column

De failliete weldoener

De overheid nam de afgelopen decennia meer verantwoordelijkheden op zich dan ze aankan. De overmaatse omvang van de staat, geconfronteerd met de vaak tegenstrijdige eisen van zijn burgers, maakt hem kwetsbaar.

De uitgeputte overheid, zo luidt de titel van het nieuwste boek van Herman Daems dat volgende week in de boekhandels ligt. In een aantal denkstukken, waarvan enkele eerder in De Tijd verschenen, heeft de Leuvense econoom en emeritus zich gebogen over de vraag waarom het beleid stokt. In een interview met De Tijd dit weekend heeft Daems het over de oorzaken en de gevolgen daarvan.

Het gebeurt niet vaak, althans niet in België of in Vlaanderen, dat een academicus zich inlaat met de werking van de overheid, zowel van de federale als van de regionale. En als het al gebeurt, dan krijgen we meestal te maken met een deelstudie van een alweer falend onderdeel van de overheidsactiviteit, of met commentaren over de communautaire ontwikkelingen en de daaraan verbonden constitutionele verbouwingen.

Rik Van Cauwelaert. ©rv

De laatste grote denkoefening over de werking van de Belgische staat dateert al van 1937-1938 en gebeurde door het Studiecentrum tot Hervorming van den Staat. Het studiecentrum was een privé-initiatief, in 1936 in het leven geroepen op aangeven van toenmalig premier Paul van Zeeland. Het opzet paste in het woelige tijdsgewricht en moest het tanende geloof opkrikken in de parlementaire democratie, die aangetast werd door de extreme partijen, Rex, VNV en de Communistische Partij. Het studiecentrum, dat losstond van de hervorming van de ambtenarij die aan Louis Camu was toevertrouwd, verzamelde een aantal prominente figuren uit die tijd onder wie Paul Hymans, Maurice Orban, Eugène Soudan, René Victor, Pierre Wigny en Paul Struye. Ze vergaderden niet in het parlement, maar wat verderop in de lokalen van de Universitaire Stichting. De voorzitter was de bekende jurist en ULB-prof René Marcq. Het resultaat van hun studies, zelfs over de pers en de instelling van de orde van journalisten, werd gebundeld in twee kloeke delen. Vandaag staan die stof te vergaren in archief- en bibliotheekrekken. En dat is jammer. Niet omdat de voorstellen uit de jaren 1930 nog bruikbaar zouden zijn. Wel omdat de werkwijze van het studiecentrum tot voorbeeld kan strekken. Want nu, bijna tachtig jaar later, is België onherkenbaar veranderd. In de teksten van het studiecentrum was al sprake van de twee cultuurgemeenschappen in het land dat vandaag feitelijk is gesplitst door een taalgrens die haast een landsgrens is geworden, en dat intussen al aan zijn zesde staatshervorming toe is.

Overgewicht

Bovendien is de overheid sedert de Tweede Wereldoorlog geëvolueerd van een verzorgingsstaat naar een bevoogdende staat. Met als gevolg dat de overheid, zowel de federale als de regionale, meer verantwoordelijkheden op zich heeft geladen dan ze in werkelijkheid aankan. De opgelopen staatsschuld is maar een van de symptomen van het bestuurlijke overgewicht.

De burger is gul met kritiek en des te spaarzamer met begrip voor de falende overheid. Want hij gaat ervan uit dat wie richting geeft ook rekenschap moet geven.

De overheid is eigenlijk een failliete weldoener die onder voortdurende druk van de burgers staat. Hun vaak tegenstrijdige eisen hebben te maken met hun ergernis aan het gedrag van anderen. Ze eisen juridische aanpassingen en financiële overheidssteun voor alles en nog wat, maar zelf laten ze zich weinig gelegen aan hun verplichtingen. Sterker nog: ze rollen als het moet het hele wettelijke arsenaal naar buiten om hun eisen kracht bij te zetten of om onder hun verplichtingen uit te komen. En toch dringt de overheid nimmer aflatend door op alle terreinen van het openbare leven, maar ook van het privéleven. Want de burger is een onverantwoordelijk sujet dat streng in het oog moet worden gehouden. Zo zijn bij de minste verkeerswrevel de verkeersplannen meteen aan herziening toe. En worden boskaarten getekend om de bouwwoede van de burger in te tomen.

De aanzwellende omvang van de staat creëert verwachtingen die hij vaak niet kan inlossen. Dat maakt het beleid niet alleen kwetsbaar, maar leidt ook tot verlamming tegenover een publiek dat gul is met kritiek en des te spaarzamer met begrip voor de falende overheid. Want de burger gaat ervan uit dat wie richting geeft ook rekenschap moet geven. En het vragen van rekenschap gebeurt tegenwoordig niet alleen in het parlement, maar ook voor burgercomités en in talkshows.

In een interview in De Tijd dit weekend belicht econoom Herman Daems de redenen waarom het beleid stokt, naar aanleiding van zijn nieuwste boek 'De uitgeputte overheid'. ©Dieter Telemans

Het Oosterweeldossier, de ontsluiting van Antwerpen, een vitaal knooppunt op een van de grote Europese vrachtverkeersassen, is dan weer een schoolvoorbeeld van bestuurlijke stroperigheid, zoals de Nederlandse publicist Marc Chavannes dat ooit omschreef. Met een hoog oplopende kostprijs tot gevolg. Andere voorbeelden: het aanpakken van de verspilling in de gezondheidszorg, de sloomheid waarmee gebruik wordt gemaakt van ICT-mogelijkheden die tot grote besparingen kunnen leiden, de tergend trage hervormingen bij justitie, dat er zelfs niet in slaagt de verantwoordelijken voor het Fortis-debacle voor een rechtbank te krijgen.

Ooit in het leven geroepen om de burger bij economisch ontij een fatsoenlijk bestaan te garanderen, is de sociale zekerheid vandaag een gigantische cashautomaat. Het beheer ervan draait rond de vraag: wie krijgt geld en wie mag het uitdelen? Dat gaat in andere domeinen net zo. Eerder deze week moesten onderwijskoepels en vakbonden om de tafel zitten met Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V), want die heeft 100 miljoen euro klaar voor de ondersteuning van kinderen met leerstoornissen. Niet de leerproblemen van de leerlingen waren de inzet van het overleg, wel de verdeling van de centen.

Enkele dagen eerder, tijdens een weekendjamboree, deelde premier Charles Michel (MR) met zijn regering van slopende zaken dan weer 100 miljoen uit als ging het om Chokotoffs. Gewoon om wat daadkracht te etaleren. Nochtans tekent de Hoge Raad van Financiën al jaren een saneringsparcours uit. Maar al jaren wordt dat studiewerk genegeerd.

Ambtenarenleger

Geen enkele regering heeft de jongste decennia nagedacht over de taken die de overheid nog op zich moet nemen. Zelfs niet over een hervorming van de ambtenarij. De laatste overhaaste poging ondernomen door Luc Van den Bossche (sp.a), de zogeheten Copernicushervorming, ontspoorde al halfweg. Intussen blijkt dat over alle beleidsniveaus heen het ambtenarenleger nog is aangegroeid.

De sociale zekerheid is vandaag een gigantische cashautomaat. Het beheer draait rond de vraag: wie krijgt geld en wie mag het uitdelen?

Het Verdrag van Maastricht en de totstandkoming van de Europese eenheidsmunt was nochtans een passende aanleiding geweest om zich te beraden over de rol en de taken van de staat. Tot dan was de Europese Gemeenschap een samenwerkingsverband tussen natiestaten. Door de invoering van de euro vormen staat en natie niet langer een geheel. Wat ooit een staatsmonopolie was, de munt slaan, ligt niet langer in handen van de staat. Dat monopolie werd overgeheveld naar de Europese Unie. Almachtige bureaucraten waken er over de ontvetting van de nationale en de regionale overheid.

De burgers werden nooit vooraf ingelicht over de gevolgen van de invoering van de eenheidsmunt en van de begrotingspolitiek die daarmee gemoeid is. Tot op de dag van vandaag durft de overheid niet de volle waarheid te vertellen over de consequenties van de begrotingsunie die ze nastreeft. Want dan zou de eurobarometer weleens op onweer kunnen gaan staan. De oorzaak van de toenemende argwaan tussen burgers en beleid ligt nochtans daar. Daarom moet er grondig worden nagedacht over de taken van de staat en over de controle op het Europese beleid door een voortdurende wisselwerking tussen de nationale en de regionale parlementen en het Europees Parlement. Het jongste optreden in de Nederlandse Tweede Kamer van Mario Draghi, de voorzitter van de Europese Centrale Bank en de suppoost van de euroconstructie, was een treffende illustratie van de aanzwellende wrevel.

Paleis der Natie is de wekelijkse opiniebijdrage van Rik Van Cauwelaert voor De Tijd

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud