Geert Verbeke: ‘Iedereen loopt elkaar achterna in de kunstwereld'

©rv

De Verbeke Foundation in Kemzeke viert haar tiende verjaardag. De kunstverzameling van Geert Verbeke bloeit als nooit tevoren. ‘Ik kan geen dure Panamarenko betalen. Ik zoek liever zelf de nieuwe Panamarenko.’

Enkele samengeplakte A4’tjes aan de ingang vertellen het verhaal van tien jaar Verbeke Foundation. ‘Onze tentoonstellingsruimte wil geen oase zijn. Onze show is onaf, in beweging, ongepolijst, contradictorisch, slordig, complex, onharmonieus, levend en onmonumentaal, zoals de wereld buiten de museummuren. Bij ons geen opzichtige spektakelgebouwen maar een verfrissende, onpretentieuze plaats om kunst te bekijken, een subtiele kritiek op de kunstwereld.’

De vele ‘ons’ leggen de drijfveer en vooral het karakter van stuurman Geert Verbeke (64) bloot. Hier geen steriele ruimtes met strakke conceptnota’s, maar eigenheid troef. Vroeger was het een maïsveld met een grote kippenstal en loodsen voor vrachtverkeer. Vandaag is de site een thuis voor wat wellicht de meest subversieve kunstverzameling op Belgische bodem moet zijn.

©Tineke Schuurmans

Verbeke was jarenlang de topman van het transport- en overslagbedrijf Vegetra. Twaalf jaar geleden besliste hij om zijn infrastructuur om te bouwen tot een kunstsite. Wat ooit begon met een groot stalen beeldhouwwerk waarvoor transport werd gezocht en gevonden bij Vegetra, groeide uit tot een kunstcollectie van honderden werken. ‘Als transporteur had ik enorm veel stress’, vertelt Verbeke. ‘In het weekend ging ik ter ontspanning naar veilingen en expo’s kijken. Zo heb ik een serieuze collectie opgebouwd. Geloof me vrij: verzamelen is een ziekte. Stoppen is geen optie meer.’

Surrealisten

Voor de tiende verjaardag bracht hij een boek uit van 708 pagina’s, vol collages en assemblages uit zijn collectie. ‘Het is een verlengstuk van mezelf’, lacht hij. ‘Mijn leven is ook een collage van stukken en brokken die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben.’ Een heel pak Belgische surrealisten zijn in het naslagwerk terug te vinden, al zal je er niet altijd op de bekendste namen stoten. ‘Ik betreur het dat enkel Magritte en Delvaux zo populair zijn in België, terwijl je ook een E.L.T. Mesens, Gilbert Senecaut of een Marcel Lefrancq hebt. Surrealisten die echt prachtig werk hebben afgeleverd, maar die stilaan in de vergetelheid raken.’

Wat Verbeke en zijn collectie het meest typeert, is dat hij ten allen tijde voet bij stuk houdt. Ter illustratie haalt hij een onbekend werk van José Delhaye uit 1946 aan. ‘Misschien heb ik een aparte smaak, maar die collages zijn echt fantastisch. Krachtige beelden waarvan iedereen voor zichzelf moet uitmaken wat ze precies voorstellen. Mijn collectie getuigt van diezelfde eigenheid die ik vaak ook mis bij andere verzamelaars. Als er een expo van Mesens in het Mu.Zee in Oostende loopt, krijg ik gegarandeerd telefoon met de vraag of ik geen Mesens te koop heb. Dat zegt toch genoeg? Iedereen holt elkaar maar achterna.’

Verzamelaars kopen liever een slecht werk van een bekende kunstenaar dan goed werk van een straffe onbekende.
Geert verbeke
Kunstverzamelaar en curator

Verbeke ergert zich blauw aan het fenomeen. ‘Het grote pijnpunt is dat kunstkopers zich niet meer bezighouden met de inhoud van een werk. Ze kopen liever een slecht werk van een bekende kunstenaar dan goed werk van een straffe onbekende.’

Verbeke focust wel nog op talent. ‘Ook omdat ik het werk van grote kunstenaars als pakweg Panamarenko niet kan betalen. Ik ga liever zelf op zoek naar een nieuwe Panamarenko. Ik werk al een tijdje samen met twee minder bekende Nederlandse kunstenaars, Stan Wannet en Zoro Feigl. Zelf heb ik een grote fascinatie voor kinetische kunst. Beide artiesten gaan daar elk op hun eigen manier mee aan de slag.’

‘Wannet levert maatschappijkritiek aan de hand van bewegende opstellingen van dode dieren. Feigl focust meer op de beweging zelf, zoals in zijn bekendste werk ‘Poppy’, waarin een zwierige rok transformeert in een klaproos. Beiden maken deel uit van de tentoonstelling ‘Animal-Man-Machine’, opgebouwd ter ere van het tienjarige bestaan. Ook de ‘Strandbeesten’ van Theo Jansen, misschien wel de bekendste werken die je hier kan zien, getuigen van zo een vindingrijkheid. Het zijn stuk voor stuk opwindend werken waarvan de waarde me eerlijk gezegd geen moer kan schelen. Ik verkoop toch niets.’

Geen subsidies

Dat de centen niet zijn grootste drijfveer zijn, is duidelijk. Zelfs subsidies weigert Verbeke steevast. ‘De aard van het beestje’, lacht hij. ‘Ik ben heel mijn leven zelfstandige geweest. Ik trek mijn plan wel.’

‘Het subsidiesysteem draait ook helemaal vierkant. Een instelling krijgt vijf jaar lang geld waarmee ze een pak personeel aanwerft en een mooi concept kan uitbouwen. Een paar jaar later wisselt de overheid van stuurlui en is er plots niets meer. Heel je organisatie valt zo in duigen. Ik hou er gewoon niet van. Ik ben liever zelfbedruipend. Inkomsten haal ik uit de verhuur van de binnenruimtes. Zo komen ook mensen langs die anders nooit in contact zouden komen met mijn kunst. Het is een win-winsituatie.’

‘Animal-man-machine’ en ‘Collages & assemblages’ lopen nog tot 30 oktober in de Verbeke Foundation in Kemzeke.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud