Al vijftig jaar mee met De Tijd

Christian Dumolin, 73, zakenman, bekijkt De Tijd alleen nog op zijn iPad ©SISKA VANDECASTEELE

Piepjong zijn ze niet meer en dat kan ook niet. Deze drie abonnees lezen De Tijd sinds de allereerste dag. Zij waren meteen mee met de tijd en dat blijven ze tot vandaag. ‘Met die journalisten heb ik mijn werk gehad, hoor.’

Hij is wakker om 5 uur. Dat is iets van elke dag. Maar dan kan het wisselen. ‘Soms lees ik eerst Het Laatste Nieuws. Soms eerst De Tijd. Dat hangt van mijn humeur af.’

We vragen ons af of Christian Dumolin ooit slechtgezind is en dus welk humeur hij voor welke krant houdt.

We vragen het niet. Maar hij zegt: ‘Het grote voordeel van De Tijd vandaag is dat ze elke nacht al om 2 uur beschikbaar is. Op mijn iPad, hè. Ik had het nooit gedacht, maar het is al jaren zo: ik lees niets meer op papier. Alles op de iPad.’

Wellicht had niemand dat gedacht, die ochtend van 3 januari 1968. Het moet maar koud geweest zijn. Volgens het KMI vroor het half december 1967 tot min 13 in Knokke en een maand later tot min 19 in Kleine-Brogel. Wat een idee om uitgerekend dan de mensen te vragen naar een krantenwinkel te rijden om de eerste editie van De Financieel Economische Tijd te halen. Kostte wel maar 5 frank, maar wie zou daarvoor nu kou vatten?

Dumolin, Amedee De Keulenaer en Jan De Laet waren slimmer. Zij hadden vooraf ingetekend op een abonnement, hadden daarvoor 1.000 frank betaald (dat is nu 25 euro, een halfjaar kostte 500 frank, 12,50 euro dus) en lieten de facteur - zo heetten postbodes toen nog - door de vrieskou hun brievenbus zoeken.

Plof. Daar viel die eerste krant. En plof, zo valt ze nog altijd. Tenminste bij lezer De Keulenaer en bij lezer De Laet. Bij Dumolin komt ze dus geruisloos binnen. Op die enorme iPad Pro die hij toont, waarop overigens ook icoontjes van Het Nieuwsblad en Humo te zien zijn.

Maar op papier of digitaal, dit zijn drie van enkele tientallen mensen die vanaf de eerste dag deze krant lezen. Welke woorden daar toen in geschreven stonden, leest u elders in deze De Tijd. Maar met woorden van nu waren zij early adopters.

Ik moest mijn portefeuille toch wat in het oog houden.
Amedee De Keulenaer
Gepensioneerd tandarts

Waarom? De Laet haalt z’n schouders op. ‘Ze kwam bij ons vader meteen op den bureau.’ De Keulenaer? ‘Ik moest mijn portefeuille toch wat in het oog houden.’ En Dumolin, in 1968 pas 22 en nog lang niet de ondernemer die we nu van de bouwmaterialengroep Koramic kennen: ‘Er was tot dan geen nieuws te vinden over niet-beursgenoteerde vennootschappen. Jullie krant kwam als geroepen.’

We rijden naar Kapellen, waar Amedee De Keulenaer woont. Hij is 89, gepensioneerd tandarts en - zo zei hij het aan de telefoon - ‘lid van De Tijd’. Niet abonnee. Lid. Onderweg zie je de betere buurten. Een bord met ‘Gratis mest, zo meenemen’ is slechts een laatste vermoeden van de boerenbuiten. Twee straten verder zijn zes wielen met banden aan een boom vastgeketend. Die zijn niet gratis mee te nemen, maar wel te koop.

De straatjes worden smaller. Een Porsche Cayenne kan er nog net door. ‘We kochten dit huis in 1965 eigenlijk als buitenverblijf’, zegt De Keulenaer. ‘We hadden vier kinderen: drie jongens en een meisje. En in Het Laatste Nieuws zag ik dat dit te koop stond. Die krant hadden mijn ouders en uit gewoonte bleef ik ze lezen. Ook vandaag nog. Alleen tijdens mijn studententijd in Gent, op kot, las ik De Gentenaar. Nu zijn de kinderen al lang het huis uit. We hebben tien kleinkinderen en één achterkleinkind.’

Er staan veel bomen rond zijn huis. Maar waar gras was, ligt nu mos. ‘Dat is ook groen.’ Waar het zwembad ligt, vullen afgevallen blaren de kuip waarin de kinderen in warme zomers in de jaren zeventig en tachtig verkoeling vonden. Op een dag vroeg De Keulenaer wat hij met dat zwembad moest doen. Houden? Dan moesten ze het komen onderhouden. ‘Geen van de kinderen had daar veel zin in. Dus heb ik het maar zo gelaten. Ik gooi er de bladeren in. Dat is ook goed.’

Dat lijken allemaal details in dit verhaal, maar dat zijn het niet. Het zijn puzzelstukjes in levens. Ingrediënten van een bestaan. Schetsen van lezers. Pogingen tot antwoorden. Op deze vragen:

Wie zijn dat nu?

Waarom lezen ze deze krant?

Waarom bleven ze al die jaren?

In een ander deel van Antwerpen, vlak bij de stad, zegt Jan De Laet, een 82-jarige gepensioneerde verzekeringsmakelaar: ‘Kijk goed naar mijn tafel. Daar liggen twee historische atlassen op en die liggen hier altijd. Al-tijd.’

We kijken goed. De mooiste is er één met een rode linnen kaft. ‘Historischer Schul-Atlas. Vorgeschichte. Altertum. Mittelalter. Neuzeit’, lees je. De auteur is F.W. Putzger. Binnenin is zijn naam geschreven: Jan De Laet. Achteraan de prijs: 186 frank. ‘Die kocht ik in 1957, op 4 mei, in Leuven, toen ik daar begon te studeren. De andere kocht ik in dezelfde periode. Toevallig ook in het Duits: ‘Grosser Historischer Weltatlas.’ Ze liggen allebei elke dag op tafel. Dat is hun vaste plaats en als ik de krant ga lezen, dan neem ik die erbij.’

©SISKA VANDECASTEELE

De Laet liegt niet. Hij slaat de grootste atlas open, op een pagina waartussen een uitgeknipt verhaal zit van collega Jean Vanempten. De datum is 2 april 2016. En dit is de titel: ‘De vloek van Sykes-Picot in het Midden-Oosten.’ We gaan ook niet liegen. Van Sykes-Picot hebben wij nog nooit gehoord. Net in die ene editie van De Tijd die we door omstandigheden niet van begin tot einde konden lezen, misten we dus dat verhaal.

‘Als je naar de kaart van Europa kijkt, zie je al die gekartelde grenzen. In Afrika en ook in Azië is dat vaak niet het geval. Daar heeft men grenzen getrokken met een lat. En in Azië zijn Sykes en Picot (de Brit Mark Sykes en de Fransman Georges Picot onderhandelden in mei 1916 een verdrag met afspraken over Azië, tussen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, red.) daarvoor verantwoordelijk. Een grens trekken met een lat, dat is natuurlijk ruzie zoeken. Vaak gaat het om woestijngebieden, waar nomaden wonen, die plots grenzen van andere landen bleken te overschrijden. (glimlacht) Rechtlijnigheid is niet altijd de beste oplossing.’

‘Ik lees de krant altijd met een van die twee historische atlassen naast me. Je kan de actualiteit niet begrijpen zonder de geschiedenis te kennen. En mij helpt het te onthouden.’ Tussen andere bladzijden andere stukken van De Tijd. Een weekboek van Wim Van de Velden. Een kort berichtje van 24 februari 2018: ‘Turkije woest over erkenning Armeense genocide.’ De Laet knipt uit en houdt bij.

‘Een prof uit Leuven bracht me dat bij,’ zegt hij, ‘en ik was wel altijd gebeten om bij te leren. Ik ging in Leuven rechten studeren en op een bepaald moment begon iemand over filosofie. Eerlijk: ik verstond daar niets van. Echt niets. Maar ik zat op kot vlak bij het Filosofisch Instituut en trok ernaartoe om uitleg te krijgen. Onder meer monseigneur Dondeyne gaf er les. Dat was indrukwekkend en ik werd zeer geboeid door die filosofie. Die houding heb ik tot vandaag: als ik iets niet begrijp, ga ik erover zoeken en lezen’, zegt De Laet, die nog wel wat meer leest. Hij heeft abonnementen op Kerk en Leven, de Osservatore Romano en ’t Pallieterke. ‘Tot tien jaar geleden ook op de Frut (Gazet van Antwerpen, red.), maar dat heb ik opgezegd. Er stond niets meer in.’

De Financieel Economische Tijd begon als louter zakenkrant en in zijn kantoor in Kortrijk, een glazen huis waar hij aan de ene kant nog de tent ziet die een dag eerder Kamping Kitsch huisvestte en aan de andere zijn Kapel Ter Bede, vertelt Koramic-baas Christian Dumolin waarom hem dat meteen aansprak.

Hij is natuurlijk ondernemer. ‘Maar dat was helemaal niet mijn bedoeling’, zegt hij. ‘Toen ik jong was, was ik een fervent zeiler. Mijn droom was om met een kleine zeilboot de wereld rond te varen. Dat is er nooit van gekomen. Daarnaast wilde ik in de politiek gaan. (lacht) Godzijdank, voor mij en voor de politiek, is dat nooit doorgegaan. Ook al heb ik bewondering voor politici, en vind ik dat de jeugd zich meer zou moeten engageren.’

‘Maar zoals in de politiek zie je ook in de journalistiek een verandering. Vroeger was het duidelijk: De Standaard was van AVV-VVK, Het Volk was CVP, De Morgen was van de sossen. Men zegt altijd dat kranten objectief moeten zijn, maar waarom? Je wist voor welke ideeën ze gingen. Vandaag is dat veel minder het geval. De grotere commercialisering heeft geleid tot meer sensatie. En tot minder correctheid. Van belang is nu de snelheid.’

Hij doceert. ‘Neem nu vandaag: ik lees op mijn computer dat Balta zijn topman opzij heeft geschoven. Zou dat nu zoveel verschil maken mocht ik dat pas morgen weten? Misschien dat het voor de beleggers van belang is, maar voor mij? Ik denk het niet. Maar het moet snel en dus gooit men dat meteen op de site. Voor mij mag dat. Maar een paar jaar geleden las ik op een andere nieuwswebsite dan die van jullie dat de diamantair Mehta (Dilip Mehta van de Rosy Blue Group, red.) in Dubai was aangehouden. Tiens, dat was opmerkelijk. Tot er plots een dag later een nieuw bericht was: het was een andere Mehta. Later hoorde ik van die journalist: ‘Ik moest de eerste zijn, ik had het niet kunnen checken.’ Tja, dat is wel lastig.’

Dat weet niemand beter dan iemand die soms wel eens zelf in de krant staat. In Gopress, het digitale archief van kranten en tijdschriften, voerden we de zoektermen ‘christian and dumolin’ in. Dat geeft 1.085 resultaten. Veel in De Tijd en Trends, maar eigenlijk overal, zeker ook in de Krant van West-Vlaanderen en zelfs in Paris-Match, op een foto op het gala van Musée Wiertz. Als we de zoekfunctie verfijnen tot De Tijd, zijn er nog 415 hits. De eerste - digitaal opgeslagen, want voor 1989 gebeurde dat niet - heeft als titel: ‘We hebben nog geen gekke prijzen betaald’, boven het verhaal na de overname van een baksteengroep. Ergens valt het woord ‘konkurrent’, het waren die spellingtijden.

Natuurlijk lees je wat over jezelf wordt geschreven.
Christian Dumolin
Zakenman

‘Natuurlijk lees je wat over jezelf wordt geschreven’, zegt hij. ‘Toen we op de beurs zaten, gebeurde dat heel veel. Toen heb ik geleerd hoe belangrijk communicatie is. (lacht) Je moet je resultaten niet te rooskleurig voorstellen, maar toch rooskleurig genoeg. Als je één uur met een journalist praat, komen daarvan vijf minuten in de krant. Ook dat is belangrijk om weten.’

Twee keer had hij slechte ervaringen. Eén ervan wil hij alleen off the record vertellen. De tweede mag wel in de krant. ‘Toen ik lid was van de raad van toezicht van de CBFA (de Commissie voor het Bank, Financie- en Assurantiewezen, die tot 2011 toezicht hield op de Belgische financiële sector, red.) kwam plots een dossier op tafel over handel met voorkennis bij Koramic. De voorzitter belde me om te zeggen dat hij dat niet kon seponeren, hij moest dat doorgeven aan het parket. Vond ik helemaal correct.’

‘’s Avonds: telefoon van een journalist van De Tijd. En ’s morgens in de krant, op pagina 1: ‘Parket onderzoekt handel met voorkennis Dumolin.’ Het nieuws was gelekt naar die journalist. Ik mocht wel correct mijn uitleg doen en die werd ook correct weergegeven. Maar toen ik twee jaar later werd vrijgesproken omdat bleek dat het niet juist was, stond dat niet meer groot op pagina 1, maar klein op pagina 22 of zo.’

De herinnering klopt niet helemaal: het stond - inderdaad kort en klein - op pagina 2. Maar voor Dumolin is het ook al lang vergeten, hij praat erover sans rancune en bleef abonnee. ‘Het probleem vond ik alleen dat het publiek die kop onthoudt, maar dat die vrijspraak met een vergrootglas te zoeken is. Wat een beetje toont wat ik daarnet zei. De commercialisering leidt ertoe dat kranten vandaag toch anders zijn dan vijftig jaar geleden. De hele wereld, eigenlijk. (lacht) Kamping Kitsch zou toen ook niet hebben bestaan.’

Jan De Laet stond nooit in De (Financieel Economische) Tijd. Maar er was iets anders. ‘Ik heb véél werk met De Tijd gehad, hoor. Na mijn studies begon ik in het verzekeringskantoor van mijn vader te werken. We hadden een goede portefeuille, zo verzekerden we alle Grand Bazars van het land. En toevallig ook Jan Lamers, tot 2002 gedelegeerd bestuurder van Uitgeversbedrijf De Tijd.’

‘Op een dag zei hij me: ‘We moeten iets doen met die auto’s.’ Die journalisten reden allemaal met een eigen auto, maar journalisten zijn slordige chauffeurs. (vurig) Ha ja, er gebeurt iets, ze moeten snel naar het nieuws, willen zo dicht mogelijk parkeren, rijden tegen een borduur of wat dan ook. Enfin, De Tijd gaf op een bepaald moment aan die journalisten een bedrijfswagen en die waren bij ons verzekerd. Ik heb er mijn werk mee gehad. En pas op, (met die knipoog van ‘we begrijpen elkaar’) er waren toen nog geen ‘Bobben’, hè.’

Amedee De Keulenaer, 89, gepensioneerd tandarts, omschrijft zichzelf als ‘lid’ van De Tijd ©SISKA VANDECASTEELE

Amedee De Keulenaer neemt de krant erbij. Ze komt nog dagelijks op papier in de bossen van Kapellen aan, net als Het Laatste Nieuws. Het is de krant van 22 augustus. ‘Huurprijs winkelpanden keldert in steden’, leest hij luidop. ‘Dan vraag ik me af waarom dat zo is. Dat is toch niet logisch?’

Pagina 3: ‘Voor het eerst containerschip op route langs smeltende Noordpool.’ Dat vind ik interessant en dat lees je toch niet in Het Laatste Nieuws.’

Op pagina 5 staat Donald Trump. ‘Een kloot van een president. Een degoutant manneke. En al dat gedoe over die Russische hackers. Heeft dat nu zoveel invloed op het leven? Ik geloof er niets van.’

Dat de Noren 17 miljard rijker zijn in een kwartaal wil Amedee wel geloven. ‘Maar wat als morgen de olieprijs zakt?’

Op de cultuurpagina leest hij de kop: ‘De vriendelijke rapper die iedereen graag ziet.’ Hij slaat de krant dicht. ‘Of dat interessant is? Ik weet dat niet. Ik weet niet eens wat een rapper is.’

Las hij de krant eigenlijk als belegger en, dus, voor de beursberichten? ‘Ik heb wel aandelen, maar ik ga daar maar twee dingen over zeggen. Eén: zet uw geld nooit op één bank. Heb ik nooit gedaan. (lachje) Het probleem is alleen als een van die banken de andere bank waarop je ook geld staan hebt, overneemt. En twee: mijn beste belegging is dit hier. (hij wijst naar buiten) Mijn grond. Toen ik dit huis had gekocht en er nog wat grond bij kon kopen, zei de notaris: ‘Doe dat maar.’ Ik heb het gedaan. Voor 98 frank per vierkante meter. Hoeveel zou hij nu waard zijn? 100 euro per vierkante meter? Dat is maal veertig. Voilà.’

Het is de voilà met diezelfde knipoog die Jan De Laet al had. En het is met knipoogjes en grapjes dat Christian Dumolin vertelt over wat je ook een investering zou kunnen noemen. ‘In 1609 bestond De Tijd nog niet, maar toen werd deze Kapel Ter Bede wel gebouwd’, schatert hij in zijn kantoor met kunst van Panamarenko en Wim Delvoye en een paar ingelijste cartoons van Karl Meersman. ‘Ik heb de kapel laten restaureren. Voor ik het deed, heb ik eens met Sint-Pieter contact opgenomen en hem gevraagd of met die restauratie al mijn zonden vergeven zouden zijn. Hij heeft me geantwoord: ‘Christian, daarvoor zal je toch eerst een kathedraal moeten restaureren.’

Elke keer als Kaaiman Kris Peeters erdoor sleurt, moet ik zo lachen.
Jan De Laet
Gepensioneerd verzekeringsmakelaar

Lachen mag dus. Zoals Faudt Nieuws in De Tijd? De buik van De Laet schudt al bij de vraag. ‘Dat vind ik iets formidabels, jaja.’ Dat vindt ook mevrouw De Laet, die vier jaar geleden wel aan haar man vroeg een digitaal abonnement te nemen. Terwijl hij knipt en de krant met de historische atlas bestudeert, kan zij swipen. ‘De Kaaiman overdrijft soms wel een beetje’, vindt mevrouw. Maar dat vindt haar man niet. ‘Kaaiman is fantastisch. Elke keer als hij Kris Peeters erdoor sleurt, moet ik zo lachen.’

De Laet mag dus vaak lachen. Conclusie, van Dumolin: ‘Om Kaaiman te begrijpen moet je soms de sleutels tot het verhaal kennen. Maar als je die sleutel hebt, amai... Ik weet niet of het altijd nodig is sommige privézaken te vermelden, maar kom. Zoals ik ook niet altijd weet of de krant wel voorzichtig genoeg is als ze weer eens met de Panama Papers uitpakt. Je mag je lezers niet de indruk geven dat alle bedrijfsleiders bandieten zijn. Ook niet als ze, zoals wij, een filiaal in Luxemburg hebben. Dat is niet correct. Tegelijk vind ik Lars Bové een zeer goede journalist. Weet je: eigenlijk zouden ook mensen die niet meteen in zaken geïnteresseerd zijn jullie krant moeten lezen. Er zou een wereld voor hen opengaan. En de krant kan ik alleen maar aanraden geen toegevingen te doen op kwaliteit.’

Het ruikt hier een beetje naar stoef, we verlaten dus de lezers. Amedee is 89, Jan 82 en Christian 73. Dat is niet piepjong, maar dat kan niet voor mensen die op 3 januari 1968 de eerste krant kochten. Wat met de volgende generatie? Die leest ze ook, verzekeren ze alle drie. Al twijfelt Dumolin even aan Bruno, zijn zoon die aan het hoofd staat van de visrokerij Vanafish. Dus roept hij zijn schoondochter, die bij Koramic werkt, in zijn kantoor. ‘Leest Bruno De Tijd?’ Ze knikt. ‘Jawel. En Het Laatste Nieuws.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content