‘De Canarische Eilanden kunnen de migrantenstroom niet meer aan'

De eerste twee dagen blijven de nieuwkomers op Gran Canaria op de kade van Arguineguín. Achter hekken, en bewaakt door de nationale politie. ©EPA

Het aantal bootvluchtelingen dat op de Canarische Eilanden strandt, is dit jaar spectaculair gestegen. De coronacrisis is een deel van de verklaring, en maakt ook de opvang op de eilanden een stuk moeilijker. ‘De migranten slapen op het asfalt, met alleen een deken.’

‘Achter de hekken blijven!’ De agent van de Nationale Politie schreeuwt een handjevol verslaggevers toe in de haven van Arguineguín, aan de zuidkust van Gran Canaria.

Echt nodig is zijn waarschuwing niet. De meeste journalisten zijn van de lokale pers. Ze weten hoe het er hier aan toegaat. Sinds de omstreden muilkorfwet van kracht is, kun je het beter niet in je hoofd halen om met een Spaanse agent in discussie te gaan of een politiehek te negeren. En dus blijven ze keurig achter het dranghek, ver van de kade waar de uit de oceaan opgepikte bootvluchtelingen aan wal gebracht worden. ‘Op deze afstand is het onmogelijk om de drenkelingen te veranderen in mensen’, klaagt fotojournalist Javier Bauluz. ‘Zo lijken het niet meer dan zakken met benen.’

De Canarische immigratieroute is terug. Eigenlijk is de levensgevaarlijke route over de Atlantische Oceaan nooit helemaal weggeweest. Sinds de eerste patera - een vissersbootje - in 1994 vanaf de kust van Zuid-Marokko de Spaanse archipel wist te bereiken, is de stroom vluchtelingen nooit verdwenen.

Een hervatting van de transfers van vluchtelingen naar het vasteland is dringend nodig.
Juan Carlos Lorenzo
Spaanse organisatie voor vluchtelingenhulp CEAR

Aanvankelijk waren het er niet meer dan enkele tientallen per jaar, vrijwel uitsluitend Marokkanen. In 1997 werd de grens van 100 overschreden, twee jaar later waren het er ruim 2.000 en in 2006 werden de Canarische Eilanden wereldnieuws toen 32.000 bootvluchtelingen aanspoelden op de stranden van bekende vakantieoorden als Tenerife en Gran Canaria.

Het waren allang niet meer alleen Marokkanen die een tocht van 100 kilometer over de oceaan hadden gemaakt. Een steeds groter deel van de vluchtelingen kwam uit landen ten zuiden van de Sahara, zoals Senegal, Gambia, Mali, Ivoorkust en Guinee. Ze vertrokken in volgepropte visserskano’s vanuit de haven van Nouadhibou in Mauritanië, 800 kilometer van de Canarische Eilanden. Anderen maakten een nog veel langere reis en stapten in Senegal en Gambia aan boord.

Spanje en de Europese Unie zetten haastig een plan in werking om de Canarische migratieroute af te grendelen. Dat gebeurde volgens het inmiddels bekende recept: gezamenlijke patrouilles van de Europese grensbewaker Frontex met de lokale kustwacht rond de belangrijkste vertrekhavens in Zuid-Marokko, de Westelijke Sahara en Mauritanië, en financiële injecties om de regering van die landen te stimuleren tot hard optreden tegen bootvluchtelingen.

8.000
Volgens de officiële cijfers zijn in 2020 tot dusver ruim 8.000 bootmigranten aangekomen op de Canarische Eilanden. Dat is zeven keer zoveel als in dezelfde periode vorig jaar.

Piekjaar

Een tijdje werkte het. Jarenlang bleef het aantal migranten dat voet zette op de Canarische Eilanden beperkt tot enkele honderden per jaar. Maar vanaf september 2019 begon hun aantal spectaculair te stijgen. Tot nu zijn dit jaar volgens de officiële cijfers ruim 8.000 bootvluchtelingen aangekomen op de Canarische Eilanden. Dat is zeven keer zoveel als in dezelfde periode vorig jaar. En het dagelijkse ritme nieuwkomers ligt de voorbije weken zelfs hoger dan dat van het piekjaar 2006.

Aday González (33) heeft de leiding over de eerste opvang door het Rode Kruis in de haven van Arguineguín. Dit is de plek waar het merendeel van de uit zee opgepikte bootvluchtelingen aan wal gebracht wordt door de Canarische reddingsploegen. González is uitgeput. ‘Vandaag hebben we vijftien pateras binnengekregen’, zegt hij. Bij elkaar 400 à 500 migranten, het precieze aantal weet hij nog niet. ‘Het is in elk geval een record’, verzekert González. Het is 22 uur en een van de Rode Kruis-medewerkers is van zijn stokje gegaan. Hij ligt op de grond en wordt verzorgd door enkele collega’s.

Op grote afstand, onzichtbaar voor het oog van de camera’s, worden de bootvluchtelingen van het reddingsschip Menkalinan gehaald. Uitputting en uitdroging komen veel voor na een zeereis van ten minste 100 kilometer. En niemand weet hoeveel vissersbootjes in de oceaan vergaan zonder ooit opgemerkt te worden. Volgens een schatting van de Spaanse organisatie voor vluchtelingenhulp CEAR komt 1 op de 20 bootvluchtelingen om het leven tijdens de oversteek.

De eerste twee dagen blijven de nieuwkomers op de kade van Arguineguín, vertelt González. Achter hekken, en bewaakt door de nationale politie. Het Rode Kruis heeft er een geïmproviseerd kamp ingericht. Het bestaat uit twaalf tenten, met plek voor 25 personen. De migranten slapen op het asfalt, met alleen een deken. Zelfs geen matrasmatje? ‘Nee’, zegt González. ‘Dit is een noodkamp en dit is alles wat we hebben.’ Het kamp is sinds het begin van de zomer in gebruik.

De corona-epidemie maakt de opvang van de vluchtelingen een stuk ingewikkelder, zegt González. ‘Ze moeten hier in de haven blijven tot de uitslag van hun coronatest bekend is. Wie besmet is, gaat elders op het eiland in quarantaine. Wie niet besmet is, gaat naar een van de opvangcentra.’

Maar de opvangcentra, de meeste in de hoofdstad Las Palmas, zitten overvol. Ook dat heeft veel met de coronacrisis te maken. Sinds de uitbraak van de epidemie worden nauwelijks nog migranten overgebracht naar het Spaanse vasteland. Bovendien kunnen migranten het land niet uitgezet worden omdat veel landen hun grenzen hebben gesloten vanwege de sanitaire crisis. Overeenkomsten over het terugsturen van migranten zijn opgeschort. Het gevolg is dat sommige migranten een week of nog langer in de haven van Arguineguín moeten bivakkeren. Gesloten grenzen en reisbeperkingen in Afrika zijn volgens hulpverleners ook een belangrijke oorzaak voor de enorme toename van het aantal bootvluchtelingen op de Canarische route.

Barricades

Intussen probeert de extreemrechtse partij Vox munt te slaan uit de noodsituatie. Valse geruchten over besmette migranten leidden enkele weken geleden tot opstootjes in de plaats Tunte. Opgewonden buurtbewoners wierpen barricades op bij een tijdelijk opvangcentrum om de komst van de migranten te beletten. De 28 migranten om wie het ging, hadden allemaal een negatieve coronatest op zak.

‘We verkeren in een permanente staat van overbelasting.’ zegt Juan Carlos Lorenzo van CEAR in zijn kantoor in Las Palmas. Zijn organisatie beheert verschillende opvangcentra op Gran Canaria. ‘We kunnen de stroom niet meer verwerken. Een hervatting van de transfers van vluchtelingen naar het vasteland is dringend nodig.’

Volgens Lorenzo heeft de stopzetting van de overplaatsingen niets te maken met de coronacrisis. ‘Het ministerie van Binnenlandse Zaken stopte de vluchten half februari’, zegt hij. ‘Toen hadden we nog geen flauw benul van wat de epidemie zou betekenen. Het ministerie had een ander argument. Als je migranten van hier naar het vasteland zou brengen, zou dat een lokroepeffect hebben. Dat hebben we gezien. De overplaatsingen zijn stopgezet, maar het aantal bootvluchtelingen is alleen maar gegroeid.’ Lorenzo vindt dat een andere migratiepolitiek dringend nodig is. ‘Je kunt een eiland als Gran Canaria niet veranderen in één grote gevangenis.’

Saikou Kanouté (19) maakte twee maanden geleden de oversteek vanuit Marokko naar Gran Canaria. Hij komt uit Gambia, maar zijn Engels is gebrekkig omdat hij nooit naar school is geweest. Zijn vader stierf toen hij ‘vijf of zes’ was, en vanaf dat moment moest hij zijn moeder helpen met water halen, vuur maken en met simpelweg overleven. Zijn moeder stierf toen hij in Marokko was, op weg naar Europa. Samen met honderden andere Afrikanen zit hij nu in een opvangcentrum in Las Palmas. Hij wil weg, naar Barcelona. Maar hij wil vooral naar school. Om te overleven wil hij Engels en Spaans leren, leren lezen en schrijven. Zonder papieren kan dat niet. En hij kan het eiland niet af. ‘My life is too pain’, zegt hij zacht met zijn zware basstem.

Lees verder

Advertentie
Advertentie