interview

‘Besluiteloosheid komt met een hoge prijs'

©katrijn van giel

Politici worstelen en twijfelen, ziet kinderpsychiater Peter Adriaenssens na een week waarin besparingen in welzijn werden aangekondigd en teruggedraaid. Hij pleit voor moedige keuzes.

Zo warm de golf van solidariteit die met de Warmste Week over Vlaanderen rolt, zo ijzig de tegenwind die Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) ving voor de besparingen die hij op welzijn aankondigde. ‘Onverantwoord’, luidde het op vele banken, want Vlaanderen doet het slecht, of het nu gaat over suïcide dan wel over armoedecijfers.

Peter Adriaenssens (65), bekend als ‘de man die zijn volk leerdeopvoeden’, is sinds oktober met emeritaat. Voordien leidde hij de afdeling kinderpsychiatrie van het UZ Leuven, was hij directeur van het Vertrouwenscentrumkindermishandeling Vlaams-Brabant en doceerde hij kinder- en jeugdpsychologie aan deKU Leuven. Hij zit nog altijd in het bestuur van het Kinderarmoedefonds.

Kinderpsychiater en armoede-expert Peter Adriaenssens heeft tijd om de zaken nuchter te wikken en wegen. Hij is sinds een paar maanden met emeritaat en vult zijn dagen met babysitten op zijn kleinzoon, een bureau met 35 jaar herinneringen opruimen en wennen aan zijn nieuwe vrijheid. Politici moeten moed tonen, vindt hij, want de prijs van nietsdoen is groot. ‘Je kan het ook zo zien: als we nu fors investeren, moeten we op termijn veel minder betalen.’

U bent geen fan van de besparingen die minister Beke deze week aankondigde en onder luid protest heeft teruggeschroefd?
Peter Adriaenssens: ‘Ik vind dat moeilijk. Ik heb 35 jaar gewerkt en in die periode zijn de investeringen in welzijn en volksgezondheid spectaculair toegenomen. Maar de mentale gezondheidszorg is altijd het kleine broertje geweest. Onze achterstand op de buurlanden is groot en de verdeling van middelen tussen de fysieke en de geestelijke gezondheidszorg is ongelukkig. De successen in de fysieke gezondheidszorg zijn spectaculair. Het is een wonder dat we ziektes als ebola en hiv in één generatie onder controle hebben gekregen. Maar het betekent ook dat de problemen in de geestelijke gezondheidszorg almaar dominanter worden. Dat blijft een domein waarin we weinig vooruitgang boeken, waarin je erg afhankelijk bent van een één-op-éénzorg en waar geen magische pilletjes voor bestaan.’

De econoom Ive Marx kaartte deze week aan dat de overheid een deel van haar kerntaken overlaat aan liefdadigheid, zoals de Warmste Week. Hij had het onder meer over kinderarmoede. Begrijpt u zijn bezorgdheid?
Adriaenssens: ‘Ik vind het terecht er te blijven op hameren dat de structurele aanpak van armoede een beleidsaanpak is. Het is pijnlijk dat armoede niet ter sprake kwam in het jongste Vlaamse regeerakkoord, want de cijfers blijven stijgen. Kinderarmoede was lange tijd vooral een probleem van centrumsteden als Antwerpen, Gent en Brussel, maar almaar meer kleine steden en gemeenten krijgen er ook mee te maken. Het klopt overigens niet dat migratie daar verantwoordelijk voor is. We tellen in ons land 770.000 armen en nog geen 10 procent van hen is vluchteling. Een grote onderschatte groep zijn alleenstaande moeders en mensen die failliet zijn gegaan.’

Mensen gaan zeker niet altijd akkoord, maar ze vinden het erger als politici maar meewaaien met de wind.
Peter Adriaenssens
kinderpsychiater en armoede-expert

‘Ik was blij verrast dat Radio 1 voor de Warmste Week een actie rond kinderarmoede gekozen heeft, want het is niet makkelijk dat onderwerp tastbaar te maken. Zulke initiatieven zijn erg nodig. Burgers geven een belangrijk signaal door daar geld aan te schenken. Zo tonen ze de politieke wereld dat ze willen dat er iets aan gedaan wordt.’

Vindt u dat de politiek tekortschiet?
Adriaenssens: ‘Ja, want armoede is oplosbaar. De politiek worstelt met de beperkte middelen die ze heeft en twijfelt over waar die eerst naartoe moeten. In de eerste plaats is het vooral een probleem van moed. Durf je een keuze te maken? Durf je die te verdedigen? Durf je te kiezen voor een veel dynamischere kinderbijslag, waarbij mensen die een goed inkomen hebben minder kinderbijslag krijgen dan mensen die in moeilijkheden zitten? Politici zeggen dan gemakkelijk dat daar niet genoeg steun van de bevolking voor is. Maar ik ben ervan overtuigd dat mensen respect hebben voor de moed van keuzes. Ze gaan er niet altijd mee akkoord, dat zeker, maar ze vinden het erger als politici maar meedraaien met de wind.’

Wat is de prijs van niets doen?
Adriaenssens: ‘Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat we met zijn allen een prijs betalen als we daarin tekortschieten. Kinderen die in armoede opgroeien ontwikkelen minder vaardigheden. Daardoor studeren ze onder hun niveau, vinden ze geen job, ook al hebben ze daar de capaciteiten voor. Als we erin slagen die capaciteiten ten volle te benutten, kunnen we onze economie een boost geven. Anders gezegd: als we op termijn minder willen betalen, moeten we nu even fors investeren.’

In 2020 staat u voor het eerst aan de zijlijn. Welke uitdagingen ziet u de komende tien jaar voor onze jongeren?
Adriaenssens: ‘De uitdagingen zijn veelvuldig, maar we leven ook in een heel kindvriendelijke samenleving. We schatten dat ongeveer 70 procent van de tieners het heel goed doet. Ze hebben een jeugd die tot nu geen enkele generatie heeft gehad. Tegelijk was de kloof tussen wie het goed heeft en wie in moeilijkheden zit nog nooit zo groot. Jongeren die uitvallen, vallen veel zwaarder uit omdat ze in een wereld met sociale media veel grotere stommiteiten kunnen uithalen.’

Wat kunnen we als omgeving doen?
Adriaenssens: ‘Alert zijn. De ouder zijn waar de deur altijd openstaat. Ik raad ouders aan om vanaf jonge leeftijd met hun kinderen aan tafel te zitten en te praten over de wereld, het goede, het kwade, en hen zo een kompas te geven voor het leven. We mogen niet zwijgen over wat rot is in de wereld. We hebben het vaak over onze successen, maar onze mislukkingen delen we niet. We moeten trotser zijn op onze kwetsbaarheid en elkaar daarin steunen.’

‘Ook onze familieverhalen kunnen helpen. Ouders en grootouders moeten over hun familiegeschiedenis vertellen, ook over de moeilijkheden. Zijn er mensen die aan het front stonden, die honger hadden, failliet gingen, een problematische echtscheiding meemaakten, geconfronteerd werden met depressie, zelfmoord. Vertel hoe die mensen eruit zijn geraakt. Elke mens wordt geconfronteerd met kwetsbaarheid. Iedereen heeft deuken en blutsen in zijn leven en heeft daaruit moeten leren.’

Hoe verklaart u de steeds grotere vraag naar jeugdhulp?
Adriaenssens: ‘Dat heeft een positieve en een negatieve reden. De schaamte is aanzienlijk gedaald, waardoor hulp zoeken laagdrempeliger is geworden. We wachten niet meer tot het ontploft. Dat zijn goede zaken, al zouden we de poort nog meer open moeten krijgen zodat mensen niet in die wachtlijstenproblematiek belanden.’

We moeten trotser zijn op onze kwetsbaarheid en elkaar daarin steunen.

‘Maar onderzoek toont ook aan dat de sociale media een extra groep gekwetste jongeren creëren. Dat is echt uniek voor deze generatie. We zien een stijging van het aantal jongeren die ernstige schade oplopen via sociale media, vooral door pesterijen en uitsluiting. Sommigen van hen groeien op in problematische families, maar evengoed komen ze uit heel bezorgde families en hebben ze zonder dat hun ouders het weten contact met gevaarlijke mensen. Elke ouder moet vandaag ogen op zijn rug hebben.’

‘Voor mij is dat een reden om de industrie op haar verantwoordelijkheden te wijzen. Als de Amerikaanse spionagediensten in staat zijn om wereldwijd mails te screenen op terroristische taal, dan moet het ook mogelijk zijn om berichten die jongeren elkaar sturen te vertragen of te blokkeren als daar beledigende taal in staat of naaktfoto’s in zitten. De jongste maanden is er wel iets aan het bewegen. Ik hoop dat daarrond ook creativiteit op gang komt. Want nu lijden jongeren door de mogelijkheden die volwassenen met hun industrie gecreëerd hebben.’

Wat stemt u hoopvol?
Adriaenssens: ‘Ik vind dat de klimaatbrossers een heel goed teken zijn. Ze hebben een terecht thema gekozen - onderzoek toont aan dat ecologie een belangrijke impact heeft op het welzijn van kinderen -en ze hebben dat op een degelijke manier gedaan. Het is nooit ontploft. Als volwassenen kunnen we daar nog iets van leren.’

‘Sommige volwassenen hebben kritiek op de klimaatjongeren, maar we moeten ze juist aanmoedigen in de positieve keuzes die ze maken. We moeten in hen geloven. Elke generatie heeft haar opdracht en iedere jeugd heeft nood aan een generatie volwassenen die toekomst in haar ziet.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie