweer een nieuwe tweewieler die hij even later aan een passant inwisselde voor cash. De basketbalgekke Pakistaan van de wasserij, de Mexicanen die door weer en wind avondeten kwamen brengen, de Chinees die mij een verplicht uurtje rijles gaf (‘Put your foot on the blake!’), de Duitsers die een nieuw hippe biertent op de hoek openden en mijn Nederlandse onderbuur en collega-journalist met wie ik daar wel eens aan de toog zat.

‘Succes voor jou en je gezin. Screw your career. Put your wife and child first.’

Wel, ik zal zelfs mijn mensenschuwe huisbaas missen. Een quasi onbereikbare en onaanspreekbare zwarte man uit Virginia die het pand waarin ik op de bovenste verdieping woonde - en hij terugtrokken op de onderste - kocht voor een appel en een ei in tempore non suspectu en nu slapend rijk wordt van zijn huurders, maar ons wel een enorm cadeau deed: namelijk máár 2200 dollar per maand huur vragen. Zonder twijfel een buitenkans, zelfs met lekkend dak. Zelden sprak of sms’te hij in woorden van meer dan twee letters (‘Hi’, ‘Ok’), tot hij me pas, uit het niets bijna, naar aanleiding van ons vertrek de volgende wijze raad stuurde: ‘Succes voor jou en je gezin. Screw your career. Put your wife and child first.’

Energie 

New York is tegelijk wel en niet de ideale uitvalsbasis om Amerika-correspondent te zijn. Wel, vanwege de pure concentratie aan economische macht en creativiteit die bijeenkomt in een onmiddellijke straal rond dat eilandje aan de monding van de Hudson. Je wordt er op je wenken bediend, de onderwerpen vliegen rond je oren. De keerzijde is dat New York onder een vergrootglas ligt en door het overschot aan aanwezige media wordt overbelicht. Uiteraard is New York anders dan veel andere plaatsen in Amerika, maar dat zijn zo veel andere plaatsen ook op hun manier.

©Roel Verrycken

Als er een argument is dat ik compleet moe ben gehoord, dan wel de uitspraak ‘New York is niet Amerika’. Waarom? Omdat er geen plaats is om met een pick-up truck te rijden? Geloof me, New York is even Amerikaans als Peoria, Illinois. Dat de stad kosmopolitischer en internationaler is dan het binnenland is net een testament van zijn geschiedenis als poort naar de vrije wereld. Je moet je eens proberen in te beelden wat een immigrant uit Europa van een generatie of drie geleden moet gevoeld hebben toen hij met de boot aankwam en voor het eerst de silhouetten van de stad zag.

Afscheid nemen van New York doe je met een aanloop, en naarmate het vertrek dichterbij kwam vroeg ik mijn gezelschap wel eens: wat is dat toch met New York, wat is het dat deze plek the greatest place on earth maakt? De energie, van de mensen en van de straten. De kans om volledig jezelf te zijn. (In Amerika zeggen ze: wil je jezelf zijn, ga dan naar New York. Wil je iemand anders zijn, verhuis naar Los Angeles.) De diversiteit, hoorde ik ook. De mogelijkheden om gelijkgestemden of tegenpolen te ontmoeten zijn eindeloos. Of de dichtheid: als we niet allemaal op elkaar gepakt zouden zitten zouden we nooit al die diversiteit ervaren. Het is een stad waar immigranten op afkomen als vliegen naar een lamp, wat maakt dat iedereen een outsider is, of toch ooit geweest.

©Roel Verrycken

Milton Glaser, de in The Bronx geboren designer van het beroemde ‘I Heart NY’ logo en oprichter van New York Magazine, zei ooit: ‘Ik geloof bijna dat er geen New York is, dat het enkel een verzameling projecties is, dat het alles kan zijn wat je wil. Het heeft de beste mensen, het heeft de slechtste mensen. Geen enkele andere plek heeft dat. New York is de aanvaarding van deze tegenstellingen en illusies.’ Ex-burgemeester Ed Koch, ‘the quintessential New Yorker’, zei op zijn 88ste: ‘Elke dag sta ik op en zeg ik tegen mezelf: ‘Wel, ik ben nog altijd in New York, godzijdank.’ In haar essay Goodbye To All That uit 1967, over afscheid nemen van de stad, had schrijfster Joan Didion het over ‘het gevoel, zo typisch New York, dat er elke minuut, elke dag, elke maand iets buitengewoons zou gebeuren’.

Onuitwisbaar 

Ik troost me met de gedachte dat mijn ervaringen onuitwisbaar zijn. Ik heb de marathon van mijn thuisstad gelopen. Ik ben er getrouwd, op een stralende septemberochtend. Ook dat was een pak minder romantisch dan het klinkt (met de metro richting downtown om daar een nummertje te trekken en aan te schuiven tot het onze beurt was om in een schrale zaal ‘I do’ te zeggen), maar op zijn eigen manier ook weer wel. En, nog vele malen indrukwekkender dan alles wat hier staat, onze zoon is er geboren. Ook al op een stralende ochtend. 

©Roel Verrycken

Ik heb, uiteraard, geen enkele reden om te klagen, want ik verhuis naar Californië. Californië! Ik ga wonen in de San Francisco Bay Area en me, onder andere, toeleggen op de nieuwigheden die ons uit Silicon Valley komen toewaaien. Voor het raam van mijn nieuw appartement staat een palmboom. In het westen van Amerika, aan de andere kant van de wereld van België, is ruimte, zon, verse lucht en In-N-Out Burger. Oh, en ook een schat aan uitermate relevante journalistieke verhalen.

En dat op amper vijf uur vliegen van New York.

Volg Roel op twitter via @RoelVerrycken.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud